Foto bij || 2 ||

Ik heb mijn ogen gericht op de man waar mijn moeder voor werkt. Ze maakt kleren voor hem. Ik weet niet of ze kapot zijn of dat hij wil dat ze iets voor hem maakt, want dat kan ik niet verstaan, maar sinds hij ons fijne huisje binnen is gedrongen, heb ik het gevoel alsof het veel kouder is. Het is echter zomer.
Hij kijkt gelukkig niet naar mij, terwijl ik met mijn zusje speelde. Ze was zeven, maar erg wijs voor haar leeftijd. Dat vond ik dan. Owen, mijn jongere broer van twaalf, vond haar niet meer waard dan een konijn.
Na een tijdje gaat de man weer weg. Hij groet mijn moeder en knikt Morgan en mij toe. Bah. Het is een engerd. Met zijn korte, zwarte snor en lange, zwarte jas.
Toen hij de deur uit was, liep ik naar mijn moeder en ging bij haar en haar weefgetouw zitten.
'Hij is de baas van je vader,' legde ze uit bij het zien van mijn gezicht. 'Hij kwam alleen wat afleveren.'
Ik knikte alleen en liep naar buiten om Owen te zoeken. Ik denk dat hij weer kattekwaad uithaalde. Stom joch.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen