Opnieuw stond Gellert weer versteld van Albus’ magische vaardigheden. Hij was zo snel en kalm, dat Gellert al bijna vergeten was wat er was voorgevallen.
Desiderius was echter buiten zinnen toen Albus de vervloekingen die hij over zijn geit had uitgesproken weer ophief en hield zijn stok op zijn broer gericht toen die weer naar binnen was gegaan.
‘Dit heeft geen zin, Desiderius,’ zei hij berustend en hij stak zijn handen omhoog, zodat die kon zien dat hij niet wilde aanvallen.
Gellert leunde met zijn ellebogen op de rug van een van de fauteuils in de woonkamer die met een zwiep van Albus’ toverstok weer overeind waren gezet. Het rook er ook niet meer naar geitenkeutels.
‘Weet je wat geen zin heeft?’ riep Desiderius, die zijn stok niet liet zakken. ‘Al die keren dat jij je opsluit in die kamer van je! Ik wil niet eens weten waar jullie mee bezig zijn, maar ik weet wel dat het ten koste gaat van háár!’
Hij wees op hun zusje, die in de deuropening was blijven staan en angstig naar haar ruziënde broers keek.
Gellert sloeg alles kalmpjes gade. Hij had niet de behoefte om te gaan bemiddelen tussen die twee en wist zeker dat Desiderius een keer uitgeraasd moest zijn als Albus zo sereen bleef staan. Het was bijna alsof hij zich amuseerde, dacht Gellert, maar de blik in de ogen van zijn nieuwe vriend en bondgenoot zei hem dat dat allerminst het geval was.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen