Part 1
Als het tot me doordrong wat er om mij heen gebeurde, als ik realiseerde wat ik zag, als ik begreep wat ik hoorde, zou ik misschien niet denken dat ik droomde. Maar het lukte niet, alles was een waas, alles ging voorbij, en ik kon het niet tegenhouden. Waarom! Het woord jaagde door mijn hoofd. Ik fluisterde het in de kille lucht terwijl er een klein wolkje stoom uit mijn mond ontsnapte. De ijzige kou voelde ik tot in mijn botten. Ik staarde naar het lange statige pad, omgeven door hoge bomen. De herfst had ze allen de mooiste kleuren gegeven, de blaadjes lagen stil verspreid over het pad, als oranje gevlekte loper. En in de verte, over de gevlekte loper, tussen de statige bomen door, zag ik de donkere schim steeds kleiner worden. Het gekletter van de hoeven, wat net zo plotseling luid klonk in de stilte van de vroege ochtend, nadat het dier de felle aansporing voelde, stomde steeds verder weg. Alles gebeurde zo snel, maar voor Selena leek alles zo langzaam te gaan. elke hoefslag die de grond raakte, gaf een opnieuw een steek pijn in haar hart. Hoe verder de schim zich verwijderde, hoe killer en pijnlijker haar hart werd.
Geloofde ze hem? ‘Ik hou van je Selena!’ zijn stemde herhaalde zich steeds op nieuw in haar hoofd. hij had haar onderaan de brede stenen trap bij haar ellebogen gepakt. Het leer van zijn handschoenen was koud en zacht. ‘ik laat je niet in de steek, geloof me!’ Toen kuste hij haar vurig, en even snel liet hij haar weer los, waarna hij op zijn ongeduldig trappelende paard sprong. Het hele kortdurende afscheid had ze niets gezegd, ze was twijfelachtig en angstig geweest, ze had zijn kus niet beantwoord. Maar toen hij op zijn paard zat, en zijn gezicht naar haar toe wende, zag ze zijn ogen. Zijn ogen, vol pijn, liefde, schuldgevoel en machteloosheid. Over zijn wangen liepen tranen. ‘waarom?’ eindelijk kwam er een woord over mijn lippen. Hij beantwoorde mijn vraag niet, en op dat laatste moment kwamen mijn tranen en keek ik hem vol liefde terug in de ogen. Één kort moment vol liefde! Daarop gaf hij zijn paard de sporen en stoof weg.
Nu reed hij daar, de deken van mist zorgde dat hij nog sneller verdween, een paar seconden, toen was hij verdwenen. De paardenhoeven waren weggeëbd. En in plaats van dat alles, kwam er een doodse stilte, geen vogel die zong, geen boom bewoog, geen levend wezen die mijn pijn kon verzachten. Mijn dunne witte jurk die vochtig geworden was door de mist, plakte aan mijn benen toen ik me omdraaide, en oog in oog stond met het huis achter me. Langzaam nam ik het mooie witte huis van beneden tot boven in me op. De mooie sierwerken boven de ramen en deur, de statige trap, de brede stenen veranda, de grote klimop aan de muren, maakte het nog adembenemender. Een rilling ging door mij heen, niet alleen van de kou, maar ook omdat ik zoveel van dit huis hield. Er was hier zo veel gebeurd, elke herinnering lag hier. Hier in en rond dit voor mij zo dierbare huis.
Langzaam liep ik om het huis heen, over het smalle grindpaadje, richting de deur van de bediendes. Ik liet mijn vingers over de stenen muur glijden, terwijl ik rechts over mijn schouder naar bomen langs het pad staarde. Hier was de rand van het bos. Ze zag haarzelf nog zich tussen de struiken verbergen, muisstil en op de loer voor Jonathan, die in zijn nette kleren vol moddervlekken en een winkelhaak in zijn broek, met een houten zwaardje in zijn hand door het bos draafde. Ze hoorde hem schel het paardengehinnik nabootsen, wat haar in de lach deed schieten. Net op het moment dat Jonathan mij ontdekte en op mij af wilde stormen, klonk daar de bulderende stem van mijnheer Kendall. Mijn adem stokte in mijn keel, toen ik de angstaanjagende man achter mij zag, en zich als een beer op zijn achterpoten boven me uittorende. De dreigende strenge ogen op mij gericht. Klaar om zijn prooi te verscheuren. Nog geen seconde later vloog Jonathan het huis binnen, en kon alleen het zwaardje dat over een tak heen en weer wiegde, zijn zojuiste aanwezigheid bewijzen.
Er zijn nog geen reacties.