17. Please don’t drift away from me
Met afgemeten stem begon Czajka te spreken. ‘Luister goed, jochie. Het kan mij niets schelen of jouw lieve broertje vandaag sterft of niet. Ik stel vast wat er gebeurt, niet jij.’
Tom kon nauwelijks meer praten van angst, maar slaagde erin toch drie woorden uit zijn keel te persen. ‘Noem je voorwaarden.’
‘Een wek voorsprong voor jouw broertje, een jaar voor hem en Irenka.’ Doodkalm, alsof het om een kopje koffie ging.
Wanda snakte naar adem. ‘Dat kan niet!’
‘Oh nee?’ Czajka keerde zich kalmpjes naar haar. ‘En hoezo niet?’
Zijn dochter negeerde hem. Ze liep naar Król toe en begon in het Pools tegen hem te fluisteren. Hij leek een moment lang opgelucht, omdat hij het gesprek tot nu toe niet had kunnen volgen (hij sprak geen Duits), maar die opluchting verdween als sneeuw voor de zon toen Wanda hem Czajka’s voorwaarden uitlegde.
‘Een jaar is teveel,’ vertaalde Wanda nar het Duits. ‘Een week, akkoord, maar geen jaar.’
‘Dan geen Irenka.’ Czajka haalde zijn schouders op en keek omlaag naar zijn tweede dochter, die nog altijd met Bills krachteloze hand in de hare zat. ‘Hoor je dat? Je blijft bij je oude vader!’
‘Zolang je Bill maar vrijlaat,’ zei ze toonloos en streek door diens haren. Hij reageerde niet; het enige bewijs van zijn leven was de onregelmatige polsslag.
Czajka keerde zich naar Tom, die stond te trillen op zijn benen. ‘We hebben een deal. Je had het over een afgesproken plaats. Waar mag dat zijn?’
‘Hier.’ Tom schraapte zijn keel en zei, zonder omkijken: ‘Wanda, kan jij dat stelletje Polen uitleggen dat ze deze types door moeten laten?’
Wanda vertaalde vlug voor Król en zijn mannen, die met veel gemor instemden en een doorgang vormden. Czajka gaf een knikje aan Alexej; die verdween in de loods, om even later terug te keren achter het stuur van een Volkswagenbusje. Hij werd gevolgd door een tweede busje, bestuurd door Jakob Czajka alias Baardmans. Ze manoeuvreerden om Bill heen en hielden vervolgens stil.
Stefan Czajka schopte ongeduldig zijn jongste dochter in haar zij. ‘Vooruit, meekomen!’
Irenka liet Bills hand met tegenzin los, streek nog één keer door zijn haren en stond toen op. Even zochten haar ogen die van Wanda. Toen draaide ze zich om en stapte naast haar oom in het busje. Een minuut later waren ze weg.
Tom liet zich onmiddellijk naast zijn broertje op zijn knieën vallen, trillend als een espenblad. Tranen die hij al zo lang onderdrukte, begonnen eindelijk te stromen. Zijn ene hand omvatte die van Bill, die Irenka net had losgelaten, zijn andere gleed over Bills gezicht. Hij leefde nog. Hij leefde nog. Ze waren op tijd.
Georg, Gustav en Wanda holden op hen af, alledrie net zo wankel als Tom. Ook over Wanda’s wangen liepen nieuwe tranen. Ze pakte Bills andere hand en gaf er een zacht kneepje.
‘Blij je te leren kennen, Bill,’ fluisterde ze met verstikte stem. ‘Ik heb zóveel over je gehoord...’
Tom sloeg zijn ene arm om haar heen – hield nog altijd Bills hand vast – en drukte haar tegen zich aan. ‘Het spijt me, het spijt me zo...’
Georg en Gustav knielden links en rechts van hen, zwijgend, wasbleek. Even zei geen van allen iets. Toen mompelde Gustav gesmoord: ‘We moeten hier weg. Bill heeft een dokter nodig.’
Ze knikten allemaal en Wand maakte zich voorzichtig los uit Toms arm. ‘Ik regel het wel,’ prevelde ze, liep zonder op antwoord te wachten naar Król. Een kleine vijf minuten later lag Bill op de achterbank van een politiewagen, zijn hoofd in Toms schoot, en werd met zwaailichten en sirenes naar het ziekenhuis gebracht.
De kranten stonden er vol van. “Tokio Hotel redt eigen bandlid uit handen Poolse crimineel”; “Tokio-tweeling herenigd”; “Bill Kaulitz met zware verwonding in ziekenhuis Polen”. Iedereen praatte erover en iedereen wachtte met smart op een verslag uit eerste hand. Tokio Hotel was echter niet bereikbaar voor commentaar.
De schotwond bleek minder rechttoe rechtaan dan ze gehoopt hadden. Het was ontstoken, Bill had hoge koorts en moest geopereerd worden om de kogel uit zijn vlees te laten halen. Daarbij was hij door zijn erbarmelijke omgeving van de afgelopen tijd ernstig verzwakt; hij kon niet veel méér hebben, de kans bestond nog altijd dat hij het niet zou overleven.
Tom stond zonder blikken of blozen, ondanks zijn aversie van naalden, bloed af voor een transfusie. De artsen waren er dolblij mee, maar durfden nog altijd niet te beloven dat Bill het echt zou halen. “De kans dat hij blijft leven is groot,” zeiden ze, “maar we beloven niets. Of er blijvende schade is, weten we ook nog niet. Misschien zal hij zijn linkerarm niet meer zo goed kunnen gebruiken. We kunnen echter nog niets met zekerheid zeggen.”
En daar bleef het bij.
Bill lag in het ziekenhuisbed. Hij leek heel normaal te slapen, maar dat was de nasleep van de narcose. Zijn schouder was geopereerd, ontsmet en opnieuw verbonden. Nu was het wachten tot hij wakker werd.
Op een plastic stoel naast het bed zat Tom, met dikke wallen onder zijn ogen en een bleek gezicht. Hij was doodmoe, maar weigerde te gaan slapen. Hij moest en zou bij Bill blijven tot die wakker werd.
Zijn beide handen hielden Bills rechterhand vast. Het voelde zo goed om eindelijk weer bij zijn broertje te zijn, om hem eindelijk weer aan te kunnen raken. Nu pas besefte Tom weer ten volle hoeveel hij Bill nodig had. Ze functioneerden niet zonder elkaar.
Hij zuchtte diep en kneep even in Bills hand. ‘Ik ben blij dat je er weer bent, broertje,’ fluisterde hij zacht. ‘Ik heb je zo gemist... Ik dacht echt dat ik doodging. Dat zal jij nog wel meer gehad hebben, denk ik.’
Geen antwoord, natuurlijk, maar daar stoorde Tom zich niet aan; hij ging gewoon verder.
‘Het spijt me zo ontzettend van die ruzie, Bill, de avond dat je wegrende. We waren allebei moe, maar het was toch meer mijn schuld. Ik had niet zo moeten reageren en ik had beter voor je moeten zorgen. Of je het nu leuk vindt of niet, ik bén de oudste. Kun je me alleen wel beloven dat je nooit meer zomaar een hotel uitrent? Ik kan je niet missen, kleintje.’
Tom staarde naar Bills ontspannen gezicht en probeerde te glimlachen. ‘Word nou eens wakker, halvegare... Ik maak me nog steeds zorgen om je, ook al ben je weer bij me. Je moet blijven leven, begrijp je dat? Je moet wakker worden en blijven leven.’
Nog steeds geen antwoord. Tom boog zich naar voren en fluisterde in Bills oor: ‘Je moet in elk geval wakker worden en je haren verven, want die blonde uitgroei is niet om aan te zien.’
De hartmonitor piepte. Tom keek op, angstig afwachtend, en kneep onwillekeurig in Bills hand.
Eindelijk, eindelijk kreeg hij een kneepje terug.
Reageer (1)
superxx
1 decennium geleden