Hoofdstuk 2.
De volgende dag ben ik vroeg wakker.
Niet alleen omdat ik een nieuw geheim heb en ken.
Maar ook omdat papa vandaag zou gaan bellen met de school en ik daar heel veel zin in heb.
Ik ben net wakker.
Vannacht ben ik erachter gekomen dat ik niet zo maar een gewoon mens ben, ik ben een speciaal mens.
Mijn moeder heeft me verteld dat ik krachten heb die verder bijna niemand heeft en dat ik daar heel erg trots op mag zijn en me niet hoef te schamen.
Vandaag ga ik proberen wat ik kan.
Ik loop naar beneden pak mijn ontbijt en ga aan tafel zitten.
Ik heb net gedoucht en heb mijn training kleren aangedaan.
Zometeen ga ik naar buiten om mijn oefeningen te doen.
Ik ben net klaar met eten als mama naar beneden komt.
Wat ga je vandaag doen, lieverd?
Ik ga zometeen achter in de tuin mijn oefeningen doen en daarna ga ik boven mijn kamer opruimen.
Oké je moet wel oppassen met je krachten hoor want niet iedereen vind het even leuk.
Is goed.
Ik geef haar een kus als ik langsloop en ga naar buiten.
Uhm hoe moet dit?
Als je even wacht wil ik je wel helpen!
Graag pap ik weet helemaal niet waar ik moet beginnen.
Mijn vader komt naar buiten en geeft me iets.
Hier, het is van je moeder geweest.
Je moeder had hem van school gehad toen ze op school kwam het is een soort staf.
Pap mag ik je iets vragen?
Ja hoor lieverd natuurlijk mag je dingen vragen, wat is er?
Waarom zijn jullie niet bij de school gaan wonen hier weten mensen niet eens dat jullie het kunnen enz.
Omdat je moeder graag bij haar familie wou blijven wonen, maar probeer maar eens iets.
Wijs naar die planten en zeg bijv. groei.
GROEI, het lukt niet.
Je moet het ook niet zeggen als een bevel lieverd, het is een soort vraag let op.
Papa wijst naar de plant en zegt heel aardig: Groei.
Je ziet de plant groter worden.
Wauw wat mooi.
Nu is het jou beurt lieverd.
Ik pak de staf en zeg tegen de plant: groei.
Er zijn nog geen reacties.