Zwarte tranen.

Ik zoek me een ongeluk naar mijn mascara. Alle boeken en papieren die op mijn bureau liggen veeg ik eraf, hopend dat het vertrouwde zwarte buisje eronder ligt. Teleurgesteld zucht ik als het houten blad tevoorschijn komt en ik mijn mascara niet tegen ben gekomen. Ik staar naar mijn lege handen. Ik mis mijn mascara. Ik probeer het verdriet van me af te schudden door mijn blik los te maken van mijn handen. Dan kijk ik recht een spiegel in, waardoor ik me alleen maar meer realiseer waarom ik mijn mascara zo graag terug wil vinden; mijn ogen zien er niet uit zonder.
Snikkend werp ik me op bed. Mijn laken verfrommel ik in mijn gebalde vuisten terwijl ik huil om het verlies van een zo gewaardeerde vriend. Door gewoonte gestuurd kijk ik als ik ben uitgehuild meteen in de spiegel of mijn mascara uitgelopen is, en of ik de schade kan beperken. Dan dringt het nog eens extra tot me door. Er is geen mascara. Hij is weg, kwijt, iedereen kan er zomaar bij. Elke willekeurige gek kan mijn geliefde compagnon, degene met wie ik alles deel, gebruiken en misbruiken zonder mijn toestemming. De schrik slaat me om het hart als een sterke hand met lange, slanke vingers. Het knijpt mijn keel af, bevriest het bloed dat even geleden nog door mijn aderen stroomde, bruiste zelfs. Voordat ik doorhad dat mijn mascara weg was, voor altijd…
De tranen stromen nog steeds over mijn wangen – doorzichtige, glanzende druppels, in plaats van de zwarte sporen die het hadden moeten zijn. Ik zucht diep. Hoe moet ik dit ooit gaan verwerken – het is zo groot dat ik het niet eens kan bevatten. Ik pak mijn dagboek en schrijf. Ik schrijf verder en verder, woorden worden zinnen, die alinea’s worden, en uiteindelijk bladzijdes. Het is niet alleen het droevige gevoel dat ik opschrijf, dat ik zo goed mogelijk verwoord. Ik haal herinneringen op, herinneringen aan de goede tijd die ik met mijn mascara heb beleefd. De keren dat mijn mascara mijn enige redding was op een punt waarop ik alle hoop had opgegeven.
Ik hoor het aankomen. Verwoed hoop ik dat het niet waar is, dat niemand mijn eenzame verdriet komt verstoren. Het blijft. De doffe knallen op de trap, de klink van de deur die om wordt gedraaid, mijn moeder die om een hoekje kijkt. “Hoi, meid,” zegt ze vrolijk. Dan, wat meer bedrukt als ze mijn betraande wangen ziet: “Gaat het goed hier?” Ik probeer een antwoord te bedenken, maar het lijkt of mijn hersenen vastgeroest zitten. “Is deze van jou?” Met moeite til ik mijn hoofd op, het gewicht er van is zwaarder dan ooit tevoren. Mijn ogen lichten op als ik het voorwerp herken. Het zwarte plastic, de rode letters erop. Ik vlieg mijn moeder om de hals, gris de mascara uit haar hand en doe de deur dicht. Mijn mascara! Na al die tijd, eindelijk mijn eigen mascara weer in mijn armen. Liefkozend streel ik met mijn vinger over het glimmend zwarte plastic. Dan loop ik plechtig naar mijn spiegel en draai het dopje eraf. Met een tevreden glimlach zie ik het borsteltje, perfect in al zijn simpelheid. Dan buig ik me nog wat naar de spiegel toe. Het borsteltje scheidt mijn wimperhaartjes perfect. Tevreden bekijk ik het resultaat. Prachtige, lange en zwarte wimpers. Alles wat ik wil is terug binnen mijn bereik. Ontroerd begin ik aan mijn tweede oog. Lang, zwart. Alles wat ik wil, bedenk ik me opnieuw. Geëmotioneerd kijk ik in de spiegel. Ik heb hem zo gemist. Er rolt een traan uit mijn oog. Zwart, constateer ik tevreden. Diepzwart.
Reageer (4)
Wauw, je kan schrijven
1 decennium geledenhuh? huilen om mascara???
1 decennium geledenfreaky
Jij kan ècht wel schrijven!!!


1 decennium geledenZe zijn alle bij prachtig!
Wauw zo mooi allebei!
1 decennium geledenx