Deel 5: Hiën 'Alia_2'
Ik kan het nog steeds niet vatten, Gale kwamen samen binnen om Jenny te redden, maar het is helemaal anders uitgedraaid dan we gedacht hadden. Het moment dat de pijl mijn boog verliet wist ik dat het haar niet perfect zou raken. Niet omdat ik mistte, maar omdat ze razendsnel beweegt. De vrouw heeft enorm veel magie tot haar beschikking. Ondanks de magie raakt de pijl net haar nek, dat had ze niet verwacht, maar ik ook niet. Sinds ik geleerd heb te schieten, is er maar zelden een pijl geweest dat zijn doel mistte. Natuurlijk heb ik nog nooit op een mens geschoten of erger … een magisch persoon.
Nadat de pijl haar schampte is alles heel snel gegaan. Ze liet haar magie los en trok iets uit me. Het leek of mijn ziel loskwam uit mijn lichaam en zich vermengde met het hare. De pijn die het teweegbracht werd me bijna teveel. Maar dan werd de kracht weer in me gepompt, en zoveel meer dan dat. De emoties en het pijnlijke leven van de vrouw, ik voel het allemaal … Nenja, dat is haar naam. Hoewel ik haar gedachten niet hoor of voel, haar naam is iets dat haar zo eigen is, dat het doorkomt met de band. De band is zeer krachtig, dat heeft ze wel gedemonstreerd. Elke wond die haar wordt toegebracht, kan ze automatisch aan mij doorgeven, maar volgens mij kan ze mij ook mentaal kapot maken als ze dat zou willen.
Er is meer via de band doorgekomen dan ze zou willen, dat weet ik wel zeker. Ik voel hoe kwetsbaar ze is, hoe zwaar ze het mentaal heeft. Zo’n dingen zou ze nooit met mij gedeeld hebben als ze dat kon voorkomen. Daarom denk ik dat haar magie nog niet helemaal op punt staat. Ze is nog jong, net als wij, maar heeft veel langer een magische opleiding gehad, toch is ze nog niet helemaal onderlegt. Zou ze misschien alleen handelen, en niet uit naam van Ja’afar?
Jenny komt naast me zitten.
“Gaat het?”
Haar stem klinkt medelevend, maar ik kan me er niet tot aanzetten om echt te antwoorden, ik knik alleen maar.
“Ik begrijp het nog steeds niet, wat denkt ze te bereiken? Dat Gale vrijwillig zich gaat aansluiten bij Ja’afar? Dat gebeurt nooit!”
Ik wil en kan niet reageren, ik voel me misselijk en een vreemde in mijn eigen lichaam. De late namiddagzon zorgt voor een streep licht op mijn hand. Ik weet dat het warm en aangenaam moet aanvoelen, maar het voelt dof en veel koeler dan zou moeten. Zou dat zijn omdat we in Hiën zijn? Ik denk het niet, dan had ik dat daarstraks ook al gemerkt.
“Niet bij de pakken blijven zitten, we gaan achter hem aan!”
Lolan staat al voor de derde keer recht om naar de deur te gaan. Elke keer doet Jenny hem stoppen. Het heeft ook geen zin, we moeten eerst een strategie hebben om Nenja uit te schakelen … zonder dat ik het leven laat.
Langzaam richt ik mijn hoofd op. “We kunnen maar 1 ding doen, we moeten Philippe’s hulp inschakelen.”
Ik weet dat ik vermoeid klink, Nenja heeft niet alleen haar energie gebruikt, maar ook de mijne. Voorzichtig krabbel ik mezelf recht, meteen heeft Jenny me vast, ze merkt vast wel dat ik verzwakt ben.
“Rustig aan, we weten niet wat die magie nog meer met je gedaan heeft.”
“Ik vind dit praten en geen actie ondernemen nutteloos.” Bromt Lolan met gekruiste armen.
Jenny en ik negeren hem en wandelen uit het gebouw, in de richting van de smidse. Bij het buitenkomen van het betonnen gebouw staan er mensen te staren. De magie was haast tastbaar, dus ze zullen er ook wel iets van gemerkt hebben. Hoewel ik niet denk dat alle mensen magie kunnen gebruiken zoals wij dat kunnen.
Niemand spreekt ons aan, maar ik voel de ogen op mijn rug. Ze priemen, waarschijnlijk zijn ze allemaal nieuwsgierig, maar te bang om werkelijk meer te weten te komen.
Zonder verdere problemen komen we aan bij Philippe, mijn vermoeidheid begint weg te trekken, maar het zal pas echt beter zijn nadat we hebben kunnen slapen.
Philippe kijkt verrast op wanneer we door de deur stappen.
“Ik voel de magie! Wat is er gebeurd? Wie heeft jullie aangevallen?”
Hij pauzeert even.
“Waar is Gale?” vraagt hij gealarmeerd.
Jenny neemt het woord voor ik iets kan zeggen.
“Er was een meisje, ze heeft me naar het pakhuis gebracht. Ze wou Gale hebben om hem te overtuigen van Ja’afar’s goede bedoelingen. Dan kwam de rest binnen.”
Ze kijkt aarzelend naar mij. En ik neem het over.
“Ze heet Nenja, ze heeft een verbindingsspreuk gebruikt en Gale ontvoerd.”
Ik kon voorspellen wat er ging gebeuren, Jenny en Lolan draaien zich met een ruk mijn richting uit en kijken me verbaasd aan. Philippe is minder verbaasd, hij klinkt eerder vol met ontzag met een vleugje angst.
“Nenja …”
Hij fluistert haar naam nauwelijks hoorbaar.
“Wie is Nenja?”
Jenny kijkt naar mij en naar Philippe, maar ik weet er verder niets van. Gelukkig lijkt Philippe zich te herstellen.
“Nenja is hulp van Ja’afar. Niemand weet waar ze vandaan komt, maar ze is door Ja’afar opgevoed als zijn eigen dochter. Sinds ze oud genoeg is, trekt ze rond en drukt ze oproeren de kop in. En dat heel effectief, hoewel ze jong is, haar magie kent geen gelijke, ze is zelfs een waardige tegenstander voor Ass…”
Meteen slaat hij zijn hand voor zijn mond.
“Assandrelle? Philippe?” Ik probeer mij rustig te houden nu Gale er niet is. “Nu wil ik eindelijk eens weten wie zij wel mag voorstellen!”
Hij schudt zijn hoofd!
“Nee, ik kan niets zeggen, maar ik denk dat het tijd is dat jullie haar wel ontmoeten, misschien dat zij kan helpen om Gale terug te halen. Een Ligartspreuk is heel complex.”
Hij lijkt even na te denken en concentreert zich. Daarna richt hij zich weer tot mij.
“Alia, ken je Azalon?”
Ik heb van Azalon gehoord, het is een dorp ten Noord-Oosten van mijn dorp, Silvatek. Het is bijna 2 dagen lopen.
“Ja, dat ken ik, 1 keer ben ik er met mijn vader geweest. We zijn er speciale planten gaan halen voor een zieke buurvrouw.”
“Mooi zo,” knikt Philippe, “daar moeten jullie naartoe, er zal iemand op jullie staan wachten. Osanna, ze is een boodschapster. Zij zal jullie begeleiden naar Assandrelle zelf.”
“Er is iets wat je ons niet verteld Philippe, ik voel het. Ik zal erachter komen wat het is, maar nu is het niet van belang, we moeten Gale terughalen.”
Ik draai me, trek Jenny en Lolan aan hun armen mee zonder nog naar Philippe te kijken. Ik voel zijn ogen in mijn rug priemen, ik kan niet vergeten wat hij mijn ouders heeft aangedaan. Onwillekeurig schud ik mijn hoofd. Nee, het is Gale die belangrijk is nu, als we eindelijk weten wat we hier aan het doen zijn, dan kan ik nog altijd Philippe laten boeten.
“Alia! Rustig, niet zo hard lopen, straks komen we weer iemand tegen als Nenja, we mogen niet opvallen nu.”
Jenny probeert de rol van Gale over te nemen, hoewel ik het weet, het werkt tegengesteld, ik ruk me van haar los en ga nog sneller in de richting van de poort.
“Hoe wist je eigenlijk haar naam?” roept Lolan me achterna, “Werk je met haar samen of zoiets?”
Geschokt sta ik stil, draai me om en richt meteen en pijl naar hem.
“Durf nooit nog zo’n opmerking maken, de volgende keer gaat er een pijl dwars door dat breinloze hoofd van je.”
Ik weet dat ik over reageer, maar het kan me nu echt niet schelen. Hij moet me met rust laten en iets productief doen om Gale te redden.
Zwijgend lopen ze achter me aan, wanneer we weer vlak bij de heuvel in de woestijn aankomen, spurt Lolan vooruit. Het competitiebeest in hem kan het niet aan dat ik er eerst zou zijn.
“Voor we door de poort gaan moet je het eerst uitleggen Alia! Misschien werk je niet met haar samen, maar hoe wist je haar naam?”
Kwaad kijk ik hem aan.
“De band die ze tussen ons schepte, heeft me ook verteld wat haar naam is. Nu goed?”
Ik stap naar de steen toe en wenk Jenny.
“Jij weet hoe de poort hier opengaat, doe het!”
Terwijl Jenny langs me loopt legt ze voorzichtig een hand op mijn schouder.
“We vinden hem wel, je bent niet alleen.”
Langzaam trekt ze Gladiris uit zijn schede en slaat ze met alle macht op een steen. Meteen verzwelgt de oranje gloed ons. In een oogwenk staan we weer in Magialis, dit keer in Jenny’s kamer, we moeten zo snel mogelijk naar Johtih, naar Assandrelle, wie ze ook mag zijn.
Er zijn nog geen reacties.