Spoor 1c
In de keuken is Asuka de afwas aan het doen, maar als ze mij ziet, stopt ze meteen. “Dat werd tijd,” zegt ze. “Ik was al bang dat je het in je hoofd zou halen om vanavond ook te werken.” Stilzwijgend loop ik naar de wasbak, neem de borden in handen.
Meestal, als ik een taak van haar overneem, laat ze me met rust. Dan gaat ze Hato lastigvallen terwijl hij zijn huiswerk probeert te maken, of net zo lang jennen bij mijn vader tot hij haar meeneemt naar zijn slaapkamer. Dan heb ik geluk. Dat betekent dat ze zich niet genoeg verveelt om me af te zeiken.
Ik voel haar ogen in mijn rug branden, en ik weet dat ik vandaag geen geluk heb. “Je hebt voor morgen wel wat mooiers, mag ik hopen?”
Ik doe mijn best om zo neutraal mogelijk te klinken. “Ik zie er toch prima uit?”
“Je broek is ranzig. En als je geen borsten zou hebben zou je er uit zien als een jongen. Je hebt iets nodig wat je natuurlijke curves beter naar buiten brengt.”
Ik haal mijn schouders op. Ik zie geen problemen met de eerste twee dingen die ze noemt, en mijn natuurlijke curves kunnen me geen moer schelen. “Als ik getrokken word, zie ik er tenminste intimiderend uit.”
“Een jurk zou je veel mooier staan,” gaat ze onverstoord verder. “Ik zou je zo wat lenen als je de moeite zou nemen om het te vragen, hoor. We hebben dezelfde maat. Misschien dat je dan ook eens een lekker ding aan de haak kan slaan, in plaats van dat alle jongens met een boog om je heen lopen.”
“Jongens lopen met een boog om me heen omdat ik de laatste die me lastig viel een gebroken arm heb gegeven,” zeg ik stellig.
Asuka haalt haar neus op. “Je doet het jezelf aan. Je weet niet wat je mist.”
“Houd ik graag zo.” Ik probeer verder te gaan met de afwas, maar ze blijft in de hoek staan. “Ga jij nog wat nuttigs doen, of blijf je de hele tijd aan mijn hoofd zeuren?”
Ze maakt een quasi-verontwaardigd geluid. “Ik denk dat ik maar eens een paar jurken ga passen. Ik heb een mooie gekocht laatst. Vond je vader die twee maanden huur inleveren wel waard, hoor.”
Ik trek een vies gezicht, en ze giechelt. “Ik vergeet altijd hoe kuis jij bent. Dat krijg je ervan als je zo naar jongens blijft doen.” Ik wil mijn mond opendoen, maar ze wuift met haar hand. “Je klopt wel bij me aan als je oud genoeg bent. Ga voor nu maar lekker afwassen, meisje.”
Als ik er niet voor uit het huis getrapt zou worden zou ik deze vrouw allang een klap hebben gegeven. Maar voor nu moet ik er genoegen mee nemen om mijn woede te uiten met het hard schrobben van de borden. De hele afwas blinkt als ik klaar ben.
Ik was van plan om ‘s avonds thuis te blijven, maar Asuka lijkt overal op te duiken waar ik probeer uit te rusten, dus besluit ik maar de dichtstbijzijnde kroeg op te zoeken.
Het is er druk, al praten er weinig mensen met elkaar. De meeste mensen die in de kroeg komen vandaag zijn ooit iemand verloren aan de Boete - een vriend, een geliefde, of een kind - en hebben niemand anders om hun verdriet mee te delen dan de fles. Ik heb genoeg buisjes morfling bij me, mocht iemand meer troost zoeken. De meesten in deze kroeg weten wie ik ben.
Ik ga zitten op één van de stoelen aan de bar, en bestel een brandewijn. Ik maak een praatje met de barman, die me triomfantelijk maar met een gedempte stem vertelt dat hij morgen voor het eerst níet meer hoeft mee te doen aan de Boete. Hij werkt hier net, hij vraagt naar mijn naam, schenkt mijn glas bij. We praten over onbelangrijke dingen, het werk wat ik op papier doe, de plekken die we ooit nog een keer zouden willen zien.
“Ik zou het Capitool nog weleens van dichtbij willen zien,” zegt hij. “Met de mensen willen praten. Ze zijn daar echt gestoord volgens mij, dus ik ben benieuwd hoe het er daar allemaal aan toe gaat.”
“Ben je gek? Ik heb het Capitool wel af en toe gezien vanuit het bagageruim, maar van wat ik mee kreeg vond ik het-”
Een meisje schuift aan. Ik ken haar - haar jongere zusje verdween twee jaar geleden naar het Capitool en kwam niet meer terug. We vallen beiden stil. Ze zegt niks, overhandigt me alleen hetzelfde bedrag als vorige keer. Ik geef haar stilzwijgend een buisje.
Ik klets met een paar anderen, maar het gaat allemaal over koetjes en kalfjes - niemand durft het onderwerp van de Boete aan te snijden. Elke keer dat ik voel dat de angst opkomt, dat ik Hato’s altijd zo blije gezicht zie vertrekken als zijn naam door mijn oren galmt, vul ik mijn glas bij.
De barman maakt na twaalven plaats voor een jongere meid, even oud als ik. Ze praat even graag en schenkt even graag mijn glas bij. Ze is leuk - ze is mooi - ze vindt me aardig. Naarmate de avond vordert praat men luider, klaagt men harder, krijg ik meer mee van iedereens verdriet maar minder van de wereld. De alcohol vervaagt mijn herinneringen van de avonden, neemt mijn zicht weg in een waas. Een waas waar ik me goed in voel, waar ik denk aan leuke dingen en alleen de dingen van vandaag. Waar ik niet meer bang ben voor morgen, omdat ik niet meer weet dat die komt.
Reageer (3)
Mooi einde!!!
19 uur geledenShe's such a badass <3
yaaaaaay alcohol!!!!!!
10 uur geledenDie stiefmoeder maakt mij bang
Wat een zin. Heel dit einde is zo poëtisch 20 uur geledensame bro ik las het voor aan mn vriend en ik voelde plaatsvervangende jeukende vuisten
10 uur geledenyaaaay dankje <3
Asuka pls als je zo doorgaat zal Millie je probably laten zien wat voor een mooie curve haar vuist maakt voordat ie in je smoel belandt
Wat een q u e e n
Miles u so gay queen we stan 1 dag geleden
bro ik vond deze comment echt te grappig ik moest hardop lachen
10 uur geleden