Part 3

Het was een paar uur later, de deurbel ging en Frans schreide naar de deur terwijl hij met zijn sneeuwwitte handschoen zijn kraag nog stijver trok. Ik hoorde een hoop lawaai, en iedereen in de keuken haastte zich met zijn of haar taken. Vooral rond dit tijdstip was het een drukte van jewelste. Er mocht dan weliswaar geen was gedaan worden, of andere ‘vulgaire’ werkzaamheden, de familie Kendall vond het wel uiterst belangrijk dat er op zondagmiddag, een geweldig maal op tafel getoverd werd! Vaak kwamen er namelijk meer gasten vanuit de kerk mee, en mijnheer Kendall wilde altijd diepe indruk op de ‘andere man’ maken.
Ik stond bij het fornuis terwijl ik een witte schort op mijn rug vaststrikte, met mijn andere hand roerde ik in een pannetje met kaassous. De moed zonk me in de schoenen toen ik de andere serveersters hun volgeladen dienbladen op zag pakken. Één van mijn taken was ook het serveren, ook al had ik er een verschrikkelijke hekel aan. Ik zou er alles voor over hebben, om mijnheer Kendall zo ver mogelijk uit mijn buurt te hebben. ‘vertrouw me Selena, hij is niet zo gevaarlijk als hij soms lijkt.’ Ik probeerde tevergeefs een brok in mijn keel weg te slikken. Alleen als hij bij me was voelde ik me veilig, en gleed die angst als een deken van me af. Maar was ik alleen, dan trok die deken weer over mij heen, en was ik weer voor alles op mijn hoede. Die vreselijke angst leek dan nooit meer te verdwijnen, en leek als een afschuwelijk monster, in ieder hoekje te zitten.
‘kom op Selena, meneer Kendall houd niet van getreuzel!’ Betty gaf een por in mijn zij. Vlug pakte ik mijn dienblad, en zag ik nog net dat Maryless me een bemoedigend knikje gaf voor ik in de deur verdween. Geruisloos volgde ik Betty, Sylvia en Marilène door de brede gangen. Ik voelde de zachte haartjes van de rode loper door mijn rafelige zwarte schoentjes heen drukken. De gang was donker en somber, en de statige sacherijnige portretten aan weerszijden hielpen daar ook goed aan mee.
Mijn hoofd deed verschrikkelijk pijn, en leek wel mee te bonken op het ritme dat Marilène met haar met haar zwaarwichtige benen aangaf. Marilène was een indrukwekkende vrouw met vrolijk rosig haar die ik nooit zonder glimlach had gezien. Haar achterwerk zwierde daarbij vrolijk van links naar rechts. en ook al was ze indrukwekkend, groot en vrolijk. Ze had een stem als een vogeltje, en leek altijd wel te fluisteren.
Betty deed altijd graag mee met het zwieren van haar achterwerk, alleen deed Betty het om aan te tonen dat ze een mooi lichaam had. Dat is ook zo, Betty met haar volle borsten en ronde heupen trok ieders oog, en dat wist ze ook. Zij was de ‘wilde meid’ van de bediendes, en was vaak te vinden met een stalknecht of andere bediende op diverse ‘privélege’ plekjes. met haar bruine krullen en donkere ogen, verleidde ze graag menig man, maar ze meende het nooit, en dreef altijd de spot over ze als ze met de meiden was.
Sylvia daaraantegen was stil en verlegen. Zij was weer het uiterste van Marilène, mager en lang, met bijna geen boezem, en haar benen leken wel stelten. Zij liet nooit veel van zich horen, en keek altijd somber. Als ik naar haar keek, keek ze altijd terug alsof ik de muis was en zij de kat. Maar zo keek ze naar iedereen, dus het was een gewoonte geworden, en niemand lette er meer op.
We liepen langs de brede spiegel met goud omlijst, ik schrok van mijn gezicht, het zag er net zo somber uit als de donkere wolken die in de loop van de ochtend over kwamen drijven. Ik onderdrukte een zachte snik, en voelde me waardelozer dan ooit. Marilène klopte een vrolijk ritme op de deur, waarop de tegenovergestelde humorloze stem van mijnheer Kendall ons binnenriep. Toen ik achter de andere drie binnenkwam, zag ik meteen de ogen van mijnheer Kendall strak op mij gericht. Zijn gezicht stond op onweer, mijn adem stokte in mijn keel, en even hoopte ik werkelijk dat ik door de grond kon zakken. Mijn blik schoot naar het dienblad in mijn handen, ik volgde het voorbeeld van de anderen, en zette het dienblad op de serveertafel. Even keek ik naar de rest van de tafel, er waren geen gasten. Mevrouw Kendall zat als altijd zwijgend in de verte te staren, Anne-Sophie keek me niet aan, en zat kaarsrecht met haar neus in de lucht te wachten. Snel draaide ik me om en liep weg, maar voordat ik de veilige andere kant van de deur bereikt had werd mijn naam geschreeuwd. ‘Selena!’ Als aan de grond genageld bleef ik staan. Langzaam, heel langzaam draaide ik me om, mijn ogen op de grond gericht.
‘Heb jij, soms enig idee wat het plotselinge vertrek van de heer Longbird te betekenen heeft?’ hij begon rustig en sprak de woorden zo geniepig uit alsof ik een klein kind was, die moeite had met het begrijpen van zijn woorden. Ik was tenslotte maar een analfabetische bediende. ‘nee mijnheer’ fluisterde ik. ‘nee mijnheer?’ klonk het spottent. ‘jij achterlijke hoer!’ hij spuugde de woorden eruit. Er ging een golf van afschuw door mij heen. ‘jij dacht met je verleidingskunsten hem voor je te winnen hé? Smerig wijf dat je er bent. Nooit zal een man als hij zich tot jou niveau verlagen! Hoor je? Nooit!’ mijn vingers trilde, het bloed suisde door mijn hoofd, en mijn angst sloeg om in woede. nijdig gooide ik mijn hoofd omhoog en keek hem aan. ‘iemand van uw soort, mijnheer zou blij moeten zijn dat er nog iets goeds uit uw monsterlijke verschijning voort heeft mogen komen!’ ik schrok van mijn woorden, en zou wel willen dat ik het nooit gezegd had. Mijnheer Kendall sprong zo boos overeind dat zijn stoel achterover klapte. ‘Verdwijn!’ schreeuwde hij. ‘verdwijn! en laat je niet meer zien!’ hijgend leunde hij op de tafel, zijn gezicht was rood van woede. Ik bleef staan, ik weet niet waarom, maar ik bleef op dezelfde plek staan, en verroerde geen vin. Toen stormde hij op me af, en beukte zijn vuist in mijn buik. Ik gilde, en viel kermend voorover. hij wist het! Joeg het door me heen. Hete tranen druppelden op de grond. Even keek ik naar mevrouw Kendall, ze keek niet op of om, en staarde nog altijd in de verte.
Toen sprong ik op en rende ik weg.
Ik hoorde, toen ik de hoge trap oprende, Mijnheer Kendall nog vloeken. Ook al was ik aan de andere kant van het huis.
De deur klapte achter mij dicht, ik viel er tegen aan, en leunde huilend mijn hoofd achterover tegen de deur. ‘ik hou van je!’ ik greep naar mijn buik, en zette mijn botte nagels erin. ‘alsjeblieft, waarom ben je nu weg!’ ik liet me zakken, en leunde mijn hoofd tegen mijn knieën. Mijn lichaam schokte, het deed zo’n pijn, mijn hart deed zo’n pijn.
Reageer (1)
Mooiii!
1 decennium geleden