Hoofdstuk 1.1
De stenen voelden koud aan tegen Tamzins rug. Het dunne shirt bood geen bescherming, maar welke keuze had hij? Hij kon enkel staan of zitten in deze ruimte van stenen muren en ijzeren tralies. De kou vertelde hem in elk geval dat hij leefde. Doden voelden geen kou, of dat was wat hij altijd geleerd had.
Hij leefde, nog wel.
Er was weinig te doen in de kleine cel, behalve wachten. Behalve ademhalen. Behalve zich realiseren dat met elke seconde die verstreek, zijn leven met een seconde verkort was. Dat zijn dood elke seconde een seconde dichterbij kwam.
En waarvoor zou hij sterven? Hij had zich als kleine jongen altijd voorgesteld hoe hij de held in het verhaal zou zijn. Hoe hij de prins op het witte paard zou worden uit de verhalen van zijn moeder. Hoe hij zijn familie uit de armoede zou halen, als een held onthaald zou worden nadat hij de vijand had verslagen. En als hij dit niet kon, dat zijn dood het grote, nobele doel zou mogen dienen. Geleefd als een held, gestorven als een held.
In plaats daarvan zou hij sterven voor één fucking brood. Voor één kleine fout terwijl hij het eten uit andermans keuken had proberen te pakken. In zijn leven had hij geen betekenis gehad. Zijn dood zou net zo betekenisloos zijn.
Hij had het al zo vaak gedaan. Wanneer de nacht gevallen was en de mensen in hun bed lagen, dan was Tamzin juist op de straten te vinden. Verscholen in de schaduwen. Overdag waren de straten het domein van de kooplieden die luidkeels hun waren aanprezen, van de mensen die hun best deden om een gedegen maaltijd te kopen van het schamele loon dat ze ontvingen. Van de hongerige kinderen die op de hoeken van de straat stonden met hun kommetjes terwijl hun ribben zichtbaar waren, in de hoop dat iemand een centje kon missen. Van de vingervlugge jongens voor wie geen enkele portemonnee veilig was.
Hoe vaak had Tamzin ook wel niet door die straten gezworven, met blote voeten door de modder, altijd maar kijkend naar de mensen, zien zonder gezien te worden tot hij zijn slag kon slaan. Een enkele beweging van zijn hand en de meestal niet zo rijkgevulde portemonnee was van eigenaar gewisseld. Zelfs zij die niet elke dag met honger naar bed hoefden te gaan en in kleding vol gaten hoefden te lopen, hadden geen geld over voor luxe of om bestolen voor te worden.
De straten waren ook het thuis van het schavot, duidelijk opgesteld daar op het openbare plein. Keer na keer hadden daar de arme sloebers gestaan, de kinderen haast die gestraft werden voor hun daden. Koning Valdor accepteerde geen tegenspraak, en dat was iets wat hij duidelijk zou maken. Hij wilde rust, reinheid en regelmaat. Wie wilde dat niet? (Wie had er rust met een lege maag).
Maar in de avond, oh goden, in de avond dan waren de straten niet langer van de kooplieden, of de straatjongens, of de beul of zelfs de koning hemzelf. Dan waren de straten Tamzins domein. Dan was hij het die door de schaduwen bewoog, die zich over wegen begaf die te schoon waren voor de voeten van een straatjongen. Deuren waren nooit een probleem voor Tamzin geweest, net zoals ramen of andere sloten. Het was enkel eerlijk, nietwaar? De mensen die zich huizen bestaande uit meer dan twee ruimtes konden veroorloven, konden zich ook een extra brood veroorloven.
Dat was wat Tamzin keer op keer had gehaald. Een brood, wat meel, eieren nog vers uit het kippenhok, wortels, wat er maar te eten viel. Niet meer dan hij nodig had, niet meer dan zij konden missen. Het was genoeg geweest om de buik gevuld te houden. Het was nooit genoeg om zonder honger naar bed te gaan. Het was nooit genoeg voor iedereen.
De stadswacht trad hard op tegen eenieder met vlugge vingers. Of het nou ging om een gevulde beurs, om een enkele appel van een marktkraam of om de schatten verstopt achter gesloten deuren, elke dag patrouilleerden ze door de straten. Elke dag werden mensen van de straat geplukt, sommigen amper ouder dan tien jaar. De straffen waren niet mild, bedoeld om af te schrikken. Het was een duidelijke boodschap: elke vorm van criminaliteit werd niet getolereerd. Keer op keer verdwenen er mensen van de straten wanneer de stadswacht weer langskwam.
Niet Tamzin. Hij kende de regels. Trek geen aandacht, val niemand lastig, en het meest belangrijke: word niet gepakt. Ja, daarin had hij gefaald.
Hij was altijd vingervlug geweest, de keuken in en uit nog voor iemand door had dat het slot niet langer gesloten was. Zo ook die betreffende avond, of dat was wat hij gedacht had. Het had zo aanlokkelijk geleken, de geur van vers brood die zelfs over de straat had gehangen. Zijn lege maag had er geen nee tegen kunnen zeggen. De deur was makkelijk te openen geweest. En eerlijk, vroeg de koopman van wie het huis was er ook niet om? Wie liet nou een brood als dat zomaar onbewaakt liggen in een stad van honger? Tamzin had enkel zijn neus moeten volgen en het had hem recht naar dat brood geleid. De keuken was verlaten geweest. Tamzin had naar binnen hoeven glippen, had het brood gepakt, had een stuk afgebeten en had de rest van het brood opgeborgen terwijl de warme, rijke smaak zijn mond gevuld had. Hij was de keuken weer uitgeglipt, had zelfs de buitendeur weer gesloten en had de straat op willen glippen. Dat was waar de stadswacht hem gepakt had.
Tamzin zuchtte en leunde met zijn voorhoofd tegen zijn knieën. Het was altijd goed gegaan, hij was altijd zo voorzichtig geweest, maar nu… hoe hij de stadswacht had kunnen missen wist hij nog altijd niet. Hoe het verhaal zou eindigen wel. Zelfs hier in de cel had hij nog honger. Men gaf geen eten aan zij die het niet langer nodig hadden.
Het was maar één stom brood geweest. Hij had zijn zakken niet vol goud gehad, of sieraden of andere waardevolle spullen die hem niet toebehoorden. Eén brood, dat was alles. En toch had de stadswacht niet naar hem geluisterd. Toch was hij meegenomen, was hij hier in de cel gezet. Toch zou hij hiervoor sterven.
Misschien was het wachten nog wel het ergste van allemaal. Van weten wat er komen ging, weten dat hij er niks aan zou kunnen veranderen. Weten dat dit anders zou zijn geweest als hij geld had gehad, als hij eten had gehad. Als de straat niet zijn huis geworden was.
Er klonken voetstappen door de gang. Tamzin wist al dat hij hier niet alleen was en dat er nog anderen in de cellen zaten. Zouden er nog anderen met hem mee lopen morgen? Zouden ze samen sterven?
Ook waren er altijd de bewakers, de norskijkende mannen die niet door de straten wilden lopen, maar die hun geld verdienden met ervoor zorgen dat geen van de gevangenen aan hun lot kon ontsnappen - al zorgde het stevige slot op de deur daar ook al voor. Hoe makkelijk moest het zijn om zo geld te verdienen, babysitten op mensen die hoe dan ook geen kant op konden.
Het was ditmaal geen bewaker die langs Tamzins cel kwam, of in elk geval niet iemand in het kenmerkende blauwe uniform. De man (of vrouw, Tamzin kon het gezicht niet zien) die wel voor hem stopte, droeg een donkere mantel en had zijn gezicht ver weggestopt in de schaduwen van de kap. Als hij een paar meter achteruit zou zijn gestapt, zou Tamzin hem niet langer gezien hebben, maar zou het donker hem en zijn cape volledig hebben opgeslokt.
Het was een ranke hand die onder de cape uit kwam en die tegen de tralies van Tamzins cel werd gelegd. Om de middelvinger zat een elegante zilveren ring. Langzaam stond Tamzin op. Ergens voelde hij aan dat hij niet als eerste moest praten, en dan niet op de manier zoals de bewakers graag wilden, omdat het een teken van respect moest zijn.
“Als je morgen ‘ren’ hoort, dan ren je,” zei de man. Ditmaal wist Tamzin zeker dat het een man was, te oordelen aan de lage stem.
“Wat? Wie? Wat moet ik?” vroeg Tamzin, maar de man stapte achteruit zonder antwoord te geven. Het duister slokte hem inderdaad op en het was alsof hij er nooit was geweest. “Wie ben je?” vroeg Tamzin nog. Stilte was zijn antwoord. Het enige bewijs van zijn aanwezigheid was een zilveren ring op de grond, een die bijna identiek was aan de ring die de man gedragen had.
Tamzin knielde neer. In de ring was een roos gegraveerd. De kop van de roos was afgebroken.
Pluk de roos.
Reageer (2)
Wat een onwijs goed hoofdstuk! Dit wordt gegarandeerd een fantastisch verhaal
6 uur geledenIk ben heel benieuwd hoe dit verder gaat😊
2 dagen geleden