1
Laat ik me dan, om mee te beginnen, maar eens voorstellen. Mijn naam is Melanie de Leeuw. Grauw. Nee, geintje, zo stel ik me altijd voor. Ik ben niet gevaarlijk. Ik ben eigenlijk best aardig. Oké, misschien ben ik wat minder aardig tegen mensen die ik niet mag, maar ik denk dat iedereen daar wel last van heeft. Ik be wel héél aardig voor mijn vriendinnen. En ik ben héél aardig voor mijn ouders, tenminste, toch wel één keer in de week. Op zondag is dat, om precies te zijn. Dan breng ik ze ontbijt op bed, heel uitgebreid, met zelfgebakken croissantjes. Of nou ja, zelfgebakken... eigenlijk zijn het kant-en-klare deegstukjes uit een blik. Die hoef je alleen maar in de goede vorm te rollen en in de oven te stoppen. Maar ik pers wel verse sinaasappelsap. Dat doe ik al sinds de brugklas, het is een soort traditie geworden. Mijn ouders worden er steeds weer blij van, dus waarom zou ik het niet doen?
Dit lief zijn voor mijn ouders heeft - behalve dat ik ze erg oké vind en ze graag een plezier doe - ook nog een ander doel: hoe aardiger ze mij vinden, hoe meer het scheelt in de onderhandelingen. Onderhandelingen bijvoorbeeld over tot hoe laat ik uit mag. Eigenlijk mag ik nog niet tot heel laat uit, omdat ik net zestien en geworden. Maar op een mooie zondagochtend, tijdens het ontbijt op bed, begon ik te onderhandelen. Resultaat: ik mag nu wél 's avonds nog weg! Onderhandelen met ouders die je ontbijt op bed geeft, die je zo:
Je komt binnen met een extra lekker ontbijt. Denk aan bloemen in een vaasje, dat doet het vooral bij moeders erg goed.
'Goedemorgen!' roep je vrolijk.
'Melanie, lieverd!' roept je moeder dan, als je tenminste Melanie heet. 'Wat heerlijk!'
Je vader bromt tevreden.
'Lekker geslapen?' informeer je beleefd.
'Natuurlijk, heerlijk, dank je,' zullen je ouders antwoorden. Nu is het moment van de waarheid aangebroken. De onderhandeling.
'Ik kon de slaap niet vatten,' mijmer je dan. 'Ik moest steeds maar denken aan mijn vriendinnen. Ze vonden het zo jammer dat ik gisteravond zo snel weg was.'
Hiermee laat je dus je sentimentele kant zien. Je geeft duidelijk om je vriendinnen en niet om jezelf. Vinden ouders leuk.
'Vroeg weg?' zal je moeder waarschijnlijk roepen. 'Maar je was er tot half twaalf!'
'Precies, tot net een uur nadat het openging,' antwoord je dan met een snik in je stem. 'Mijn vriendinnen mogen tot half twee blijven. Maar omdat ik niet mee kon, zijn ze vroeger naar huis gegaan...' Geef nog een snik of kijk zielig. 'Ik baal er wel een beetje van dat ik elke keer hun avond verpest.' Vervolgens laat je dat even bezinken en dan kijk je alsof je opeens een superidee hebt. 'Hé!' roep je verrast. 'Als ik nou wat langer mag blijven voortaan, dan kunnen zij het ook nog leuk hebben!'
Je ouders zeggen waarschijnlijk dat ze hierover na willen denken.
'Neem de tijd,' moet je dan zeggen. 'Geniet lekker van jullie ontbijt!'
Dat laatste zorgt ervoor dat ze er nog even ingewreven krijgen dat ze zo'n lieve, zorgzame dochter hebben die hun ontbijt op bed heeft gebracht. Dat helpt erg bij het nadenken.
Kom een uurtje later terug en kondig aan dat je de ontbijtspullen gaat opruimen. In mijn geval zeiden mijn ouders op dat moment: 'Melanie, we hebben erover nagedacht. Je mag voortaan wegblijven tot één uur.'
Tot één uur, niet al te laat, maar goed genoeg. En het is ook wel vrij redelijk.
Mijn ouders zijn ook redelijk. Mijn moeder is advocate en weet alles van rechtvaardigheid - dat mag ik tenminste hopen voor haar en haar cliënten - dus die bekijkt alles heel nuchter en redelijk. Dat is aan de ene kant weer jammer, omdat ik dan moeilijk tegen haar in kan gaan. 'Je gelijk krijgen hoeft niet per se leuk te zijn, Melanie,' zegt mijn moeder vaak wijs. Waarmee ze bedoelt dat ik mijn mond moet houden omdat ik te veel doorzeur over iets wat ik wil en toch niet krijg.
Mijn vader is huisman. Ja, ze bestaan! Ik vind het superstoer dat hij het huishouden doet. Bovendien kan hij echt heerlijk koken... o, kwijl. Als ik denk aan de geweldige pizza's die hij zelf bakt, de ovenschotels die hij bedenk en overheerlijk klaarmaakt... dan houd ik het bijna niet meer en ren ik vaak zo snel mogelijk naar de keuken om de koelkast door te spitten, op zoek naar overgebleven stukjes ovenschotel of pizza. Of het nu 's morgens is of 's avonds. Ik zi het probleem niet zo, maar als ik het aan mijn vriendinnen vertel, trekken ze meteen zo'n vies gezicht. 'Dat éét je toch niet 's ochtends vroeg?' en 'Ik moet er niet aan dénken!' roepen ze dan. Nu zijn ze eraan gewend en zeggen het niet meer, maar ze trekken nog wel een vies gezicht als ze denken dat ik het net zie.
Het is ook wel zo dat mijn vriendinnen er echt niet tegen kunnen. Als ik ze in de eerste pauze meesleur naar het winkelcentrum tegenover de school, omdat ik spontaan een enorme behoefte heb aan chips met dipsaus of een pizzabroodje, gaan ze met tegenzin mee. En dat terwijl ze best van winkelen houden. Maar goed, ze houden dus niet van warm eten of chips in de ochtend. Rare mensen. Voor de rest zijn ze wel oké. Tenslotte zijn het mijn vriendinnen.
Je hebt Lindsay, de 'zeurder' van ons groepje van drie. Zeuren moet je op een positieve manier opvatten, hoor. Ze bedoelt het namelijk ook niet écht negatief. Het is gewoon leuk. Als we met biologie bijvoorbeeld een practicum moeten doen - denk aan kikkers ontleden - begint het 'zeuren'.
'Ik voel mijn ontbijt opkomen en dat moet dat van gisteren zijn, want ik heb nog niet ontbeten,' klaagt Lindsay dan. Ik vin het superknap dat ze altijd met zulke opmerkingen komt. Klagerig, maar toch op een grappige manier. Alleen kunnen de leraren het niet altijd waarderen.
Lindsay komt graag bij andere mensen thuis, omdat ze zelf een minikamertje heeft. Haar ouders hebben het niet zo breed en soms schaamt ze zich daarvoor. Dat vind ik vrij stom, want ik wil haar vaak best wat geld lenen. Maar dat wil ze bijna nooit aannemen omdat ze zich an nog meer schaamt. Nu heb ik de oplossing gevonden: voor haar verjaardag koop ik gewoon extra veel cadeautjes. Ha, laat haar dan maar eens protesteren. En dat doet ze ook niet, ze is altijd reuzeblij als ze cadeautjes krijgt.
Maar goed, genoeg over Lindsay. We stappen even over naar Iris. Iris is duidelijk de knapste van ons drieën. Het type dat je in modebladen altijd voorbij ziet komen. Eet alles wat los en vast zit, maar komt geen grammetje aan. Iedereen kent wel zo iemand. Iemand op wie je eigenlijk stikjaloers zou moeten zijn. Dat zijn alle meiden uit onze klas ook, behalve Lindsay en ik. Want op vriendinnen ben je gewoon minder snel jaloers. Tenminste, dat idee heb ik.
Ik heb er eens over nagedacht hoe ik over Lindsay en Iris zou denken als ze mijn vriendinnen niet waren en dàn zou ik wel jaloers op ze zijn. Raar, hè? Maar het is wel zo.
Ik zou bijvoorbeeld jaloers zijn op hoe grappig Lindsay is en hoe ze altijd hoge cijfers haalt. En ik zou jaloers zijn op haar bruine haar, dat superlang is en een beetje krult. Het zit altijd perfect - zelfs na een nachtje slapen!
Zucht. En dan heb ik gewoon blond haar tot net over mijn schouders, zo steil als het maar kan.
Waar ik bij Iris jaloers op zou zijn, is haar figuur. Ik heb het al eerder gezegd, ze zou zo fotomodel kunnen worden. En ze kan eten wat ze wil. Ja, iedereen kan eten wat hij of zij wil. Dat kan ik ook, maar ik kom ervan aan, dat is het punt. Of tenminste, ik kom er niet echt van aan qua gewicht, maar ik krijg een beetje een bol buikje. Geen echt buikje, straks denk je dat ik lelijk ben of zo, maar het is een klein begin van wat ooit misschien wel een buikje zou kunnen worden. Eventueel, in de toekomst ergens. Nou ja, je begrijpt denk ik wel wat ik bedoel. Laten we het erop houden dat ik blij zal zijn als de heupbroeken niet meer 'in' zijn, want door die dingen wordt mijn huid zo omhooggeduwd, dat ik er eigenlijk geen korte shirtjes op kan dragen. En het doel van een heupbroek is juist dat ik wél wat vlees laat zien. Zo van: 'Kijk eens, jongens, dit mogen jullie nou nooit aanraken, zien jullie het? Ha! Stelletje sukkels.'
Maar goed, daar zou ik bij Iris dus jaloers op zijn: haar figuur. Waar mijn vriendinnen jaloers op zouden zijn bij mij? Tja, ik heb bijna nooit puistjes. Eens in het jaar komt er eentje, op mijn rechterwang, vlak bij mijn oor. Dus niet midden in mijn gezicht, boven mijn neus of zo. Nee, netjes weggestopt in een hoekje. Als ik mijn haar los draag, zie je er helemaal niets van. Heerlijk toch?
En ze zouden waarschijnlijk ook jaloers zijn op mijn energie, ik zit boordevol energie. En o ja, ik kan mensen goed afkraken. Ik weet niet of dat iets is om jaloers op te zijn, maar het betekent in elk geval dat ik mijn woordje klaar heb. Kom maar op, wereld! Ik ben namelijk nergens bang voor. En dat is heel prettig, kan ik je vertellen.
Er zijn ook dingen waar ik minder blij mee ben... maar daar heb ik het nog even niet over. Tenminste, eigenlijk heb ik er al wat van verklapt. Weet je het niet meer? Prima, want ik wil het er écht niet over hebben. Ik schaam me namelijk dood en niemand die ik ken mag het weten. Tot nu toe weet dan ook niemand ervan. Ik wil het eigenlijk ook hélemaal niet vertellen. Maar toch moet ik het kwijt.
Pff, ik draai een beetje door.
Ik moet er nog even lang en diep over nadenken. Zal ik je het nu wel of niet vertellen?
Oké, genoeg gezeurd, ik vertel het wel. Hij verdient het dat er over hem gepraat wordt, omdat hij zo geweldig is en zo knap en zo leuk...
Help, ik moet dit soort dingen niet zeggen! Ik begin wel gewoon met zijn naam, dat lijkt me een verstandig idee.
Marc
Ja, Marc. O, die naam alleen al... Maar goed, Marc is... sukkel nummer één van de klas. Oké, ik overdrijf, sukkel nummer twee. Daniël is sukkel nummer één. Die heeft namelijk een nog fouter kapsel dan Marc en kleedt zich verschrikkelijk. De kleding van Marc valt nog wel mee. Natuurlijk, soms twijfel ik aan zijn verstand als hij zijn vreselijke, nét iets te strakke shirt aanheeft, maar goed, dat is zijn probleem. Eigenlijk staat dat shirt hem best goed. Hij heeft namelijk een blokjesbuik. Nee, niet echt, maar wel een beetje. Een beginnend blokjesbuikje, zoals ik een beginnend buikje heb. Het valt niemand op omdat niemand erop let, maar mij valt het wel op. Ja, dat betekent helaas dat ik erop let... Maar om verder te gaan: hij is dus echt niet leuk. Want hij is en blijft een nerd, dat was hij al vanaf de brugklas. Waarom? Nou, als je even hebt...
Ten eerste moet hij echt enorm veel zitten leren, want anders zou hij nooit achten en negens halen. Ik ga er tenminste van uit dat hij niet alleen maar slim is, want Lindsay is ook slim en die haalt zevens en achten. Om maar even het verschil aan te geven tussen iemand die slim is en iemand die meer de nerdkant op gaat.
Ten tweede zegt hij geen stom woord. Nou, als iemand nooit wat zegt in de klas, wat heb je dan aan hem? Hij kwam een keer op school met zijn arm in het gips. Dit jaar nog. Hij zat achter me, omdat hij als laatste binnenkwam en er geen plaatsen meer waren. Te klein lokaal, hebben we vaker last van. Ik reserveer de tafels achter me altijd als tassenplek. Maar goed, omdat hij nergens anders kon zitten, had ik mijn tas weggehaald toen de leraar het vroeg. Ik draaide me naar hem toe en zag dus dat zijn rechterarm in het gips zat.
'Wat heb jij nou gedaan?' probeerde ik een gesprek te beginnen.
Hij lachte en zei: 'Mijn arm gebroken.'
Daarna pakte hij moeizaam zijn spullen uit zijn tas. Hij sloeg zijn schrift open en begon de opgaven van het bord over te schrijven. Met links, maar dat deed hij ook voordat hij z'n rechterarm gebroken had. Wat dat betreft, had hij dus geluk gehad. Ik keek in zijn ogen, of nou ja, ik keek nààr zijn ogen want hij keek niet terug. O, zijn ogen zijn zo... Wacht, moment, ik dwaal af. Nou, ik was dus stomverbaasd. Ik had hem de kans gegeven om met me te praten. Om een keer een ècht gesprek te hebben. Ik neem namelijk aan dat hij, als hij zo lang zijn mond heeft gehouden, eindelijk wel eens wat wil zeggen. En wat doet hij? Hij gaat meteen aan het werk. Daaruit kon ik opmaken dat hij waarschijnlijk niet eens zo heel veel te vertellen had.
Dan nog het derde punt: hij brengt zijn pauzes altijd door in de bibliotheek. Hoe ik dat weet? Ik zie hem nooit in de kantine. In de gangen mag je niet rondlopen tijdens de pauze en alleen in de bibliotheek kun je zitten. Een andere verklaring is er niet. Ik snap sowieso niet waarom iemand vrijwillig naar de schoolbibliotheek gaat. Laat staan in de pauze. Er zijn toch wel leukere dingen dan dat? Ik breng mijn tijd liever met vrienden door.
En o ja, punt vier: hij lijkt helemaal geen vrienden te hebben. Dat is niet zo gek als je met niemand praat, maar het lijkt er echt op dat hij met niemand omgaat. Ik kom hem ook nooit tegen in de bioscoop of in de stad. Ook niet tijdens het uitgaan. En dat is raar, want hij is iets ouder dan ik - zag ik op de klassenlijst - dus hij is al een heel tijdje zestien. En ik heb altijd begrepen dat jongens eerder uit mogen gaan dan meisjes en dat ook veel vaker doen. Maar hij dus niet. Daarom denk ik dat hij geen vrienden heeft, omdat hij niets doet wat je met je vrienden zou doen.
En als laatste is hij een nerd omdat hij er altijd is, op school. Altijd, echt altijd. Het is alsof je een extra decoratiestuk hebt zitten in het klaslokaal. Een modelleerling,. Je ziet hem zo over het hoofd, maar als hij er niet zit, lijkt het lokaal niet compleet. Vorig jaar was hij een keer ziek en toen pas viel het ons op, dat hij er daarvoor wel was.
Nou, dat is vrij ernstig. Ja toch? Hij is gewoon bijna onzichtbaar als je niet op hem let.
Nu duidelijk is geworden dat hij toch echt wel een nerd is, kan ik wat gaan vertellen over hoe knap en geweldig hij is. Niet dat het valt te beschrijven, maar ik zal mijn best doen.
Zijn ogen, daar heb ik al over gehad. Die... laten je gewoon een beetje wegdrijven. Ken je dat gevoel dat je in de zomervakantie heerlijk bruint ligt te worden, dobberend op een luchtbed in de zee, starend naar de felblauwe hemel? Ja? Nou, zoiets dus. Zijn ogen zijn ook zo blauw... waarmee hij trouwens voldoet aan een schoonheidsideaal: bruin haar, blauwe ogen. Of was het blond haar en bruine ogen? Volgens mij alle twee. Maar hij ziet er zo goed uit, als hij je uiteindelijk is opgevallen...
En hij doet dus blijkbaar aan sport, want anders heb je geen beginnend blokjesbuikje. Ik bedoel zo'n geweldige sixpack, alleen vind ik het woord blokjesbuik veel leuker en duidelijker. Als je het over een sixpack hebt, kun je namelijk ook bier bedoelen en dat lust ik niet eens. Dus noem ik het een beginnend blokjesbuikje. Ik durf te wedden dat hij in de zomer suiperbruin wordt. Ik heb het me al zo vaak voorgesteld: ik naast hem, zonnend op het strand en af en toe kijk ik opzij om te zien hoe zijn blokjesbuikje mooi bruin wordt... vervolgens bied ik aan om hem in te smeren en lacht hij naar me en zegt: 'Mijn arm gebroken.'
Ja bah, een fantasie over hem eindigt altijd zo abrupt. Ik weet namelijk niet hoe hij praat. Het enige dat ik hem ooit heb horen zeggen, is: 'Mijn arm gebroken'. Nou, lekkere zin om over te fantaseren. Zie je hem al zitten? Ik romantisch doen op het strand, hem insmeren op zijn blokjesbuikje, hij met zijn arm in het gips. Dan kunnen we niet eens de zee in.
Het is dus nodig dat ik op korte termijn iets ga bedenken waardoor hij ervan overtuigd is van het feit dat hij tegen me moet praten. Ik zou de school in brand kunnen steken en zorgen dat hij met mij opgesloten zit in een lokaal. Maar goed, dan komt de brandweer erbij. Bovendien moet ik dan eerst helemaal naar de winkel om een aansteker te kopen en wie weet fikt de school niet eens zo geweldig.
Ik zou natuurlijk nog eens kunnen proberen een gesprek met hem aan te knopen. Maar waar zou ik het over moeten hebben? 'Hoe kom je aan die blokjesbuik?'
Dan zou hij zeggen: 'Gesport,' en vervolgens zijn boeken pakken.
Het lijkt me dus duidelijk dat ik in een crisissituatie recht ben gekomen. Ik wil met een jongen praten op wie ik niet verliefd wil zijn en mijn vriendinnen mogen niet eens weten dat ik met hem wil praten. Als ik niet snel een goed plan verzin, blijft mijn leven één grote crisis.
Er zijn nog geen reacties.