Hoofdstuk 4 (Herschreven)
De kamer voor het afscheid zijn niet erg groot, maar de inrichting lijkt al meer waard te zijn dan onze complete inboedel bij elkaar. Ik leg mijn hand op de leuning van de glimmende leren bank, maar ga niet zitten. Het voelt niet goed om te gaan zitten - niet met de overweldigende onrust in mijn hoofd en de razende adrenaline nog in mijn lichaam. In plaats daarvan ijsbeer ik over het mosgroene vloerkleed. Het voelt allemaal als een leugen, een grote, bizarre grap, maar dan gaat de deur open.
Mijn familie stapt naar binnen en hun sombere en angstige gezichten bevestigen opnieuw de pijnlijke werkelijkheid. Met de grootste moeite glimlach ik zwak naar ze, een sneue poging tot een geruststellend gebaar. Ik wil iets zeggen om de stilte te breken, maar de brok in mijn keel houdt alle woorden tegen.
Mijn jongste zusje, Livia, rent meteen op me af en slaat snikkend haar armen om me heen, op de voet gevolgd door mijn broertje. Kian verbergt zijn gezicht in mijn shirt en maakt geen geluid, maar zijn smalle schouders schokken van het huilen. Livia doet geen poging om haar verdriet te verbergen. “Day- het kan niet. Het mag niet. Je kan niet gaan-” ratelt Livia, haast onverstaanbaar tussen haar ongecontroleerde snikken door. “Ik wil niet dat je gaat.”
Ik sla mijn armen stevig om de twee heen, maar zeg niets. Het lukt me niet om de woorden te vinden om ze gerust te stellen. Ik wil ook niet gaan. Tranen branden achter mijn ogen en het wordt nog moeilijker om ze weg te slikken als mijn moeder een zachte hand op mijn schouder legt. “Daniel, ik-” begint ze. Ze klampt zich niet aan me vast zoals Livia en Kian, maar mijn moeder lijkt zo verloren. Haar ogen zijn rood van het huilen en in haar ogen ligt een vlaag van wanhoop, ook al probeert ze het nog zo te verbergen.
“Mam…” Ik maak me voorzichtig los van Livia en Kian en trek mijn moeder in een omhelzing. “Het komt goed, oké? Echt waar.” De woorden laten een bittere nasmaak achter: de smaak van verzachtende leugens.
Aan de zwakke glimlach rond haar lippen te zien weet mijn moeder ook wel beter. “Ik zou eigenlijk degene moeten zijn die jou geruststelt,” fluistert ze met vochtige ogen, “maar in plaats daarvan ben jij voor iedereen aan het zorgen.” Haar stem trilt en haar spieren voelen stijf, maar ze trekt me dichter naar zich toe. “Maar je bent heel sterk. Ik weet dat je dit kan, Daniel.” Voor een moment geef ik toe aan de veiligheid van haar omhelzing. Voor een kort moment voelt het alsof ze het gewicht van de wereld weg kan nemen, maar ik weet al veel te lang dat die veiligheid een illusie is. Het is iets wat ik al jaren weet, maar ik wil het niet weten. Tegen beter weten in wil ik dat iemand anders de problemen voor me oplost - de tijd terug kan draaien. Maar dat kan niet. Ik doe mee aan de Hongerspelen, maar mijn familie heeft me nog steeds nodig.
En dus raap ik mezelf bij elkaar en maak ik me voorzichtig los uit haar omhelzing. “Dank je, mam,” zeg ik. Mijn stem klinkt schor en de woorden komen moeizaam uit mijn keel. Ik bevestig haar woorden niet; enerzijds omdat ik mijn stem niet genoeg vertrouw, anderzijds omdat ik niet zo overtuigd ben van haar uitspraak. De fysieke kracht van jaren houthakken is een heel ander vakgebied dan de kracht om de Hongerspelen te winnen, maar ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om die woorden uit te spreken. Ik wil mijn familie het zwakke vlammetje van hoop niet afnemen - en ergens wil ik het zelf ook geloven in dat zwakke vlammetje. Ik wil terug naar huis. Ik wil de hoop nog niet opgeven. Met een kleine glimlach beantwoord ik mijn moeders hoopvolle blik. Ik knijp zachtjes in haar hand en ga dan op de bank zitten.
Mijn oudste zusje is daar meteen gaan zitten toen ze binnenkwam en ondertussen is de rest ook gaan zitten. Maar waar Livia en Kian iedere beweging die ik maak lijken te volgen, heeft Mara haar blik strak op het tapijt gericht en klemt ze het trommeltje in haar handen zo stevig vast dat haar knokkels wit zijn weggetrokken. “Gaat het?” vraag ik zacht. Haar ogen staren in het niets en in tegenstelling tot de rest lijkt het alsof Mara nog niet gehuild heeft. Ze lijkt het niet te beseffen en ik begrijp precies hoe ze zich voelt. Ik leg mijn hand op de hare.
De aanraking lijkt haar wakker te schudden. Mara kijkt op. Haar grijze ogen kijken me even recht aan, maar ze wendt haar blik meteen af als de tranen in haar ooghoeken beginnen op te wellen. “Ik… het-” begint ze hakkelend, maar ze kapt zichzelf af met een gefrustreerd gebaar. “Dit is voor jou.” Ze duwt het trommeltje in mijn handen, nog steeds zonder me aan te kijken. “Het zijn koekjes, voor tijdens de treinreis, of zoiets.” Mara haalt haar schouders op, in een poging zichzelf een houding te geven.
Er speelt een zwakke glimlach rond mijn gezicht. Ik zet het trommeltje naast me op de bank en geef mijn zusje een knuffel. “Dank je wel. Nooit gedacht dat ik een heel blik vol met jouw meesterlijke koekjes helemaal voor mezelf zou hebben,” voeg ik er plagend aan toe.
Ik merk dat mijn zusje in mijn omhelzing wat ontspant. Er speelt een zwakke glimlach rond haar lippen. “De koekjes waren niet zo goed gelukt, dus deze mag je wel hebben.” De plagende ondertoon sluipt in haar stem, waarop ik haar zachtjes tegen haar schouder duw. Mijn zusje grinnikt zacht en duwt terug. “Grapje, Day, ze zijn echt wel lekker. Waarschijnlijk.”
Voordat ik verontwaardigd kan reageren, tikt Livia op mijn arm. Mijn jongste zusje lijkt een beetje gekalmeerd te zijn, hoewel haar gezicht nog steeds rood is van het huilen. “We hebben nog iets voor je meegenomen. Voor in de Arena.” Ze gebaart dat ik mijn arm uit moet steken en knoopt dan een paar aan elkaar geknoopte bandjes rondom mijn pols. Het is een verzameling van de bandjes die Livia en Mara samen vaak vlechten, met kleine, uit hout gesneden figuurtjes. “Ze zijn niet allemaal even mooi, maar we wilden er iets aan hangen wat we zelf gemaakt hebben,” zegt ze zacht.
Ik raak voorzichtig de figuurtjes aan: een rommelig vogeltje van Livia, waar ze erg trots op was; een ongelijke ster van Mara; een zonnetje van Kian, wat hij laatst op school had gemaakt. “Ze zijn allemaal prachtig,” zeg ik naar waarheid. Mijn stem is onvast en mijn ogen zijn vochtig, maar ik glimlach dankbaar naar mijn familie. “Dank jullie wel.”
Met een luide tik tegen de deur wordt het moment van écht afscheid aangekondigd. “Nog één minuut,” klinkt een harde stem van een vredesbewaker aan de andere kant van de deur.
Eén minuut. Ineens komt het heel dichtbij. Ik bijt op de binnenkant van mijn lip en dwing mezelf rustig adem te halen, maar de tranen branden achter mijn ogen. Ik wil geen afscheid nemen. Kian pakt mijn hand vast en knijpt er zacht in. Mijn kleine broertje lijkt zo klein en kwetsbaar en zoveel jonger ineens, maar de ernstige blik in zijn ogen maakt duidelijk dat hij geen klein kind meer is. “Ik zal goed op iedereen letten zolang je weg bent,” belooft hij plechtig en even is het net alsof ik mezelf zie, jaren geleden, na het overlijden van papa en het vertrek van Aron.
Ik veeg de opwellende tranen weg en schenk mijn broertje een glimlach. “Als je maar niet vergeet om ook goed voor jezelf te zorgen, oké? En wel je huiswerk doen, ook al kan ik het nu niet controleren.” Ik woel plagend door zijn haren.
Kian duwt mijn hand weg, maar er speelt een glimlach rond zijn lippen en voor een moment schijnt de gebruikelijke twinkeling in zijn groene ogen door de zware mist van verdriet heen. Hij mompelt iets over dat het bijna vakantie is, maar mijn aandacht wordt getrokken door het feit dat mijn moeder op staat van de bank. In een gebaar van genegenheid legt ze haar hand op mijn wang. “Blijf dicht bij jezelf, Daniel. Je hart zal je altijd weer naar huis leiden.” Ze glimlacht, ook al lachen haar ogen niet mee. “Ik hou van je.”
Ik knipper tegen de brandende tranen en slik de brok in mijn keel weg. Dit is het laatste moment met mijn familie. Mijn verdriet is gegrond, maar dit is niet de manier waarop ik afscheid wil nemen; dit is niet hoe ik wil dat ze me herinneren. En dus veeg ik de tranen opnieuw weg en weet ik een glimlach op mijn gezicht te toveren. “Ik hou ook heel veel van jullie allemaal.” Mijn stem trilt, maar ik geef iedereen een stevige knuffel. Ik wil dit moment vasthouden. De tijd stil zetten zodat dit nooit eindigt, maar de openzwaaiende deur bewijst dat mijn wens niet uit is gekomen.
De vredesbewaker met de harde stem verschijnt in de deuropening. “De tijd is om,” zegt hij enkel, maar de woorden voelen net zo zwaar als het moment dat Valoria mijn naam voorlas. Het voelt als een definitief oordeel. De tijd is om. Het is voorbij.
Niemand wil weg. Livia begint meteen weer te huilen en klampt zich aan me vast. “Nee!” Haar stem slaat over en haar hele lichaam schokt. “Ik wil het niet. Ik wil geen afscheid nemen. Ik wil niet dat je weggaat! Blijf hier. Blijf bij ons, Day, alsjeblieft.”
Mijn hart breekt, maar ik kan haar niet geruststellen of kalmeren. Ik kan de woorden die ze zo graag wil horen niet uitspreken. Alles wat ik kan doen is haar nog een laatste keer stevig vasthouden. “Ik ga mijn uiterste best doen om weer veilig thuis te komen, oké?” Ik kijk op en zorg dat ik iedereen kort in de ogen kijk. “Ik ga mijn best doen. Dat beloof ik.” Met tegenzin laat ik Livia los. Ik draag mijn snikkende zusje over aan mijn moeder. “We komen hier doorheen. Hou vol.” Ik glimlach en leg mijn hand even op Mara’s schouder. “Ik hou van jullie.”
Dat zijn de laatste woorden van dit afscheid, want de vredesbewaker stapt tussen mij en mijn familie in en dwingt ze met een blik de kamer uit. De tranen stromen over hun wangen en Kian zwaait, vlak voordat de deur achter ze dicht valt en ik ineens weer alleen ben. Ik zak door mijn knieën en blijf op de grond zitten, uitgeblust van het afscheid en overweldigd door de stortvloed van emoties. Het dichtvallen van de deur voelt als een klap in mijn gezicht. De beschermende muren om me heen brokkelen langzaam af nu ik alleen ben; het lukt me niet meer om mijn glimlach vast te houden en de tranen winnen het gevecht.
Reageer (2)
Days hart zijnde... iemand uit D11?
En also dit is echt wel meteen de samenvatting van het hele verhaal? Day verraadt zichzelf nooit.
Yeah oeps?? Je moet doen waar je goed in bent I guess

1 week geledenSchijnbaar?? Die hadden ze waarschijnlijk niet verwacht maar wel een win
Omgekeerde wereld much
Ze is in elk geval self aware
Zie hier! het volgende kind dat voor ouder gaat spelen nu er wéér een sibling wegvalt (psst, hé Livia, you're up next)
Ja zullen we even stilstaan bij het feit dat je toen niet veel ouder was dan hij nu??
Rough dat 'ik ga het proberen' de meeste geruststelling is die hij kan geven man 1 week geleden
De Boete is gesponsord door Ikea duhu

1 week geledenYeah oef?? Pijnlijk
Livia starts crying again
Nee laten we daar vooral niet bij stilstaan!!
Yeah dat is echt wel pijnlijk oef