Foto bij O12.

Come back, come back, come back to me.

"Debby?" vroeg ik voorzichtig. Ik wist niet wat er ging komen. Ze kon boos zijn, ze kon verdrietig zijn, maar er was iets aan de hand en het was niet positief. "Wat is er?" Debby keek langzaam op, maar sloeg gelijk haar ogen weer neer. Wat was er aan de hand? Ik ging er niks uit krijgen, dacht ik, dus ging ik maar naast haar zitten en sloeg een arm om haar heen. "Je kunt me alles vertellen!" zei ik, naar mijn weten behoorlijk overtuigend. Debby keek me aan en snikte een keer. "Mijn..." begon Debby. Ze was echt verdrietig. Ze snoof. "Mijn moeder." wist ze nog uit te brengen voordat ze weer in tranen uitbarstte. "Je moeder? Wat is er? Ze is toch niet..." Ik durfde mijn zin niet af te maken. Debby keek me aan en knikte. NEE. Dat kón niet waar zijn! De moeder van Debby was eigenlijk ook mijn moeder geweest. Mijn eigen, biologische moeder zat heel mijn jeugd in een afkickkliniek. Ze was aan de drugs (geweest?) en ik wilde haar nooit meer zien. Ik werd in een pleeggezin geplaatst, dat Debby's pleeggezin was. Mijn vader was al voor mijn geboorte gestorven. Ik heb hem nooit gekend. Ik wilde me groot houden, maar ik wist dat dat niet ging lukken. Het was 3 seconden akelig stil en toen begon ik ook te huilen. Tranen stroomden over onze wangen. En ze stroomden. En daar zaten we dan, een uur lang, samen te huilen aan de keukentafel. Vergeleken daarbij, was dat wat ik had meegemaakt helemaal niks. Ik besloot daarover maar niks te vertellen. Toen werd er aangebeld. "Ik... Ik doe wel open." zei ik dapper. Ik keek in de spiegel, gooide wat water in mijn gezicht (mijn mascara was waterproof, dus die liep niet uit) en liep naar de voordeur. Ik trok de deur open en ik zag iemand die ik niet wilde zien. Ja, Jeffrey. "Jeffrey." zei ik bot. "Tess!" zei hij, vol overtuiging. "Kom binnen!" zei ik, op een vriendelijke toon. Misschien té vriendelijk. Ik was verward. Mijn ene helft wilde hem nog een kans geven, mijn andere helft niet. Ik besloot nu nog even te luisteren naar de kant die hem geen kans wilde geven, maar ik wilde wel zijn verhaal aanhoren. "DAVID!" riep ik en onze bediende (jonge vent, niet heel knap) kwam aanlopen in een pak. "Neem Jeffrey hier even mee naar de derde woonkamer, alsjeblieft." beval ik, maar wel op een aardige manier. David was een soort huisgenootje, maar hij was wel bediende. Geen schoonmaker, die kwam elke dag even langs. David woonde hier. "Komt voor elkaar!" antwoordde David vrolijk. Jeffrey keek me verbaasd en verwonderd aan. Ik keek uitdrukkingloos terug en liep naar de keuken. "Jeffrey is hier." zei ik. Debby keek me aan. "Blijf hier, of ga in ieder geval NIET naar de derde woonkamer." vervolgde ik. "Oké..." aarzelde Debby. Ik liep in een aardig tempo richting de derde woonkamer, die op de eerste verdieping was.
"Wat kom je doen?" vroeg ik toen ik binnen was. David was, waarschijnlijk, thee en koffie aan het zetten. "Ik wil het uitleggen." was Jeffrey's antwoord. "Tell the truth." zei ik. Ik kreeg een waterval van woorden over me heen. Jeffrey vertelde álles tot in detail. Ik wist niet zeker of ik hem moest geloven, maar uiteindelijk gaf ik hem het voordeel van de twijfel. In zijn verhaal was alles Daniëlle's schuld. Dat was te geloven, want Daniëlle had wel voor meer van dit soort "opstootjes" (die dus, af en toe, rampzalige gevolgen hadden) gezorgd. Ik keek hem aan. "Oké." zei ik kortaf. "Geloof je me?" vroeg hij. Ik keek naar zijn smekende gezicht. De helft die hem nog een kans wilde geven won. Wauw. Ik was écht te goed voor deze wereld. "Ja. En als je nu weer weg wilt gaan, er is nogal wat aan de hand hier." zei ik. Ik pakte nog een papiertje en krabbelde mijn nummer erop. "Hier. Ik kom morgen wel naar de manege. Oh nee, dan moet ik in Coco werken. Volgende week." zei ik. "Werkt Daniëlle daar nog steeds?" vroeg ik nieuwsgierig. "Ja, fulltime, maar vandaag was ze ziek." antwoordde Jeffrey braaf. "Oké, dan zal ik dat mens eens flink de waarheid zeggen." zei ik. "Je kunt gaan, ja." Jeffrey stond op en liep de kamer uit, richting de voordeur. "Ciao!" riep hij nog. Ik wilde mijn stembanden niet bezeren, dus riep ik niks terug. Zodra hij weg was, rende ik naar beneden om naar Debby te gaan. "Gaat het weer?" vroeg ik, toen ik Debby zag zitten, maar nu met een wat opgeknapter gezicht. "Ja." antwoordde Debby. Ik had geen heel antwoord verwacht, gezien het toch wel een harde slag was. "Mooi zo." zei ik vrolijk. "Wat was er met jou en Jeffrey dan?" vroeg Debby. Ze was verbaasd, dat was duidelijk. Ik vertelde haar het hele verhaal, van begin tot eind. "Wat ben je toch een goed persoon!" zei ze, en ze gaf me een knuffel. Toen ging mijn telefoon. "Zo terug." zei ik.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen