De wonderlijke stem : “Mona toch, wees niet zo bang. Het word nog erger als je niet uit het bos verdwijnt. Ga naar het oosten en zoek een jonge prins, zijn oudere broer, zus en jongere zus. Daar zal je alles te weten komen.” Ik wachte tot hij verder zou praten maar ik hoorde niks. Hoe wist die nu mijn naam? En wat moet ik nu doen bij die prins? En zijn familie? mij intreseerd dat niet! Ik heb geen familie en vrienden! Mijn beste vriendin is zo juist neergeschoten! Op mijn verjaardag! Het zou een “SWEET SIXTEEN” worden! Leuk! Mijn vriendin word gedood! :’( ik begon te snikken. Ja, ik kan er nu ,niks meer aan doen. Ik zuchte en zei tegen mijzelf : “Waar is nu het oosten? Ik zie alleen maar overal zonnestralen maar de zon zelf niet!” Dan zag ik iets verder een opening. Ok, of dat nu het oosten is of niet, ik wil uit dit bos! Ik liep er naar toe en dacht dat ik er snel zou zijn. Wat bleek van niet, ik deed er bijna een uur of twee over! Maar goed, ik kwam uit het bos en keek nog even achter mij. Nu zag ik een gouden dingen bewegen achter een boom en kwam er niet meer uit. Ik was nieuwschierig, maar ik was niet van plan er weer in te gaan, hoor! Ik vergat het en keek wat er aan de andere kant stond. Mooie blauwe lucht, het gras was zo groenig. Verder wat van mij zag ik een kleine kamp van ongeveer 20 tenten. De kleuren zwart en blauw. Waar was ik eigenmijk? Dit is niet in het hartje van London. Waar ik eigelijk woon. En dit lijkt helemaal niet op de omstreken van London. Ik wist niet dat er van die rare mensen waren, die nog altijd in tenten woonden zoals in de Middeleeuwen. Het was hier ongeloofljk warm! En in London is het nog nooit zo warm geweest. Ja ene keer. Toen was er een hittegolf. Ik droeg nogthans een jeans-short, en toch had ik het warm. Mijn vestje deed ik uit en ik voelde mij goed in mijn topje. Ik liep naar het kleine kamp dat niet zo ver van het bos was verwijdert. Er waren rare mannen en die droegen nog oude kleren. Ik begon nog te denken of ik niet op een film set stond, maar ik vond geen enkele camera, belichting of microfoon. Zelfs geen producer. Geen scriptgirl. Niks! Nu begon ik nog te twijfelen of ik niet droom. Ze keken mij aan als leeuwen die naar een prooi snakten. Ik voelde me slecht en kreeg rillingen over heel mijn lichaam. Ik besloot mijn vestje terug aan te doen en liep naar een van de mannen : “Hey, can you tell me the way to London?” De man grijnsde, zodat je zijn geel-bruin tanden zag en zei met een schorse stem : “Ofcours I can do that...” Het leek mij een slecht idee om de man te volgen en draaide mij om. Voor mij zag ik een reusachtige man voor mij en tilde mij op. Ik : “Hé! Let me go! You’re a ugly man! Hé, I talk to you!!!” ik begon te schreeuwen en te schoppen en met mijn vuisten te slaan. De man zette mij terug neer en wéér een andere man bond mijn handen aan elkaar, op mijn rug. Ze duwde mij vooruit en ik : “Hé, relax, i can walk! You don’t have to push me!” Dan duwde ze mij op de stoffige grond. Ik zag niks, alleen stof. Ik moest toen hoesten. Na een paar minuten was de stofwolk om mij weg en ik zag een tent voor mij staan. Er kwam een jonge vrouw uit. Nee, ze was nog jonger. Ik schat haar een jaar of 16. Ze had blonde haren en een witte huid. Ze had een rood kleed aan dat haar wel stond. Haar blond haar was ouderwets opgezet. Ik keek in haar mooie lichtblauwe ogen. Ik ken die ogen: “Angel?! Oh, wat een geluk! Je leeft nog!Help mij eens even...” De vrouw : “Ik ben niet Angel! Ik heet London.”

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen