Buiten was het mooi weer. Het was al weer een tijdje geleden dat de zon zo fel had geschenen, maar Gellert peinsde er niet over om zijn bevindingen met Albus te delen. Die had hem vannacht een stuk perkament bezorgd met een theorie waar Gellerts brein meteen mee aan de slag was gegaan, nog voor hij een ganzenveer had kunnen bemachtigen.
Er was niemand die opendeed toen Gellert al een tijd voor de deur was blijven wachten. Hij liet zichzelf daarom maar binnen met een simpele spreuk en verbaasde zich erover dat Albus het huis niet beter had beveiligd. Of hij vond het natuurlijk best dat Gellert zomaar in en uit kon lopen.
Vanuit de keuken klonken luide stemmen. Dat was vast de reden waarom Gellert niet werd gehoord en hij bleef een beetje onwennig in de kamer staan, niet wetend of hij zijn komst al kenbaar moest maken of niet. Stiekem was hij ook wel nieuwsgierig naar waar de ruzie, zo klonk het tenminste, van Albus en Desiderius over ging.
‘Natuurlijk doe ik dat niet,’ zei de kalme stem van Albus na een woedende kreet van zijn broer waar Gellert niets van had verstaan.
‘Je bent gewoon gek,’ was Desiderius’ antwoord. ‘Wat zie je in hem? Hij komt uit een of ander vreemd land en je vertrouwt hem direct!’
Het werd stil. Tenminste, dat dacht Gellert, want hij hoorde niemand spreken. Hij vroeg zich af of Albus hem nu zou verdedigen of niet, maar als hij hem, in die enkele weken dat ze elkaar hadden gezien, goed had ingeschat, zou hij dat wel doen.
En hij had het inderdaad gedaan, zo concludeerde Gellert toen Desiderius niet veel later met een furieus gezicht de keuken uit kwam banjeren. Hij leek totaal geen acht op Gellert te slaan en daarom besloot deze maar door te lopen om een verslagen uitziende Albus in de keuken aan te treffen.

Reageer (1)

  • Stage

    hard life Albus, you'll cope, snel verder!

    1 decennium geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen