Tom is bedrogen door zijn vriendin en daardoor komen er plots heel wat onverwachte verklaringen boven drijven.

“Tom” zegt ze huilend, maar hij wil er niets van weten. “Denk je dat ik je nu nog vertrouw? Nadat je me hebt bedrogen? Het is uit” is zijn antwoord en hij loopt naar boven, naar zijn kamer. Kwetsen doet het hem niet, hij hield tenslotte niet van haar. Zuchtend laat Tom zich vallen op zijn bed. Ze was gewoon een middel tegen de pijn, die er door haar ook niet minder op werd. Tom was al zo lang verliefd op een onbereikbaar persoon, die toch zo dichtbij was. Hij had gehoopt verdriet te zien op zijn gezicht toen hij haar voorstelde als zijn vriendin, maar zijn blik was leeg. Plots weerklinkt er geklop op de deur. “Binnen” zegt hij en als hij zijn hoofd optilt om te zien wie het is, steekt hij zijn hoofd de hoek om. Hij, zijn broer, zijn liefde, zijn leven, zijn alles. “Hey Tom, waarom zag ik Clarissa huilend weggaan?”vraagt hij, zijn stem klinkt bezorgd. “Het is uit” is zijn botte antwoord en de bezorgdheid in Bill’s stem schiet naar zijn ogen. Hij gaat op de rand van het bed zitten en kijkt hem aan. “Waarom?” zijn ogen glijden over Tom’s gezicht waar geen pijn of verdriet op te zien is. “Gewoon, ze heeft me bedrogen. Ironisch niet? Ik, Tom, de player, ben bedrogen.” Zegt hij terwijl hij zijn schouders ophaalt. Bill kijkt hem ongelovig aan. “Doet het je niets? Vind je het niet erg?” hij kan niet geloven hoe koel zijn broer soms kan doen. “Nee” is zijn korte antwoord en hij kijkt weg. Tom weet dat Bill het haat als hij zo doet. “Waarom niet?” “Bill, gewoon. Ik hield niet eens van haar. Wat maakt het nou uit?” zucht Tom geïrriteerd. Bill’s mond valt open en zijn ogen worden groot. Tom, die hem vanuit zijn ooghoeken bekeek, moet een lach onderdrukken, het is eigenlijk wel een schattig gezicht. ‘Oh nee Tom, niet weer’ denkt hij bij zichzelf. “Waarom was je dan samen met haar?” blijft hij maar doorvragen. “Bill, laat het nou gewoon. Je zou het toch niet snappen.” “Tom, ik ben je broer, je tweeling dan nog wel. Hoe kan ik het nou niet snappen?” vraagt hij en leunt iets naar voor waardoor hij zijn hand als steun op Tom’s rug moet zetten. Tom verstijft, hij haat de reactie van zijn lichaam op de aanrakingen van Bill. Zijn rug is warm en zijn hart racet. “Dat is misschien het probleem” zegt hij, bijna onhoorbaar, maar hij weet dat Bill het nog net mee kreeg. “Tom, wat bedoel je nu weer? Je bent vandaag echt raar.” Tom zucht, voor de zoveelste keer die dag. “Ik was bij haar om iemand te vergeten. Het is niet eens gelukt” zegt hij en even staat hij zichzelf toe zijn ogen over Bill’s lichaam te laten glijden. Hij ziet hoe de haartjes op zijn broers armen recht gaan staan. “Wie dan?” vraagt hij. Tom vraagt zich af of hij nou echt hoop in zijn stem hoorde? ‘Nee Tom, vast je fantasie.’ denkt hij en haalt zijn schouders op. “Maakt niet uit, Bill. Die persoon is toch onbereikbaar.” en zijn ogen vallen weer op het patroon dat op zijn kussen is geschilderd. “Tomi, toe nou!” smeekt Bill met een pruillip en hij laat zijn vingers over Tom’s rug glijden. Bill wist altijd al hoe hij Tom moest overtuigen en toen hij later het effect van zijn pruillip ontdekte was Tom helemaal verloren. “Bill…” probeert hij nog, maar als Bill met zijn andere hand streelt over Tom’s nek geeft hij zich over. Bruusk staat hij op van het bed en gaat voor zijn kleine broertje staan. Bill krijgt ook altijd wat hij wil. “Wil je het echt weten, Bill?” Zwijgend knikt deze en Tom verzamelt alle moed die hij heeft. Goed dan, maar Bill heeft wel zelf aangedrongen. “Wat wil je weten, Bill? Dat jij die onbereikbare persoon bent? Dat ik je probeer te vergeten met een meisje, maar dat het niet lukt? Dat ik het koud en warm krijg als jij me aanraakt? Dat ik je zelfs in mijn dromen niet kan vergeten?” even kijkt Tom hem aan, maar loopt dan, als Bill niets zegt, de kamer uit. Als hij bij de deur is, voelt hij een hand om zijn pols. “Tom…” klinkt de stem van Bill. “Tom, kijk me aan.” Vechtend tegen de tranen draait hij zijn hoofd en kijkt recht in de ogen van Bill. Een eerste traan vindt zijn weg over zijn wang. “Waarom heb je het niet eerder gezegd?” “Wat moest ik zeggen Bill? Je bent mijn broer.” Zachtjes veegt Bill de traan, die nu al op Tom’s kaaklijn hing, weg. “De waarheid, je had ons heel wat gepieker kunnen besparen.” zegt Bill, lachend. “Hoe bedoel je?” vraagt Tom, verward. Zegt Bill nou echt wat hij denkt dat hij zegt? Maar voor hij een antwoord kan zoeken op die vraag, wordt het al opgehelderd door Bill, die zijn lippen op die van Tom drukt. Direct vergeet Tom zijn zorgen en verliest zich, in waarvan hij zeker weet, dat één van de beste kussen van zijn leven zal worden.

Reageer (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen