18. I can hold you when you reach for me
Bill zweefde. Zijn lichaam lag ergens beneden hem, maar zijn geest zweefde. Hij was zo licht als een veertje, dreef op de wind en glimlachte, volmaakt gelukkig.
Plotseling begon het te stormen. De glimlach verdween, dit voelde niet erg prettig. Rukwinden gooiden hem van links naar rechts, een speelbal van de goden. Toen, in één ogenblik, ging de wind volledig liggen en hij stortte van hemelhoogte omlaag.
Met een klap keerde Bill in zijn lichaam terug. Plotseling woog hij zwaar, heel zwaar, alsof de hele wereld op hem drukte. Golven pijn trokken door zijn lichaam, vaag maar wel aanwezig. Iets kneep in zijn rechterhand en een stem fluisterde: ‘Ik kan je niet missen, kleintje.’
Bill kénde die stem. Hij kende die stem zelfs beter dan zijn eigen stem. Opluchting deed zijn lichaam ontspannen. Tom. Hij was weer bij Tom. Eindelijk.
Het liefst wilde hij zijn ogen opendoen en zijn broer om de hals vliegen, maar de pijn verbood hem te bewegen. Dus bleef hij doodstil liggen en luisterde naar Toms stem. De woorden gingen grotendeels langs hem heen – het was het geluid waar hij zich op concentreerde. Het beste geluid dat hij zich kon voorstellen.
Na een tijdje merkte hij dat Toms stem dichterbij kwam, alsof zijn broer hem in zijn oor fluisterde, gevolgd door een vreemde piep en een kneepje in zijn hand. Bill negeerde de pijn, raapte al zijn wilskracht bij elkaar en gaf Tom een kneepje terug.
Even gebeurde er niets, alles bleef stil. Toen kneep Tom zo hard in zijn hand dat er een nieuwe pijnscheut door zijn arm trok en fluisterde luid: ‘Bill, godzijdank!’
Bill zocht naar zijn stem, vond die ergens onderin zijn tenen en kuchte met moeite: ‘Tom... Je doet me pijn...’
‘Oh, sorry.’ Tom liet vlug zijn broertjes hand los. Nu kreeg Bill zijn ogen open; even knipperde hij tegen het felle licht, toen draaide hij met veel inspanning zijn hoofd Toms kant op. De oudste Kaulitz zag bleek, had enorme wallen en kleine oogjes, maar zijn grijns was zo groot dat hij vast niet meer in zijn geheel door de deur paste.
‘Bill!’ fluisterde hij en greep opnieuw diens hand.
‘Tomi...’ Bill glimlachte ook en slaakte een diepe, opgeluchte zucht. Alles kwam goed. Alles was weer goed. Ze waren weer bij elkaar.
Opnieuw was het even stil. Ze hadden geen woorden nodig om elkaar te vertellen wat ze moesten vertellen. Er bestonden toch nog geen woorden die dat goed genoeg konden uitdrukken. Elkaars hand vasthouden, elkaars ogen lezen, dat was genoeg.
Toen ontdekte Bill hoe vermoeid Tom eigenlijk was; hoewel hij het probeerde te verbergen, kon de oudste Kaulitz zijn ogen nauwelijks nog openhouden. Bill kneep weer in zijn broers hand en fluisterde schor: ‘Moet jij niet eens dringend gaan slapen?’
‘Nee,’ loog Tom, knikte toen en mompelde: ‘Ik wil je niet alleen laten.’
‘Er is genoeg ruimte hier,’ antwoordde Bill en gebaarde met hun ineengestrengelde handen naar de witte deken. ‘En ik geloof niet dat ik besmettelijk ben, dus dat zal ook niet...’
Zijn stem stierf weg, zijn ogen vielen al weer dicht. Tom glimlachte, aarzelde even en schopte toen zijn schoenen uit. Hij kroop op bed, bovenop de dekens, en legde een arm om zijn broertje heen. Bill ontspande nu helemaal, nestelde zijn hoofd tegen Toms schouder en zuchtte diep. Het volgende moment waren ze allebei diep in slaap.
Simone liep haastig door de gang. Ze was, natuurlijk, op weg naar haar zoon – ondanks het feit dat ze de kriebels kreeg van ziekenhuizen, zou ze en kon ze haar jongens niet in de steek laten. En dus was ze toch onmiddellijk naar Polen gekomen.
Het nieuws had voor haar zo’n dubbele klank gehad. Ja, Bill was weer thuis, maar zijn leven was nog steeds in gevaar. Het deed haar pijn, meer dan ze kon laten merken. Alle liefde die ze in haar hart voor de tweeling bewaarde, had hen niet kunnen beschermen tegen hun ergste nachtmerrie: gescheiden worden van elkaar. Ze kon proberen wat ze wilde, maar uiteindelijk hielp het niet veel. Vroeger was het makkelijk; ze verloor hen simpelweg nooit uit het oog. Nu kon dat onmogelijk en ze wenste stiekem dat ze hen weer gewoon thuis kon houden.
Georg, Gustav en Wanda wachtten haar op bij de deur van Bills kamertje. Zwijgend omhelsde Simone hen; op momenten als deze besefte ze pas goed hoeveel ze van haar jongens hield. En ze rekende Georg en Gustav al jaren in die categorie.
Ook Wanda, die in korte tijd zoveel voor hen was gaan betekenen, kreeg een welgemeende knuffel. Simone had het verhaal over Irenka gehoord – meer had ze niet nodig om Wanda in haar familie te accepteren.
‘Is Tom binnen?’ vroeg ze toen. Ze was in de eerste plaats natuurlijk toch voor haar tweeling gekomen.
‘Waar anders?’ Georg opende zachtjes de deur en ze gluurden allemaal naar binnen.
‘Ach gossie...’ Wanda kon zich niet inhouden. Het zag er ook zo schattig uit. Een slapende tweeling, dicht tegen elkaar, met identieke vredige gezichten. Toms ene arm lag om Bill heen; Bills vingers omklemden diezelfde hand.
Simone glimlachte vertederd. Ze kwam weer een beetje tot rust nu ze dit zag. Met haar zoons was alles weer goed. Voor haar was dat genoeg.
‘Kom,’ fluisterde ze en sloot zachtjes de deur weer. ‘We laten hen maar even met rust.’
Twee weken later werd Bill uit het ziekenhuis ontslagen. De koorts was geweken, de wond begon mooi te helen. Hij mocht absoluut nog niet optreden, maar hij mocht wel naar huis. Hoogstwaarschijnlijk zou hij zijn linkerarm nooit meer zo vrij kunnen bewegen als vroeger, maar de blijvende schade was niet groot. Hij had erg veel geluk gehad, volgens de dokters.
‘Geluk?’ bromde Tom, terwijl hij het autoportier opentrok. ‘Ja, heel veel geluk. Ontvoering, beschieting, bijna-dood...’
Bill schoof op de achterbank van de Toyota en lachte zorgeloos. ‘Ach Tomi, ik ben er nu toch weer? Dat is allemaal verleden tijd.’
Zijn broer kwam naast hem zitten, sloeg het portier dicht en keek hem ernstig aan. ‘Ga me nu niet vertellen dat je het zó snel vergeten bent?’
‘Vergeten?’ mompelde Bill zachtjes. ‘Ik ga het nooit van mijn leven vergeten. Er is nog geen nacht voorbijgegaan of ik heb er over gedroomd. Op elke straathoek denk ik Alexej Androvich te zien, compleet met sigaret en pistool, en dan voel ik m’n schouder trekken. Maar...’
Hij keek Tom met grote, ernstige ogen aan. ‘Ik wil niet m’n hele leven bang blijven, Tomi. Ik wil weer gewoon mezelf kunnen zijn, zonder geplaagd te worden door nachtmerries of oude wonden.’
Tom pakte zijn hand en gaf hem een kneepje. Meer niet. Dat was ook niet nodig; Bill haalde alle steun die hij nodig had uit die twee seconden huid op huid. Toen startte Georg de motor en ze zoefden de straat uit, op weg naar huis. Of eigenlijk – op weg naar de tourbus. De Toyota was alleen maar een “tussenstukje”, om Bill van het ziekenhuis naar de tourbus te krijgen zonder dat het heel erg opviel.
Bij de tourbus werden ze opgewacht door de voltallige Tokio Hotel crew, met als nieuw lid... Wanda. Ze zou bij hen blijven, had ze beloofd, mar wilde wel iets dóén. Daarop had David haar een baantje bij de crew aangeboden en die had ze met beide handen aangenomen.
Alles leek nu de goede kant uit te gaan, voor iedereen. Er was echter nog één obstakel voor geluk.
Irenka.
Reageer (1)
mooi! vooral het eerste stukje is zeer mooi geschreven!!
1 decennium geledenxx