Spoor 3b
Iemand klopt aan mijn deur - ik voel me gedesoriënteerd. Ik weet dat ik heb geslapen, maar ik weet niet hoe lang. Het licht brandt nog in mijn kamer, ik hoor de stem van Rex aan mijn deur. Ik ben niet thuis- nee, ik zou in mijn kamer nooit zulk lelijk behang ophangen. Ik ben in een trein, ik ben onderweg naar het Capitool. Als ik probeer overeind te komen draait mijn hoofd, dus roep ik maar gewoon “Binnen”.
De gestalte van mijn mentor verschijnt in de deuropening. “Stoor ik?” vraagt hij. Ik schud mijn hoofd. Hij gaat zitten op de stoel aan het bureau tegenover mijn bed, en draait zich naar me toe. “Ik wilde het hebben over je eerste indruk, en wat tactieken, als je hoofd daarnaar staat. Gaat het al wat beter dan net?”
Ik probeer te achterhalen aan de toon van zijn stem of hij iets vermoedt van mijn morflingtrip van daarnet, maar als ik hem aankijk zie ik enkel bezorgdheid. “Het gaat wel,” zeg ik. Mijn stem klinkt rauw, ik geloof mezelf nauwelijks.
“Ik probeerde een uurtje geleden ook langs te komen, maar ik kreeg je toen niet wakker. Ik heb je maar laten slapen.” Hij glimlacht scheef. “Moet ik je overeind helpen?”
Ik trek mezelf maar rechtop, en sluit vrede met het feit dat de wereld voor nu draait. “Ik voel me…” prima, wil ik zeggen, maar dat zou een leugen zijn. “goed genoeg,” besluit ik maar.
“Goed, Miles-”
“Zeg maar Millie.”
Hij knikt. “Ik dacht al zoiets. Hato noemde je ook zo. Broer en zus zijn jullie?”
“Hato is mijn halfbroertje,” zeg ik. “Maar ik ken hem al sinds zijn geboorte, en ik heb hem altijd als een heel broertje gezien.”
Rex staart me even aan. “Goed, Millie. Je hebt straks zeven dagen in het Capitool om te trainen. Dat lijkt veel, maar als je niet gericht aan de gang gaat, kan het zo voorbij zijn gevlogen zonder dat je iets hebt opgestoken. Daarom is het belangrijk dat ik weet wat je kan, wat je wil, en waar je aan kan werken. Als eerste wil ik daarom weten: hoe schat jij je kansen in in de arena?”
“Prima,” zeg ik. Ik denk aan Hato. Mijn eigen kansen maken niet uit.
“Waar ligt dat aan, denk je?”
“Ik kan vechten.” Ik wijs naar mijn oog. “Vooral goed slaan. Maar meestal ook ontwijken, als ik het aan zie komen.”
Rex knikt. “Goed. Kan je klimmen of wonden verzorgen?”
Ik schud mijn hoofd.
“Dat zijn dan de onderdelen waar je zoveel mogelijk gaat proberen op te steken. Met klimmen kan je plekken bereiken waar niet iedereen bij kan - dat kan je een groot voordeel opleveren. Bovendien ben je sterk, dus denk ik dat je de basisbeginselen zo onder de knie hebt. En, wonden verzorgen, daar kan je niet alleen je eigen leven mee redden, maar ook die van iemand anders als het erop aankomt.”
Ik knik. Ik vraag me plots af wat voor adviezen hij Hato heeft gegeven.
“Zou je liever met een trainer werken aan je man-tot-manvaardigheden, of een nieuw wapen leren hanteren?”
Ik haal mijn schouders op.
Hij zucht. “Als ik met de deur in huis mag vallen…” Rex kijkt me met priemende ogen aan. “Waarom heb je jezelf aangeboden?”
“Ik-” Mijn adem stokt in mijn keel. Ik wil niet liegen, maar ik durf ook niet tegen Rex op te biechten dat ik hierheen ben gekomen om te sterven.
“Ik ga ervan uit dat je je niet zomaar hebt aangeboden,” dringt hij aan. “Ik ga er vanuit dat je Hato niet zomaar achter je schoof.”
“Ik wilde- ik wilde gewoon-” probeer ik.
Hij schudt zijn hoofd. “Je probeerde je voor de mannen aan te bieden. In zijn plaats.”
“Ik kan Hato niet aan zijn lot overlaten!” roep ik.
Het blijft even stil. Dan knikt Rex. “Daar was ik al bang voor.”
“Het was de bedoeling dat ik in zijn plaats zou gaan,” stamel ik. “Hij had hier nooit mogen komen.”
“En nu?” Hij leunt richting mij, en we maken kort oogcontact. “Wat is nu je plan?’
“Weet ik niet. Zorgen dat Hato wint.”
“Realiseer je dan wat je van jezelf vraagt?”
Ik kijk hem een beetje glazig aan. “Ik snap je vraag niet, denk ik.”
“Je leven geven voor iemand is niet niks.” Hij praat laag, bijna met een gedempte stem. “Je kan het nog zo graag willen, maar als het puntje bij paaltje komt, realiseert menig persoon zich dat ze hun eigen leven meer lief hebben dan wie dan ook.”
“Ik ben niet zo,” antwoord ik fel, maar hij houdt zijn hand omhoog voordat ik verder kan praten.
“Maar als je eigen leven geven al moeilijk is, dan is het leven van een ander nemen nog veel moeilijker. Geloof me, Millie, ik wil je niet de hoop uit het lijf praten, maar ik wil wel dat je weet waar je jezelf in verwikkelt.” Hij begint langzaam sneller te praten. “Je weet pas of je het kan tot het gebeurt. Maar het is makkelijker als je erover na hebt gedacht. Als je al vrede hebt gesloten met het feit dat je je broertje alleen maar kan redden als je bereid bent om ervoor te moorden. Als je vrede hebt met het feit dat hij misschien toekijkt. Dat hij je nooit zal zien als dezelfde persoon. Als je daarmee kan leven, en nog steeds alles zou willen doen om je leven te redden, dan zal ik je niet tegenhouden.” Hij kijkt tegelijkertijd in het niets en dwars door me heen. “Maar als je denkt dat je misschien gaat twijfelen… luister dan misschien voor één keer naar de egoïstische stem in je hoofd. Denk dan in ieder geval na over wat jij wil in de arena als je hier alleen zou zijn gekomen.”
Zijn woorden galmen na in mijn oren. Ik hoor alles tegelijkertijd, maar het bezinkt niet. Het blijft een paar seconden lang stil.
“Het spijt me.” Hij zijgt neer op de grond, praat weer op het rustige tempo van net. “Ik loop op de zaken vooruit. Maar ik kan je niet aanmoedigen om te sterven voor iemand als ik niet zeker weet of je het kan. Als jij misschien zelf wel meer kans hebt om te leven, maar alleen als je die kans neemt.”
Verontwaardigd valt mijn mond open, maar ergens achterin mijn borst voel ik een steek. Ik weet dat hij misschien wel gelijk heeft.
“Ik overval je hiermee,” zegt hij zacht. “Neem alsjeblieft goed de tijd om hierover na te denken. Tot je een besluit hebt genomen zal ik je hetzelfde mentoren als ieder ander tribuut die hier voor zichzelf is gekomen.”
“Ik kan Hato niet aan zijn lot overlaten,” herhaal ik. Ik hoor mezelf nauwelijks.
Hij glimlacht. “We spreken elkaar later nog wel. De rest komt later.” Hij loopt naar de deur, en ik wil hem zoveel vragen stellen, maar weet nog niet goed welke. Vlak voordat hij de klink vastpakt draait hij zich nog om. “Trouwens, Millie. Noem me alsjeblieft Luc.” Dan is hij weg.
Reageer (3)
Een capabele mentor die de tributen oprecht probeert te helpen?? Dat is pas origineel
Dit wordt een heel heftige keuze 17 uur geleden
lmaoooooo
9 uur geledenja teehee girlie "id die for my brother" wordt geconfronteerd met "but would you kill for him?"
Wanneer je erachter komt dat doodgaan niet et ergste deel van thg is
54 minuten geledenMillie HAHAHA
alsof je iets over jullie kamer te zeggen hebt meid sorry to break it to you"Soms kijk ik expres maar met één oog, zodat ik hem maar half zie
maar also awhhh
Oké queen maar kun je ook winnen?? Want dat is zegmaar wel een relevante toevoeging
En toen gingen ze samen gezellig boulderen??
Pijnlijk oef maar also even dit gesprek?? Dat is echt top. I love this!! Het zijn goede punten en fair enough dat het niet helemaal landt oeps maar het is echt wel heel nice?? Food for thought Millie 19 uur geleden
omg ik zou wel echt veel doen voor een boulder episode met onze huidige cast
9 uur geledenSame HAHAHA
1 uur geledenDamn. Wat geladen. I love it.
19 uur geledenRexLuc is real! Shout-out!!!klein beetje crisis! as a treat!!!!
9 uur geleden