Het leek inderdaad verdacht veel op een spiegel. Een hele enge, vreemde spiegel. De vrouw voor me zag er niet ‘oud’ uit, meer zo rond de 40. En het meisje dat zich half achter haar weghield leek wel mijn evenbeeld, alleen dan iets kleiner. Ze zag er ook iets ouder uit. Ik schat een jaar of twee, misschien drie.

“Ik denk niet dat ik hoef te vragen dat jij Varyn bent?” mompelde de vrouw voorzichtig. Ik knikte, en ze zuchtte opgelucht. Snel deed ze een stap naar voren en omhelsde me. “Je hebt geen idee hoe lang ik al naar je op zoek ben!” ik glimlachte. “Mijn vader maakte me wijs dat je me had achtergelaten, en hij had me niet eens over jou verteld.” Ik gebaarde naar het meisje.

“Ik zal het allemaal uitleggen, kom binnen!” ik liep achter ze aan het huis in en nam ook plaats op de bank. “Als ik even heel dom mag doen, maar hoe heten jullie eigenlijk?” ze slikte. “Hij heeft je echt nooit wat verteld hè?” ik schudde beschaamd mijn hoofd. Ik wist niet eens hoe mijn eigen moeder heette.. Ze glimlachte. “Mijn naam is Laurence LeGray, en dit is Lily, je zusje.” Ik glimlachte.
We praatten nog een hele tijd door, tot het me doordrong waarom ik hier ook alweer was.

“Het klinkt misschien dom, maar er is geen mogelijkheid dat ik hier kan wonen of zo? Want thuis,” –het kostte me al genoeg moeite het überhaupt thuis te noemen- “word ik een beetje gek van hem..” Laurence keek ontroerd. “Natuurlijk, je bent hier altijd welkom Varyn, je bent letterlijk mijn verloren dochter! Zeg het maar als we je moeten helpen spullen versjouwen.” Ik grinnikte. “Ja, het lijkt me moeilijk om al mijn spullen op mijn rug mee te moeten slepen. Dat zou veel vertraging opleveren met rennen.” Mijn adem stokte toen ik besefte wat ik net had gezegd. Ik had serieus gezegd dat ik rennend was gekomen..

Lily en Laurence keken elkaar aan, en keken daarna allebei naar mij. Ik slikte. Ze hadden me vast door. “Wat ben jij?” vroeg Lily geïnteresseerd, niet beschuldigend, maar geïnteresseerd. Ik hield mijn mond, ik ging dus echt niet doodleuk vertellen dat ik om een of andere duistere magische reden half wolf was? Ze glimlachte. “Oké dan, ik snap dat je het vreemd vind, maar hier in Jefferdale is het heel normaal. Ik ben een edelhert.” Ze glimlachte naar me er en verschenen ondiepe kuiltjes in haar wang. “En mam is een hinde.” Ik aarzelde, maar besloot toch maar te antwoorden. “Ik ben een.. eh.. wolf.” Lily’s ogen werden groot. “Wauw.” Wist ze alleen uit te brengen, en mijn moeder keek me verbaasd aan.

“Het innerlijke dier in je, laat een deel van jezelf zien. Het representateert jezelf. En een wolf is.. een sterk, mentaal krachtig en een sierlijk dier. Gevaarlijk, toch vergevingsgezind. Er zijn maar weinig mensen die een wolf als innerlijk dier hebben, Varyn, dat maakt je bijzonder.” Ik knipperde met mijn ogen. Ik was nog nooit bijzonder geweest.

Het busje van mijn Laurence stopte voor mijn huis. Mijn vaders huis. Ik gromde terwijl ik dat laatste dacht. Ik stapte uit de auto en liep naar het huis. Ik opende de deur met mijn sleutel, maar haalde hem snel van mijn sleutelbos. Ik gooide hem op het kastje in de gang en liep driftig naar boven. Ik zou gewoon alles pakken en weg gaan. Ik pakte een groot koffer uit de logeerkamer en gooide die op mijn bed. Ik maakte hem open en begon mijn kledingkast erin te stoppen. De inhoud, althans. Zo veel lag er toch niet in. Laurence kwam stilletjes achter me staan. “Hij is er niet.” Gromde ik. “Werken.” Ik pakte een stapel T-shirts en legde die in het koffer. “Kan ik helpen?” ik knikte. “Je mag alle kleine spulletjes in die doos daar doen.”

Stil propten we allebei dingen in koffers, tassen en dozen. “Ik breng deze alvast naar beneden.” Gebaarde ze naar een stel dozen en ik knikte. Mijn kamer was erg kaal en leeg zo. Ook al was het ontzettend klein en krap. Nadat we alles in het busje hadden gedaan liep ik terug naar binnen om een briefje neer te leggen, leek me wel zo aardig.

Ik ben weg. Vertrokken. Voor altijd.
Denk niet dat je me nog terug gaat zien.
Ben ook bang dat je dat niet eens verdient,
na wat je me allemaal hebt verzwegen.
Sleutel vind je op het kastje.
Adios.


Ik had nooit gezegd dat de brief aardig zou zijn. Ik legde hem op een eettafel en trok daarna de voordeur achter me dicht. “Zo.” Mompelde ik en glimlachte optimistisch terwijl Laurence de motor startte en wegreed. Hier ging ik niet meer terugkomen. En dat vond ik absoluut niet erg.

Nadat al mijn spullen bij mijn nieuwe thuis aangekomen waren –of beter gezegd, mijn eerste thuis- liet Laurence me mijn nieuwe kamer zien. Hij was minstens twee keer zo groot als mijn oude, misschien wel drie keer zo groot. “Voordat je je spullen uitpakt, moet je wel wat hebben om ze in uit te pakken, dus we gaan even shoppen!” ze grijnsde. “Maar ik heb helemaal geen geld..” mompelde ik beschaamd. Ze lachte breed. “Dacht je nou echt dat je dat zelf moest betalen? Kom op!”

Ik zocht een prachtig tweepersoons hemelbed uit, een ruime kledingkast en een prachtig bureau met bijpassende stoel. En ik kreeg ook nog een boekenkast en een lekkere fauteuil om in te lezen. Dolgelukkig kwamen we met de bouwpakketten thuis, waar Lily al op ons wachtte. “Waar ben jij geweest?” vroeg ik nieuwsgierig. “School.” Glimlachte ze. Ik gromde. Oh ja, even vergeten dat ik ook nog naar school moest. “Zal ik helpen?” we knikten allebei tegelijk. “Graag.” Ook dat zeiden we tegelijk, en we lachten naar elkaar. Ik voelde me hier nu al thuis en geliefd, ook al kende ik ze net pas.

“Er klopt helemaal niets van dit bed!” kreunde Lily. “We missen gewoon de helft?” ze zuchtte en stond op. Ik lachte. “Hadden we nu maar een handige buurman.” Haar ogen lichtten op. “Die hebben we ook, en nog een leuke ook.” Haar ogen keken vrolijk, maar fonkelden niet. “Vind je hem leuk?” vroeg ik toch terloops. “Nee, hij is hartstikke aardig, maar ik val toch op een ander type.” Ik glimlachte. “Waarom haal je hem niet even, want anders moet ik in jouw bed slapen vannacht.” Ik grijnsde en ze lachte. “Ik ga al, ik ga al!”

Hopeloos zocht ik in de doos naar de vermiste schroeven die ik zocht. Ik gromde en gooide de schroevendraaier in de doos. “Ik geef het op.” Verzuchtte ik. “Zo zo. Geen klusser zo te zien?” ik wilde net een opmerking naar het hoofd van die persoon gooien, maar ik staarde net in zijn ogen. Prachtige, groene ogen. Lachende ogen. Ik wist niks meer te zeggen, dus ik lachte maar stom.
“Laat mij eens kijken.” Hij knielde naast het half mishandelde bed neer en grinnikte. Ik stond op en sleurde Lily mee naar de gang. “Je hebt niet gezegd dat hij zó knap was!” bloosde ik.

Ik stak stiekem mijn hoofd om de deurpost en zag hoe hij zich zichtbaar amuseerde aan ons bouwwerk. Maar het was volgens mij meer het feit hoe we het in elkaar hadden gezet dat hij zich erom vermaakte.

“Kom op zeg, praat gewoon met hem. Hij is hartstikke leuk!” ik bloosde. “Das nou juist het probleem!” ze lachte en duwde me naar binnen. De jongen keek op en glimlachte naar me. “Geen wonder dat dit niet past, jullie hebben de verkeerde stukken aan elkaar gemaakt met de verkeerde schroeven.” Hij lachte. “Hebben jullie de beschrijving niet gelezen?” ik grinnikte schaapachtig. “Zat die er bij dan?” hij lachte en stak zijn hand naar me uit. “Ik ben David trouwens.” Ik schudde zijn hand en glimlachte. “Varyn. Ik ben de eh.. zus van Lily.” Hij keek nieuwsgierig op. “Zus? Die lang verloten zus?” ik glimlachte, ze had hem dus over mij verteld.

“Eh, ja een soort van. Mijn vader is vroeg met mij vertrokken en heeft me nooit over Lily of Laurence verteld.” Hij knikte. “Dat lijkt me knap vervelend.” Ik grinnikte. “Zeker als je vader toch al een eikel is.” Hij lachte breed. “Maar hoe heb je ze dan gevonden?” ik grijnsde. “Internet.” We lachten samen. Praten met mensen was zo veel makkelijker als ze je verleden niet kenden..

Op mijn oude school kende iedereen me, maar niemand besteede aandacht aan me. En waarom weet ik niet. Ik had geen vrienden, geen vriendjes. Ik kon zelf bij niemand zitten met de lunch. Altijd zat ik alleen in dat hoekje. Stilletjes weg te kwijnen, kijkend naar anderen terwijl ze o zo veel plezier leken te hebben met elkaar.

“Kun je me die schroevendraaier daar even aangeven?” vroeg David terwijl hij erna wees. Ik gaf hem aan en hij ging in stilte verder. Ik stond langzaam op en liep naar beneden. Mijn hoofd had natuurlijk weer een knalrode kleur, dus ging ik maar wat te drinken halen. Met twee glazen liep ik daarna naar boven. Ik bleef even staan kijken in de deurpost. “Ik heb wat te drinken voor je meegenomen.” Glimlachte ik en overhandigde hem het glas. “Ah, je bent super!” hij grijnsde en het glas was in één slok leeg.

Tegen de avond stond het bed en de kledingkast al overeind, en ik ging beneden neuzen wat er te eten viel. “Oeh lekker, spaghetti.” Laurence glimlachte. “Vraag anders aan David of hij blijft eten? Hij heeft zo hard gewerkt!” ik glimlachte. “Goed idee.” Ik trippelde de trap op en David stond net op en klopte wat stof van zijn kleren. “Sorry, ik heb nog gene kans gehad te stofzuigen.” Grijnsde ik breed. “Geeft niet, ik ging toch net naar huis.” “Ahw, nu al?” mompelde ik beteuterd. Hij lachte. “Ik kom morgen wel terug voor je bureau en die boekenkast hoor.” “Maar we wilden je eigenlijk vragen of je bleef eten? We hebben spaghetti.” Ik grijnsde. “Oké, nu ben ik om. Ik houd van spaghetti.” Ik lachte en we liepen naar beneden.

Reageer (1)

  • iheartgomez

    Ik hou gewoon van dit verhaal!
    (H)

    1 decennium geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen