hoofdstukken met consistente lengtes zijn voor losers

“Hato Carter!”
      Fuck.
      Ik zie de cameramensen draaien naar het hok van de twaalfjarigen. Ik wil gillen, slaan, maar ik kan niet bewegen. Nee, nee, nee, nee, nee… Ik zie zijn afwezige lach vertrekken, zoals ik al duizend keer in mijn hoofd heb gezien, ik hoor zijn naam in mijn oren galmen. Maar deze keer is het echt, en er is niks wat ik kan doen. Ik voel me machteloos als ik hem in beweging zie komen. Hij werpt me een wanhopige blik als hij langs me loopt. Ik steek mijn hand uit, maar een vredebewaker blokkeert het pad tussen ons twee.
      Ik zie Flaminia’s gezicht als ze Hato ziet - voor een seconde valt haar glimlach, en zie ik verdriet, nee, teleurstelling. Ik voel mijn borstkas trillen. Ze is teleurgesteld, omdat haar tribuut een arme twaalfjarige is, en geen sappige spierbonk is die leuke televisie gaat maken? Hoe dúrft ze.
      Dan is de glimlach weer terug, breder dan voorheen, en steekt ze haar hand uit naar míjn broertje.
      Hij beklimt de trap. Zijn benen trillen, het duurt een eeuwigheid voordat het over is. Ik zou iets moeten doen, maar ik kan niks doen. Niks, behalve-
      Het besef schiet me te binnen, en de woorden zijn al uit mijn mond voordat ik er erg in heb.
      “Ik bied me aan!”
      Het klinkt meer wanhopig dan heldhaftig, maar op dit punt maakt het me niks meer uit. “Ik bied me aan als vrijwilliger!”, herhaal ik, mijn stem lager en vaster deze keer. Ik recht mijn rug, houd mijn gezicht in de plooi. Ik laat een blik vallen op het vak naast me, en probeer de meest zelfverzekerde houding te kopiëren die ik zie. Ik weet dat ik niemand uit het district voor de gek houd - ik kom immers uit het vak van de meisjes - maar Flaminia is nieuw. Ik houd mijn vingers gekruisd dat Flaminia dom genoeg is om er geen twee vragen bij te stellen, om mijn acteerwerk te geloven. Als ik dit goed speel, hoeft Hato de arena überhaupt niet te zien.
      Geroezemoes stijgt op vanuit de vakken, vanuit het publiek. Asuka is opgestaan, haar mond opengeslagen. Mijn vader kijkt even stoïcijns als altijd. Ik loop met grote passen naar het podium, mijn blik strak naar voren gericht. Ik zie de ogen van mijn broertje groot worden, en als ik bij hem ben schuif ik hem in één beweging achter me.
      Flaminia bekijkt me van top tot teen, en knikt dan goedkeurend. “Een vrijwilliger, uit dít district zelfs, wat prachtig! Wie ben jij, als ik vragen mag? En bied je je aan voor de dames of de heren?”
      De knoop in mijn buik trekt zich strakker. Een kans. “Ik ben Miles Hoover,” zeg ik, terwijl ik mijn stem dieper probeer te laten klinken dat hij is. “Voor de heren.”
      Flaminia’s ogen gaan over mijn lichaam heen. Onder mijn vuile tanktop is nog wel wat aan curves te zien, maar mijn heupen gaan schuil onder mijn brede cargobroek. Ik recht mijn rug, houd mijn gezicht in de plooi. Ik hoop vurig dat mijn lengte en spieren in mijn voordeel werken, dat Flaminia dom genoeg is om me te geloven, ondanks het feit dat ik duidelijk uit het hok van de meiden kom. Er is in ieder geval niemand die nu ingrijpt.
      Ze knikt, duidelijk licht in de war. Ik zie haar op Hato aflopen. Ik houd mijn adem in. Als ze hem van het podium afstuurt, dan is hij veilig.
      Maar dan schiet de burgemeester naar voren, en fluistert iets in haar oor. Haar ogen schieten wijd open, en dan weet ik dat ik verloren heb. Ze kijkt wanhopig van mij naar de burgemeester, maar hij knijpt haar in haar schouder. “Niks wat ze er niet uit kunnen knippen,” zegt hij zacht. “Ga maar verder waar je gebleven bent.”
      Ze recht haar rug weer, en dan is de brede glimlach terug. Er is niks wat ik meer kan doen. Maar ik ga in elk geval mee, en misschien is het genoeg om Hato te beschermen. “Een dame? Nou, Miles, eigenlijk was het deel van de dames al afgewerkt.” Mijn hart valt, maar ik houd mijn gezicht in de plooi. Sterk lijken. “Maar, deze entree belooft al veel goeds voor de spelen. Het zou zonde zijn om daar geen gebruik van te maken, dus ik sta het toe!” Terwijl ze dat zegt, pakt ze arme Jett bij haar pols en geeft haar een slinger naar de rand van het podium. Jett kan zichzelf nog net op tijd opvangen, zodat ze op eigen kracht van het podium springt, in plaats van valt. “Vrolijke Hongerspelen iedereen! Mogen de kansen ímmer in jullie voordeel zijn!”
      Achter ons schieten confettikanonnen de lucht in, en klinkt er een mengelmoes van vreemde nasale klanken. Ik staar als verdoofd voor me uit. Ik weet niet of ik opgelucht moet zijn of boos.
      De burgemeester stapt naar voren, en begint aan het Verdrag van Verraad. Hato staat nu naast me, maar we houden elkaars handen vast en hij knijpt mijne fijn.
      Als zijn ellenlange speech klaar is moeten Hato en ik elkaar officieel een hand geven, dus we laten elkaar los, doen een stap naar achter, en schudden elkaar de hand. Dan trek ik hem weer tegen me aan. Als hij hier niet achter blijft, ben ik in ieder geval bij hem. Terwijl het volkslied begint te spelen leunt Hato naar me toe, en fluistert zacht: “Millie… je kan dit niet doen. Je moet ze vertellen dat het een fout was. Dat je toch niet gaat.”
      Een brok vult mijn keel, maar ik slik hem weg. “Ik zei dat ik je zou beschermen, lieffie. Dat heb ik toch beloofd. Overal en altijd.”

De afscheidsruimte is veel te groot voor een kamer waar je de mensen van wie je het meest houdt zo dicht mogelijk tegen je zou willen aandrukken. De Vredebewaker gooit de deur in één klap achter me dicht, bijna in mijn gezicht als ik me omdraai om hem nog iets te vragen. Ik hoor gestommel in de gang, ik staar zelfs hoopvol naar de klink. Als er na een paar minuten nog steeds niks gebeurt, laat ik me zakken in de enorme rode bank die bij het raam staat.
      Het is warm in de ruimte, de zon schijnt door de massieve ramen op het donkere hout. Het is te mooi weer voor een dag als dit, te zonnig om te sterven. Ik schud de gedachte van me af, al voel ik een gevoel in mijn borst stijgen dat zich niet van zich af laat schudden.
      Ik wens dat er iemand langs komt, íemand, zodat ik een schouder heb om op te huilen. Ik hoop tegen beter weten in dat mijn vader nog komt, zelfs als ik weet wat hij me allemaal zou verwijten. Ik hoop dat Asuka misschien nog komt smeken dat ik mijn best ga doen voor haar zoon en dat ik haar dan iets kan beloven, dat het meisje van vanochtend ineens medelijden voelt en dat ik haar nog een kus kan geven. Maar niemand wil voor jou komen. Ik wil het gevoel van me afzetten, maar waarom is de deur dan nog niet opengegaan? Mijn vader en mijn stiefmoeder zijn mijn broertje aan het knuffelen, het meisje van vanochtend bespaart ons beiden de schaamte, en mijn echte moeder is dood. Ik begraaf mijn gezicht in mijn dijbenen op een rode bank waar nog zeven andere mensen op zouden passen, als er ook maar iemand zou komen.
      Ik voel tranen opkomen. Nee, ik mag niet huilen. Als ik kans wil maken om Hato te kunnen beschermen, dan moeten mensen denken dat ik gevaarlijk ben, en gevaarlijke meiden huilen niet. Ik vecht tegen de tranen. Ik knijp mijn ogen toe, ik knipper, ik kijk omhoog en ik denk aan leuke dagen. Dat helpt allemaal net.
      Niemand neemt verder de moeite om afscheid van me te komen nemen.

Na iets wat voelt als een eeuwigheid klopt er iemand aan. Als de deur opengaat voel ik even mijn ogen groot worden. Maar als ik zie dat het slechts een vredebewaker is trekt de grond weer dan daarvoor.
      Hij vindt me ingezakt in de bank, zegt me dat ik op moet staan. Ik knik. Hij moet me haast omhoog hijsen, maar als ik sta kan ik lopen. Het is allemaal niet zo erg. Ik moet gewoon met hem meelopen. Ik ben bij Hato. Hij zegt iets tegen me. Ik knik. Ik hoor Flaminia enthousiast babbelen. Ze gaat ons helpen. Er zijn mensen die zwaaien, camera’s die flitsen. Ik kan nauwelijks bewegen.
      We stappen de trein in. Ik weet het als de treindeuren dicht zijn, en al het geluid is verdwenen. Ik zie het district langzaam kleiner worden, en ik weet dat ik voorgoed afscheid neem. Een glimlach speelt over mijn lippen. Als Hato het maar weer terugziet. Maar daarom ben ik toch mee? Alles komt goed.
      Ik realiseer me pas dat ik een leeg morflingbuisje achter heb gelaten in de afscheidsruimte als ik mijn handen in twee lege broekzakken steek.

Reageer (3)

  • Megaeraaa

    Ze is teleurgesteld, omdat haar tribuut een arme twaalfjarige is, en geen sappige spierbonk is die leuke televisie gaat maken? Hoe dúrft ze.
    Dit.

    Ze knikt, duidelijk licht in de war.
    Briljant

    Hato staat nu naast me, maar we houden elkaars handen vast en hij knijpt mijne fijn.
    NEEEEE

    Ik hoop tegen beter weten in dat mijn vader nog komt, zelfs als ik weet wat hij me allemaal zou verwijten.
    heartbreaking

    17 uur geleden
    • RefIection

      flaminia is zo confused girlie heeft teveel edits gekeken :')

      10 uur geleden
  • groei

    arme Jett bij haar pols en geeft haar een slinger naar de rand van het podium. Jett kan zichzelf nog net op tijd opvangen, zodat ze op eigen kracht van het podium springt, in plaats van valt.


    Ik moest giechelen

    19 uur geleden
  • Duendes

    Ik zie Flaminia’s gezicht als ze Hato ziet - voor een seconde valt haar glimlach, en zie ik verdriet, nee, teleurstelling. Ik voel mijn borstkas trillen. Ze is teleurgesteld, omdat haar tribuut een arme twaalfjarige is, en geen sappige spierbonk is die leuke televisie gaat maken? Hoe dúrft ze.

    OOoooohhh i love this! Love de fractie van een seconde van seemingly menselijkheid en verdriet en dan de hit van realisatie van teleurstelling like kinda valid dat ze woest is oeps

    Als ik dit goed speel, hoeft Hato de arena überhaupt niet te zien.

    Awh baby oef ik had het haar (en Hato) erg gegund dat dit zou lukken oef

    Ze kijkt wanhopig van mij naar de burgemeester, maar hij knijpt haar in haar schouder. “Niks wat ze er niet uit kunnen knippen,” zegt hij zacht. “Ga maar verder waar je gebleven bent.”

    NOOOO wat een hufter - ga lekker zelf de arena in burgemonster ughhh (puh)

    ik staar zelfs hoopvol naar de klink. Als er na een paar minuten nog steeds niks gebeurt, laat ik me zakken in de enorme rode bank die bij het raam staat.

    Fucking hell Miki how dare u
    Dit is zo sneu en tragisch dammit wtf nooo?? Man had ze nou maar de brochure gehad die bij Meg lag om de tijd te vullen (fish)

    Ik realiseer me pas dat ik een leeg morflingbuisje achter heb gelaten in de afscheidsruimte als ik mijn handen in twee lege broekzakken steek.

    Zo fucking valid meid ik hoop voor je dat je nog veel meer mee hebt ehh

    19 uur geleden
    • groei

      Niet de brochure

      19 uur geleden
    • Duendes

      De tips voor het perfecte afscheid waren wel heel erg rough geweest in dit geval goed punt hmm beetje wreed misschien

      19 uur geleden
    • RefIection

      lmaoooo de brochure had haar probably nog wel even vermaakt :'D

      10 uur geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen