8. Breathe slowly in and out
Twee dagen later. Bill zat op het kamertje aan het eind van de gang en kwam langzaam weer op krachten. Irenka zorgde met engelengeduld voor hem. De eerste dag moest hij na elke maaltijd overgeven, maar Irenka was er altijd om zijn haren uit zijn gezicht te houden en naderhand de boel op te ruimen. Bill verontschuldigde zich elke keer weer, hoe vaak ze ook zei dat het haar niet uitmaakte.
Nu ging het beter, hij had zijn ontbijt nog steeds in zijn maag en liep rondjes door het kamertje om zijn bloedsomloop te stimuleren. Irenka was er niet, hij had geen idee waarom maar af en toe verdween ze. Waarschijnlijk had ze meer mensen om voor te zorgen.
Op dat moment ging de deur open. Bill bleef staan, verwachtte Irenka, maar zag tot zijn schrik Alexej op de drempel staan. De zanger herinnerde zich maar al te goed aan hun vorige ontmoetingen en deed een stap achteruit.
Alexej grijnsde kalmpjes. ‘Yes, walk away so I won’t hurt you. I told them, you’re weak.’
Bill besloot de belediging te negeren. Liever zwak dan dom – en Alexej uitdagen was werkelijk oerstom. De Rus bleek echter niet van plan hem zomaar met rust te laten. Hij kwam het kamertje binnen, bedrieglijk kalm maar met glanzende ogen. Een vos, klaar om een weerloos konijn te verschalken. Onwillekeurig liet hij zijn knokkels knakken. Bill deed nog maar een stapje achteruit.
Nu kon hij geen kant meer op, besefte hij te laat. Links was de wastafel, achter hem het raam en rechts het voeteneinde van het bed. En recht voor hem Alexej, klaar om hem een kopje kleiner te maken.
‘Androvich!’ De stem sloeg als het klappen van een zweep door de kamer. Alexej draaide zich met tegenzin om, Bill daarentegen slaakte nog net geen zucht van verlichting.
Kerkhoftrui stond op de drempel en zei iets in het Pools. Bill herkende een aantal woorden, maar wist niet wat ze betekenden. Daar schoot hij dus ook niet veel mee op.
Hij begreep echter dat Alexej op zijn kop kreeg van Kerkhoftrui, te zien aan de moordlustige blik die Alexej hem toewierp. Goed. Er was dus toch iemand die hem beschermde, dacht Bill opgelucht.
Dat bleek echter ook niet helemaal waar; Kerkhoftrui greep hem hardhandig bij zijn schouder, duwde hem over de drempel en snauwde in het Duits: ‘Lopen!’
En dus liep Bill tussen Kerkhoftrui en Alexej in de gang it. Pas aan het eind, bij de buitendeur, besefte hij dat zijn schoenen nog binnen lagen. Hij bleef onwillekeurig even staan en kreeg meteen een por in zijn rug.
‘Lopen!’
‘M’n schoenen...’ mompelde de jongen aarzelend.
‘Lopen!’ herhaalde Kerkhoftrui onverbiddelijk. Bill besloot dat het maar beter was om te luisteren en stapte het erf op.
Twee grijze Volkswagenbusjes. Oh God, schoot er door zijn hoofd, niet weer! Alexej porde hem echter nog eens in zijn rug en siste: ‘Come on, get in!’
Bills maag protesteerde heftig bij de herinnering aan Volkswagenbusjes, maar hij had weinig keus. Instappen of erin gegooid worden, wat was er nou beter?
Vlug klom Bill in het busje. De passagiers van de vorige keer waren er ook weer, opgepropt tegen de wanden. Ze herkenden Bill en een aantal glimlachten vriendelijk. Op dat moment knalde Alexej de deur dicht en ze zaten in het donker.
Gelukkig viel het nu met de stank wel mee. Het rook er muf, maar de doordringende urinegeur was verdwenen. Bill zat weer in het midden en concentreerde zich op zijn ademhaling. In door zijn neus, uit door zijn mond. In, uit, in, uit, in, uit...
Blijven ademen, blijven ademen...
Kalm, doe rustig...
Hij sloot zijn ogen om zijn omgeving maar niet te hoeven zien. Normaal gesproken kon hij best tegen het donker en claustrofobisch was hij ook niet, maar nu proefde hij alweer paniek op zijn tong. Het busje kraakte en hobbelde, de muffe lucht maakte Bill licht in zijn hoofd. Waar gingen ze heen? Wat deden ze met hem, met al deze mensen?
Om zichzelf te kalmeren begon hij zachtjes te zingen. Dat deed hij eigenlijk altijd als hij zich rot voelde en het maakte hem onmiddellijk een stuk rustiger.
Tot hij zich herinnerde dat er mensen meeluisteren, onbekende mensen die zich nu waarschijnlijk afvroegen waar hij in godsnaam mee bezig was, en hij brak onmiddellijk af. In het donker glinsterden de ogen van zijn medepassagiers, maar Bill kon niet zien hoe ze naar hem keken.
Iemand tikte hem van achteren op zijn schouder. Geschrokken draaide de jongen zich om en hoorde de schuchtere stem van een jonge vrouw: ‘You sing good. Sing more?’
Het was een beleefde, maar gretig gestelde vraag en Bill besefte dat deze mensen waarschijnlijk in geen dagen meer muziek of zang hadden gehoord. Dus schraapte hij zijn keel en zong zachtjes:
‘Die Welt ist umgekippt
Jeder Stein wurde verrückt
Angst ham wir nich’
Noch nich’
Was kommt ist unbekannt
Wir sind die letzten Meter gerannt
Es fehlt nur noch’n Stück
Noch’n Stück
Der Blick zurück ist schwarz
Und vor uns liegt die Nacht
Es gibt kein zurück
Zum Glück
Zum Glück
Kein zurück…’
Tranen prikten achter Bills ogen. Het brok in zijn keel smoorde zijn stem, hij stopte abrupt met zingen en probeerde zichzelf opnieuw onder controle te krijgen. In door zijn neus, uit door zijn mond...
Achter hem begon plotseling de jonge vrouw te zingen. Een Pools liedje, wat Bill net zomin verstond als zij zijn Duits, maar de melodie werkte kalmerend.
Algauw zong iedereen mee, ook de kinderen, en het rustige gezang spoelde de tranen uit Bills keel. Hij pikte de melodie van het liedje op, neuriede zachtjes mee met de Polen en voelde zich langzaamaan beter.
Op dat moment werd er vanuit de cabine op de tussenwand gebonkt: ‘SHUT UP!’
Alexejs stem. Bill had ontzettend veel zin om zijn tong naar de cabine uit te steken, maar besefte dat die actie naast kinderachtig ook nog eens nutteloos was en hij hield zich dus maar in.
De rest van de rit zaten ze in stilte bij elkaar. Bill was opnieuw begonnen met zijn ademhalingsoefeningen, om het hyperventileren tegen te gaan. het was alleen een stuk minder kalmerend geworden, want één van de kinderen had opnieuw in zijn broek geplast en de stank beet venijnig in Bills gezicht.
Eindelijk kwam het busje tot stilstand. Even gebeurde er niets, toen vlogen de deuren open. avondlicht toverde sterretjes voor hun ogen. Ze hadden dus een hele dag gereden. Op langzaam tempo, dat wel. zouden ze nog in Polen zijn?
Eén voor één klommen de passagiers – bij gebrek aan het beter woord – uit het busje. Ze stonden nu bij een grote loods, onder een afdak, en werden door Alexej naar binnen gejaagd. Bill zuchtte inwendig. Hield het dan nooit op?
Er zijn nog geen reacties.