Titelloos
Het meisje had al overal gezocht, maar kon haar moeder nergens vinden. Daarnet had ze haar nog een jurk aangepast, en nu was ze verdwenen. Het was een hele mooie jurk, veel te duur voor haar. Hij was dan ook niet voor haar, maar voor een rijkeluisdochter met dezelfde maat. Haar moeder was een dienstmeid, maar meestal moest ze kleding maken; dat was haar talent. Ook in het dorp waar ze vandaan kwam was ze kleermaker geweest. Iedereen met gescheurde of te kleine kleding kwam naar haar om het te laten verstellen of nieuwe kleren te laten maken. Maar ookal was ze geliefd geweest, het hele dorp had haar verstoten toen ze achter de ware aard van haar dochter kwamen - de vader had niemand ooit gezien. De vader van het meisje, zo had haar moeder haar verteld, was een knappe jongeman die niet veel van de wereld wist. Hij was opgegroeid in de vampiergemeenschap - want dat was wat hij was, een vampier - maar was eropuit getrokken en had zo haar moeder ontmoet. Hij had hetzelfde roodblonde haar en dezelfde bloedrode ogen als het meisje. Hij was 's nachts gekomen en voor het ochtendgloren weer vertrokken, niet wetend hoeveel schade hij had aangericht. Haar moeder had maar één plek kunnen bedenken waar ze veilig zou zijn met haar dochter. Daarom was ze, toen haar dochtertje nog nauwelijks een jaar oud was, vroeg in de morgen naar het grote kasteel vertrokken waar de vampiergemeenschap leefde, om daar als dienstmeid te werken en wonen. Vanwege aar kleermakerstalenten en haar halfvampierdochter werd ze met open armen ontvangen.
Het meisje snoof diep. Misschien zou ze haar moeders geur kunnen volgen, hoewel de kans groot was dat de geuren van andere personen het spoor verstoorden. Maar ze had geluk; het geurspoor was nog erg duidelijk en ze kon het zonder moeite volgen. Ze kwam uit bij de kamers van Gunnar, een belangrijk lid van de Raad. Geluidloos opende ze de deur. Ze keek naar binnen en zag haar moeder, bibberend van angst, maar met dapper geheven hoofd, tegenover Gunnar staan. Hij had een gelukzalige gllimlach op zijn gezicht, zijn bovenlip iets opgetrokken, waardoor ze zijn scherpe, parelwitte hoektanden kon zien. Hij snoof diep, genietend van het moment - en draaide zich plots om naar haar. Hij had haar geur geroken, en het meisje, dat zo-even nog verstijfd was geweest van schok, stapte naar voren. Haar moeder keek haar angstig aan, schudde haar hoofd, maar het was nu te laat. "Ah," zei Gunnar, "Kom je je moeder halen, meisje? Wat is je naam?" "Alice," fluisterde ze. "En hoe oud ben je, Alice?" "Zes. Blijf van mijn moeder af." "Hm. Het spijt me, Alice, maar je moeder zal deze kamer niet meer verlaten, ben ik bang. Ga nu maar weg, ik denk niet dat je hier bij wil zijn. Of moet ik je wegbrengen?" Een dierlijke grom ontsnapte uit haar keel. Ze zette zich schrap, en met haar handen als klauwen uitgestrekt, sprong ze op Gunnar af. Ze zou hem op zijn borst hebben geraakt, maar hij stak zijn armen uit en ving haar op. Ze sloeg wild in het rond, krabde en beet, maar Gunnar lachte alleen maar. Tenslotte liet ze haar armen zakken en keek hem vol haat aan. Hij liet haar los, en meteen vloog ze naar het plafond. Ze blies naar hem als een kat en duwde zich af. Dit keer schoot ze tussen zijn armen door en beukte hem in zijn maag. Knarsetandend struikelde hij achteruit, maar al snel hervond hij zijn evenwicht weer. Hij gromde, kormde zijn rechterhand als een klauw en sprong op haar af. Ze gilde, maar haar moeder gilde harder. Met al haar kracht deed haar moeder een laatste pging om haar dochter te redden. Ze sprong tussen Alice en Gunnar in - zijn hand boorde door haar middel. Alice zou aan de aanval een lelijke wond hebben overgehouden. Ze zou verzwakt zijn geweest, tijdelijk verlamd misschien. De slag was voor een halfvampier bedoeld, niet voor een mens. Zijn nagels sneden door het vlees als een warm mes door boter - in een fractie van een seconde lag haar moeder in twee helften op de grond, in een plas bloed die zich snel uitspreidde. Ook het meisje zat onder het bloed, van haar gezicht tot haar tenen. De mooie jurk voor het rijke meisje was helemaal verpest. Als versteend staarde ze naar de plas bloed waarin haar moeder lag. Twee emoties vochten om de overhand; pijn en bloedlust. "Dorstig?" vroeg Gunnar met een gemene grijns op zijn gezicht. Hij bracht zijn bebloede hand naar zijn mond en begon deze af te likken. Hij glimlachte triomfantelijk - hij had immers gekregen wat hij wilde. Het meisje had al een tijdje niet gedronken. Ja, ze was dorstig, heel erg dorstig zelfs. Het kostte haar de grootste moeite om zich om te draaien en zo hard als ze kon weg te rennen. Weg van Gunnar, weg van het bloed, weg van de tragedie, weg van het verdriet. Maar ze wist heel goed dat het verdriet haar zou achtervolgen, en ook dat ze het niet zou kunnen afschudden. Nooit.
Reageer (6)
nice... zo triest(huil)
1 decennium geledenmaar echt prachtig(H)
Cool verhaal
1 decennium geledenDit verhaal is inspi-opwekkend
1 decennium geledenja dat is een woordWat voor lang verhaal zou het gaan worden? Anders schrijf ik het wel voor je ;P
ooooh, ik neem abbo,
1 decennium geledensnelverder met volgende verhaal ;p
Jij + horror = vreemd. Oh wacht. Jij = sowieso al vreemd. Dus. Jij + horror = vreemde horror. Maar wel goed
En bloederig 
1 decennium geleden