Slangen

Was het een geschrokken krekel misschien, die vluchtig was opgesprongen toen hij haar had horen aandonderen, zijn soortgenoten waarschuwend voor het naderende gevaar?
Allison Wisner liep het stille pad op, schichtig, als een wild dier. Ze had haar hoofd verschrikt om-hoog gerukt toen ze een zachte plof hoorde, een geluid bijna als een snelle voetstap om je evenwicht te bewaren als je bijna achterover viel.
Maar ze moest zich niets verbeelden. Wie zou dit pad nou nemen? Voor zover ze wist was zij de enige die ervan afwist. Het lag goed verborgen achter een natuurlijke omheining van doornstruiken, en enkel iemand die het niet kon schelen dat zijn kleren kapot werden gescheurd zou daar verder zoeken. En dat soort personen waren zeldzaam. Behalve wat roekeloze kinderen dan. Maar toch, welk kind zou zo stil en rustig in het hoge gras blijven zitten?
Toen hoorde ze het nog een keer. Samen met het gesis van een adder. En nog een keer.
Dat was geen krekel. Dat was een mens. Was iemand haar gevolgd?
Vanaf zijn plekje in het gras was Luke Calligan onzichtbaar. Hoopte hij. Zijn shirt zat vol dorens van die ellendige struiken, en prikten in zijn vel. Had Allison geen ander pad kunnen uitkiezen? Eentje met veel bomen en zacht mos bijvoorbeeld? En vooral zonder die gemene struiken.
Hij was Allison gevolgd, benieuwd wat ze deed buiten school. Niet dat hij verliefd op haar was of zo, maar het was gewoon…Hij wist het zelf eigenlijk ook niet echt.
Ze was interessant, dat zeker. Met haar honingblonde haar en donkerblauwe ogen zag ze er niet bepaald bijzonder uit, hij kon zo nog vijf meisjes opnoemen die aan dezelfde voorwaarden voldeden.
Maar haar gedrag was wat hem zo intrigeerde. Ze was stil, zei enkel het hoognodige. Een enkele keer lachte ze hardop. Maar als je dan probeerde een gesprek probeerde aan te knopen, of een grapje te maken, dan reageerde ze nauwelijks. Net alsof ze ergens anders was. Ze leek dan oneindig ver te kijken, al was ze enkel naar het schoolbord aan het staren. Mijlenver weg. Dat gezegde leek voor haar gemaakt te zijn. Luke wist er zich geen raad mee.
Maar nu, nadat ze eerst met gemak langs alle doornstruiken was gekropen, en het pad betrad, was ze iemand anders. Vrolijk, ze huppelde bijna, liep ze langs het hoge gras waar hij zich snel had verborgen.
Zo vrij en lichtvoetig als ze was, hij kon zijn ogen er bijna niet vanaf houden. Haar zomerjurk fladderde om haar heen, en hij zag hoe de struiken haar blote benen hadden bekrast.
Vreemd genoeg leek het bij haar te passen. Iemand die zo over de bosgrond kon wandelen, met een gezicht alsof ze hier thuis was, hoorde geen ongeschonden blanke witte benen te hebben.
Had ze ook niet. Zongebruind, met rode strepen, blauwe plek op haar linkerkuit, een kleine schaafwond op haar knie. Ze kwam zo te zien veel buiten, en was niet bang om gewond te raken.
Zo bezig met haar te bestuderen, nee bewónderen, als hij was, merkte hij niet dat er een beest van de klasse Reptilia, orde Squamata langzaam op hem af was geglibberd.
Een slang. Thuis had hij ook een slang, in een terrarium. Of liever gezegd zijn broertje. Hij was dol op het beest, en deed niets liever dan iedereen die maar wilde luisteren (en ook degenen die dat niet wilden) allerlei stomme feiten over zijn favoriete dier te vertellen.
Luke was niet dol op die beesten, verre van. Zoals ze over de grond kropen, met dat walgelijke kronkelende lijf, die messcherpe tanden…Hij haatte ze.
Daarom was het eerste wat in hem opkwam niet wat voor slang het was, of hij giftig was of of hij hem zou vangen en meenemen, zoals zijn broertje zou hebben gedaan.
Nee, het eerste wat in hem opkwam was: rennen! En dat was ook wat hij deed. En hij rende recht tegen Allison op, die was gestopt om te kijken wie daar in het gras zat.
Er zijn nog geen reacties.