Ik doe de deur langzaam achter me dicht. Het is pik donker buiten en bovendien niet echt wat je noemt warm. Ik loop langzaam naar de garage en pak mijn fiets. Het enige wat ik nu kan doen is hem redden, voordat ik heb ook nog eens kwijt ben. Ik mag hem niet, nee. Zeker niet na wat hij haar aangedaan heeft. Maar het is wel mijn vader, toch? Langzaam fiets ik de bekende weg over, langs de kerk. Het is muisstil. Ieder gewoon mens zou slapen. Ik kijk op mijn mobiel. 4 uur, moet het dan niet gesloten zijn? Ik kom bij het café aan. Inderdaad, het is gesloten. Waar kon hij dan zijn? Ik besluit hem maar te bellen, wetend dat het toch geen nut heeft. Zeker als hij in zo’n bui is neemt hij vast niet op. Mijn mobiel gaat over, maar er neemt niemand op. Stik toch, denk ik en fiets terug naar huis. Als ik thuis kom zie ik dat er licht brand. Fijn, hij is gewoon thuis. Ik zet mijn fiets in de garage en ga terug naar binnen. Ja hoor, hij heeft weer een fles in zijn handen. Hoe komt hij daar nou weer aan? ‘Milan, je bent weer thuis’ zegt hij met een zwaar dronken stem. Ik voel mezelf niet goed worden. Dit is precies de reden waarom ik nooit van me leven een druppel alcohol ga drinken. Als ik het ooit wel zou drinken zou ik mezelf haten, en het mezelf nooit vergeven. Hij komt naar me toe gelopen en geeft me een knuffel. Niks zeggen Milan, denk ik. Zijn adem ruikt sterk naar alcohol. Bah, wat haatte ik dat spul. Ik duw hem bij me weg. ‘Ga slapen, je hebt gedronken’ zeg ik. Hij kijkt me aan. ‘Mijn kleine Milan is al groot geworden’ zegt hij als een klein kind. ‘Flikker toch op man’ zegt ik een beetje geïrriteerd. Maar dat had ik niet moeten doen. Zijn ogen, die blik… Ik weet niet hoe ik het moet omschrijven. Hij komt dichterbij, pakt me vast en voor ik het weet slaat hij me. En niet zo zacht ook niet. ‘Ga dan maar weg, ik heb je niet nodig. Je betekent niks voor me, hoor je dat’ roept hij. Ik probeer los te komen. Maar het lukt niet. Hij is te sterk voor me. Zie je nou wel Milan, je betekent niks voor hem. Doe nou wat hij zegt en ga weg, spring voor een trein. Dat merkt niemand. Bah, rotgedachtes. Maar ik kan het niet laten om er niet aan te denken. Eindelijk kom ik los en loop weg. ‘Waar ga jij naar toe’ roept hij me na. Maar hij is te laat ….

Reageer (6)

  • Djolieee

    So.. so, so proud, my friend..

    1 decennium geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen