Spoor 1a
De lucht vandaag is grauw, en ik ben te laat. Mist trekt een deken over ons district, slokt de toppen op van de hoge flatgebouwen. Ik baan me een weg door de donkere steegjes van district Zes. In de rijkere buurten en de winkelstraten staan de mooie, lage gebouwen, met één verdieping, houten schuifdeuren, en rieten vloeren, maar hier is alles van beton en reikt het tot de hemel. Ik voel me overdag nooit comfortabel waar de straatlantaarns niet schijnen, waar het soms zo smal is dat je jezelf aan beide kanten schaaft aan het beton. Maar vandaag is het belangrijker dat ik op tijd ben, dat heb ik beloofd. Dus bijt ik op mijn tanden als hetzelfde plekje van mijn schouder voor de zoveelste keer langs een muurtje gaat, en loop ik door.
Het schoolplein doemt voor me op. Het schoolgebouw is even deprimerend als de wijk waar het in staat - een groot, nietszeggend blok beton. Een stuk lege grond eromheen is omheind met een groot zwart ijzeren hek met scherpe ijzeren spijlen aan de bovenkant. En als ik zie hoe verlaten het plein is, weet ik dat ik écht te laat ben.
Ik ga het hek door, en mijn ogen speuren het plein af naar Hato. In een open ruimte zou hij moeilijk te missen moeten zijn, maar ik zie hem niet - slechts twee andere figuren in de schaduw van het schoolgebouw aan de andere kant van het plein. Ik knijp mijn ogen samen. Ze zijn allebei veel langer dan de jongen die ik zoek, en ze staan met hun rug naar me toe, bijna alsof ze gebogen staan over-
Shit.
Mijn pas gaat over in een sprintje. Als ik dichterbij kom, zie ik hem wel, overschaduwd door de twee oudere jongens, en hoor ik beter wat ze zeggen.
“-dus geef dat stomme ding maar hier, kleintje.”
Eén van de twee figuren grist iets uit zijn hand. Ik bal mijn handen tot vuisten, maar dwing mezelf adem te halen. De jongens zijn veertien, misschien vijftien. Ze weten niet wat ze doen. Mijn handen jeuken om een klap uit te delen, maar ik kan dat niet zomaar doen, zeker niet voor de ogen van mijn broertje.
“G-geef terug,” stamelt Hato, minstens een kop kleiner dan zijn pesters. “D-die heb ik van mijn m-moeder gekregen.”
In de hand van de langste spot ik een modeltreintje - degene die hij pas een paar weken geleden heeft gekregen, op zijn twaalfde verjaardag. Ik zie weer voor me hoe groot zijn ogen waren toen hij het speelgoed uitpakte.
“Och, van mama?” treitert de kleinere.
Maar voordat hij meer kan zeggen ben ik al bij hem, en ik grijp hem bij zijn schouders, schuif hem ruw aan de kant. “Zoek iemand van je eigen lengte.”
Hato ziet me, en kruipt onmiddellijk achter me weg. Achter mijn rug haal ik kort mijn hand door zijn haar.
Ze moeten allebei hun nek uitstrekken om me aan te kunnen kijken. Ik zie angst glinsteren in hun ogen, maar toch probeert één van de twee pochend: “Zoek iemand van je eigen moeder.”
Ik zak door mijn knieën tot ik op ooghoogte met ze sta, en steek een hand uit. “Geef Hato zijn trein terug,” zeg ik geduldig. Ze blijven allebei stokstijf staan, en ik kijk ze indringend aan. “Nu.”
Eén van de twee springt naar voren, vuisten gebald, maar ik pak zijn handen vast. Terwijl ik mijn handen vol heb, verrast de ander me echter voor een moment, als hij me raakt tegen de zijkant van mijn hoofd. Voor een moment ben ik mijn evenwicht kwijt, maar ik herpak me en grijp de twee bij hun kragen. Mijn bloed kóókt. Het zou zo makkelijk zijn om deze jongens - jochies - hun plaats te leren, bedenk ik me, maar ik slik de gedachte weer in. Niet waar Hato bij is.
“Ik vraag het nog één keer. Geef. Hato. Zijn. Trein. Terug.”
Ze verstijven van angst onder mijn grip. Ik hoor het treintje op de grond kletteren. “Goed. En nu oprotten.”
Als ik ze loslaat, happen ze beiden naar adem. Ze weten niet hoe snel ze zich uit de voeten moeten maken.
Ik buk om het treintje op te rapen. Hato kijkt me met grote ogen aan. “Gaat het?” vraag ik.
“Dat was niet aardig,” zegt hij. “Wat Track zei over jouw moeder.”
Ik wrijf door zijn haren. “En die van jou wacht al een tijdje op je. Zullen we gaan?”
Hij blijft staan. “Dankje,” zegt hij dan. “Dat je er was. Net.”
“Ik heb dat toch ooit beloofd, lieffie. Ik zal jou beschermen. Overal en altijd.”
Hij slaat zijn ogen neer, en het is even stil. “Je zou op tijd zijn,” zegt hij dan zacht. “Dat had je ook beloofd.”
Ik glimlach zacht. “Werk was druk, lieffie,” leg ik uit. “Ze lieten me niet eerder gaan.” Hij kijkt wat somber. “Er was een man met blauw haar die wel tíen koffers had. Ik vroeg wat erin zat, en volgens hem waren het allemaal pruiken.”
Een kleine glimlach verschijnt op Hato’s gezicht, maar hij zegt niks. Zijn ogen lachen niet mee.
“Hoe was school?” vraag ik. “Heb je nog leuke dingen geleerd?”
“Ze hebben ons vandaag verteld over de treinen die ze gebruiken voor de tributen,” zegt hij, net iets te opgewekt. Ik durf zijn toon niet bij te stellen. “Wist je dat ze vroeger gewoon veewagens gebruikten om mensen naar het Capitool te brengen? Dat lijkt me zo eng. Maar nu gebruiken ze hele nieuwe modellen, ontworpen door iemand uit ons district. Hoe cool is dat!”
Ik glimlach, terwijl hij vertelt over alle snufjes. De zon is al onder aan het gaan, wat betekent dat Asuka, Hato’s moeder, al aan het koken is. Ik hoop maar dat we op tijd zijn voor het eten.
De straten waar ik met mijn broertje loop zijn breder, dus ondanks de leidingen en draden die boven ons hoofd langs lopen kan ik de hemel hier wel oranje zien kleuren. Winkeliers halen hun lampionnen en houten borden naar binnen, laten hun luiken zakken. De meeste dagen blijven ze vaak wel langer open, maar het is de avond van de Boete - één van de weinige echte feestdagen in Zes. Nou ja, feestdag is een groot woord, maar iedereen krijgt vrij om nog een goede avond met je familie te spenderen voor het geval dat je ze daarna misschien nooit meer terugziet.
Ik probeer de gedachten dat ik morgen misschien getrokken word te verdrinken in Hato’s feitjes. Ik knik instemmend, zeg af en toe “wat leuk”, maar ik kan mijn hoofd er niet bij houden. Ik zit niet zo vaak in de bol als sommige anderen. Toen ik wat jonger was heb ik me wel eens voor bonnen moeten inschrijven zodat iedereen kon eten, want Hato van acht had een eetlust waar je u tegen zei. Maar de laatste paar jaar hoeft dat niet meer. Het zijn maar achttien briefjes, zeg ik tegen mezelf. Ik hoorde laatst iemand zeggen dat ze er wel zeventig keer in zat - in vergelijking met hem schaam ik me haast hoe bang ik ben met mijn aantallen. Maar elk briefje in de bol is een kans om getrokken te worden. Ik voel mijn adem zwaar worden, maar ik houd mijn hoofd bij de woorden van Hato.
De drang om een steegje in te duiken, de gedachten te begraven onder een drankje en - vooruit, misschien een naald - speelt op, en ik weet dat ik veel liever aan tafel zit bij één van Zes’ vele kroegen dan met onze vader en zijn vriendin. Maar dat zou betekenen dat ik mijn avondmaal, misschien wel mijn laatste, nee, zo mag ik niet denken, doorbreng zonder Hato, en Hato zonder mij, en die gedachte houdt me in de pas. We zijn al bijna thuis.
Reageer (3)
Ik denk dat mijn intelligente hersencellen zijn gesneuveld maar ik moest hierom kakelen.
I'd kill for Hato btw. Just saying.
Ik wil echt weten waar Millie vandaan komt nu! 20 uur geleden
obligatory je moeder grap want ik vond mezelf grappig, ik ben blij dat hij de juiste target audience bereikt heeft
10 uur geledenI'm so proud to be this exact target audience I'm stealing this line for work fr
8 uur geledenik weet dat het D6 is, maar dit is allemaal zo mooi in thema!!
omg
En weer een reminder dat de vrouwelijke tributen dit jaar allemaal gigantisch zijn
Nooooo en straks moet ze een Arena Des Doods in
Gezellig!
wow heftig, benieuwd wat dat gaat geven eens ze in het Capitool is 20 uur geleden
haaa in ieder geval ontwenningsverschijnselen


10 uur geledenaa ik ga proberen op alle comments te reageren maar jullie zijn zo aardig
Ga je deze streak hoog houden en iedere keer dingen alleen op transport gerelateerde plekken uploaden? Zou wel commitment zijn lol
Also i love love love het feit dat je de hoofdstukken hebt opgedeeld in sporen dat is zo iconisch damn smart thinking
Ah gewoon snel uit de grond gestampte, persoonlijkheidsloze woningen. we stan
Ja, dat zat eraan te komen rip uiteraard oef
Tijd om te knokken
OEF ja eh tja valid wel man
Hato being so excited over trein(en daarmee tevens Spelen)gerelateerde dingen is kinda funny wat een dork 1 dag geleden
oee misschien wel, maar het worden wel vaker stations denk ik dan
10 uur geledenmisschien dat ik wel op een gegeven moment in het buitenland kan zijn als ik op vakantie ben? voor vliegveld ga ik wel om moeten reizen tho want ik vlieg niet maar tis wel een speciale locatie
Even via station Schiphol airport voor een coole plek om je hoofdstukken te activeren!!
10 uur geleden