13. And when it hurts you, scream it out loud
Het hotel in Poznan was een exacte kopie van het hotel in Warschau. De politiechef in Poznan was eveneens een exacte kopie van die in Warschau. Zelfs zijn assistenten leken op Pawel en Dominika, de assistenten van Gomolka. En Toms gevoelens waren ook precies hetzelfde: angst, onrust, bezorgdheid, een tikkeltje schuld...
Hij stond voor het raam van de hotelkamer en hipte onrustig van zijn ene voet op de andere. Ze waren zó dichtbij, zo dicht bij zijn kleine broertje, en hij zat vast in het hotel. Machteloos. Als ze iets ondernamen, zou Bill daarvan de gevolgen dragen. Het was onmogelijk. Ze zouden elkaar nooit meer zien.
Tom zuchtte diep en legde zijn handen tegen het koude vensterglas. Beneden op het plein hielden ze markt; bedrijvig krioelden de mensen door elkaar, zich onbewust van de jongen die vijf verdiepingen hoger boven hen een traan van zijn wang veegde.
‘Bill...’ fluisterde hij tegen het koele glas. ‘Bill, waar ben je nou? Ik heb je nodig, broertje...’ Hij fronste en voegde er wat luider aan toe: ‘Waarschijnlijk heb jij mij nog veel harder nodig.’
Met een diepe zucht draaide hij zich van het raam af. Tegelijkertijd kwamen Wanda en de G’s de kamer binnen. Wanda droeg een dienblad met een verzameling eten en drinken, variërend van broodjes tot gummibeertjes tot bekertjes koffie tot blikjes cola. Ze zette het blad op tafel en liep door naar Tom.
‘Maak je geen zorgen,’ zei ze zacht, raadde zijn gedachten. ‘We vinden wel een oplossing. Volgende week heb jij je broer weer terug.’
‘En jij je zusje,’ antwoordde Tom even zacht. Wanda glimlachte en leidde hem met lichte drang richting het eten.
‘Precies, en ik mijn zusje.’ Het klonk als iets wat ze uit haar hoofd had geleerd, een gebed dat alle betekenis had verloren.
Zwijgend concentreerden ze zich op de maaltijd van brood en gummibeertjes. Georg en Gustav hadden nooit moeite met eten, maar Tom kon nauwelijks iets door zijn keel krijgen. Voor zijn ogen flitsten steeds weer de beelden van het journaal voorbij: Bill, opgerold in een hoekje, het pistool... En dan die vreselijke stem – Tom hoorde het nog naklinken in zijn oren, ondanks het feit dat hij nog steeds geen Pools verstond.
Om zijn gedachten af te leiden, plukte hij maar een gummibeertje uit de zak. Fout: het was een champagnekleurige, dat betekende Bills favoriet. Voor Tom smaakten al die beertjes hetzelfde, mar Bill hield altijd bij hoog en bij laag vol dat de champagnekleurige veel lekkerder waren dan de rest.
Geërgerd kneep Tom het beertje fijn tussen zijn vingers en gooide het van zich af. Het plakkerige snoepje ketste af tegen Georgs voorhoofd, viel omlaag en veroorzaakte een prachtige plons in het koffiebekertje van de bassist.
Die keek er even naar, alsof hij eerst goed moest beseffen wat er gebeurde, en zei toen droog: ‘Wat een prachtig cadeau, Tom, ik voel me vereerd. Uit je eigen mond gespaard, speciaal voor mij, ik ben ontroerd.’
Of hij nu wilde of niet, Tom moest even lachen. ‘Graag gedaan, ik ben blij dat je het waardeert.’
‘Ik waardeer het zeer,’ mompelde Georg en schoof het bekertje richting Gustav. ‘Koffie?’
De drummer kreeg spontaan de slappe lach en ook Wanda begon mee te giechelen. Even leek alles heel normaal, gewoon vier vrienden met een lachbui, maar Tom herinnerde zich algauw weer aan zijn vermiste broertje en het lachen verging hem. Met een ruk stond hij op – de aanblik van champagnekleurige gummibeertjes deprimeerde hem – en liep richting de tv.
Ze hadden hier veel meer zenders dan in Warschau, vreemd genoeg, waaronder ook Duitse. ARD had zich helemaal gewijd aan de ontvoering van Bill Kaulitz; de laatste nieuwtjes uit Polen werden meteen in beeld gebracht door de headlines. Daarbij was het ook nog eens Duits en dus voor iedereen begrijpelijk.
Op hetzelfde moment dat Tom zich naar de tv keerde, verscheen er een dik rood uitroepteken in beeld, gevolgd door de tekst: Update ontvoering Tokio-Bill! Tom zette meteen het geluid aan en keek gespannen naar het beeld.
Een blonde nieuwslezeres in een beige jasje kwam tevoorschijn. Met ernstige stem rapporteerde ze: ‘De Poolse ontvoerder van Tokio Hotel frontman Bill Kaulitz heeft opnieuw beeldmateriaal naar de Poolse overheid gestuurd, betreffende de staat waarin hun gijzelaar nu verkeert. Deze beelden kunnen als schokkend worden ervaren.’
Tom voelde zich alsof hij elk moment in duizend stukken uiteen kon vallen. Wanda haastte zich naar hem toe en legde een arm om zijn schouders. Georg en Gustav kwamen er ook bij staan, nu weer volledig serieus. Samen staarden ze naar het televisiescherm en konden niet bevatten wat ze daar zagen.
Het was Bill. Alleen – was het Bill wel? Hij lag slap op de vloer, overdekt met stof en schrammen, bovenlijf ontbloot en bebloed. De camera schokte even; toen klonk er een gil op de achtergrond en Toms hart stopte voor een seconde met kloppen. Bill keek op en blikte recht in de camera.
Zijn gezicht was lijkbleek, de kleur van ongeverfde wol. Straaltjes vers bloed kleefden zijn haren aan elkaar. Zijn ogen waren roodomrand en zijn lippen gebarsten – maar dat waren geen van allen de reden dat Tom door zijn knieën zakte.
Het was de blik in Bills ogen.
Wilde wanhoop kolkte over de randen, doodsangst kleefde aan zijn wimpers. Hij zag eruit als iemand die op het punt stond van een klif te worden geduwd, iemand die in de laatste seconde om zijn leven smeekte.
Er klonk een knal en Tom gilde tegelijkertijd met iemand in het filmpje. Bill klapte achterover, bleef roerloos liggen. Gestaag begon zich een vlek bloed over zijn borstkas te verspreiden. Waar de wond zat, was moeilijk te zien.
Zijn schouder?
Zijn hart?
Het filmpje brak abrupt af en de blonde nieuwslezeres verscheen weer in beeld, een tikkeltje bleker dan daarnet. Een heftig trillende Georg drukte het geluid weg; de afstandsbediening viel uit zijn krachteloze hand.
Tom gilde weer. Zijn stem sloeg over; compleet hysterisch schoot de klank twee octaven omhoog. Hij sloeg zijn handen voor zijn oren en bleef gillen, niet bij machte te stoppen. Het geluid ging door merg en been, alsof iemand met zijn nagels over een schoolbord kraste. Georg en Gustav hielden zich aan elkaar vast, bij Wanda liepen de tranen over het gezicht. Ze liet zich naast Tom op haar knieën vallen en drukte hem tegen zich aan.
Het gillen maakte plaats voor huilen. Toms hele lichaam schokte van de tranen die in zijn wangen sneden. Hij viel tegen Wanda aan, niet in zijn staat zijn eigen gewicht te dragen bovenop zijn wanhoop. Hij ging volledig stuk, tot er niets meer van hem over was dan een jongen op het randje van de afgrond. Precies zoals die andere jongen, kilometers verderop, met dezelfde blik van doodsangst in dezelfde donkerbruine ogen.
Reageer (2)
O. My. God.
1 decennium geledenJe moet echt snel weer verder <3
x.
snel verder
1 decennium geledenxx