Foto bij Hoofdstuk 10.3

Luke

Ongeveer veertien dagen later zijn de twee weken aftellen tot San Diego eindelijk voorbij. Het is maandag. We blijven tot donderdag. Dat zijn twee nachtjes slapen in Best Western Plus, Hacienda Hotel Old Town. Die maandag haal ik Dan – die de laatste twee weken een stuk vrolijker was dan die ene dinsdag – en Angelo op, om daarna door te rijden naar het huis van Jacqueline, waar Meadow ook zal zijn.
‘Zo, je weet de code zelfs al,’ merkt Dan op als de toegangspoorten opengaan en we Jacquelines woonwijk inrijden. ‘Ben je al een vaste klant?’
‘Tuurlijk,’ reageer ik terwijl ik de weg nog probeer te weten. Het ziet er een stuk anders uit dan de vorige keer toen ik hier in het donker naartoe reed. En toen had ik Jacqueline naast me zitten, die diende als betrouwbare navigatie. We rijden langs een omheind zwembad dat in het midden van de wijk ligt en ik twijfel of ik hier eerder langs ben gereden. Alles ziet er echt heel anders uit dan in het donker. Ik gok zelfs dat ik haar huis niet meer zal herkennen.
Dan weet ik weer wat ze zei. Na de poorten links, dan rechts en daarna gewoon helemaal rechtdoor tot je niet meer verder kunt. Daar ga je links en woont ze daar ergens. Gelukkig herken ik de auto die op de oprit staat. De oprit zelf komt me ook bekend voor, met de witte garagedeur. De kofferbak van de zilveren Passat staat open en op dat moment stapt Jacqueline de deur door naar buiten. Ze glimlacht en zwaait terwijl ze net een koffer zeult en haar Target-rugtas over haar schouder heeft hangen. Beide dingen gooit ze achterin de auto, waarna ze de klep dichtslaat.
Ik zet de pick-up achter de Volkswagen neer en stap uit. Jacqueline komt meteen naar me toe en ze begroet me met een onverwachte knuffel. Direct voel ik mijn mondhoeken omhoog gaan en sla ik ook mijn armen om haar heen. Dan laat ze me los en geeft Dan en Angelo ook een knuffel ze lacht hardop als Angelo weigert haar los te laten.
Meadow komt ook naar buiten, loopt om de witte rozenstruiken heen, springt het opstapje af en komt dan bij ons staan. Achter de rozen zie ik een schommelstoel op de veranda staan. Hij ziet er oud uit; de witte verf die er oorspronkelijk op hoort te zitten is er grotendeels afgebladderd.
Er verschijnt een vrouw in de deuropening die ons even gadeslaat. Dan neemt ze de beslissing ook naar buiten te komen. Ik ben degene die als eerste op haar afstapt. Ze schudt mijn uitgestoken hand met een glimlach. ‘Hallo, hoe gaat het? Ik ben Luke.’
‘Dus jij bent Luke! Leuk om je te leren kennen, ik heb veel over je gehoord.’ Ik grinnik kort. ‘Mijn naam is Elsa en ik ben de moeder van Jackie.’
Ik laat mijn ogen naar Jacqueline schieten. De gelijkenissen en genetische trekjes vallen me op. ‘Uw dochter lijkt op u.’
‘Dankje.’ Ze trekt een van haar wenkbrauwen lichtjes op. ‘Dat is toch een compliment?’
‘Ja, zeker,’ lach ik.
Ik voel de hand van Jacqueline zachtjes tegen de mijne tikken als ze naast me komt staan. Een prikkel die vanaf mijn huid, via mijn zenuwen naar mijn hersenen schiet, met als gevolg dat de vlinders diep in mij wakker doen worden. Nee, dat klopt niet. Ze waren al een tijdje wakker.
‘We gaan zo, mama.’
‘Weet je het zeker?’ Ik schrik lichtjes van de plotselinge verandering in het gezicht van Jacquelines moeder. Zo bezorgd heeft mijn eigen moeder volgens mij nog nooit naar mij gekeken. Onwillekeurig doe ik een stapje naar achteren.
‘Mam, maak je nou maar geen zorgen. Alles zal goedkomen.’
‘Ik weet niet…’ Twijfel schittert in de ogen van de moeder.
‘Mama, we hebben het hier toch al over gehad? Ik weet wat ik moet doen.’
‘Ja, maar je-‘
‘Mam, alsjeblieft.’
Ik kijk kort over mijn schouder naar de rest, die bij de wagen staan te kletsen. Behalve Angelo, die zit op mijn plek achter het stuur. Dan trek ik mijn mond open: ‘Mevrouw, eeh, Elsa. Jacquelines moeder. Het komt goed, dat beloof ik. Ik zal ervoor zorgen dat uw dochter niets overkomt.’ Weer zie ik die twijfel in haar ogen voorbij komen terwijl ze van Jacqueline naar mij kijkt. Dan begint Angelo verwoed te toeteren. Jacqueline stapt naar voren en drukt haar lippen op haar moeders wang. ‘Ik houd van je.’ Ze draait zich om en trekt mij daarbij mee.
Nog net hoor ik: ‘Ik ook van jou.’ Lief.
En dan is het echt tijd om te vertrekken. Elsa zwaait ons uit terwijl we verdeeld in twee auto’s wegrijden. Een roestige Chevrolet en een grijze Volkswagen. Brons en zilver, op naar San Diego. Dat is een quote.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen