6. I know I have to find you now
Wanda leidde de jongens zelfverzekerd door de straten van Warschau. Simone was in het hotel gebleven, voor het geval dat de politie met nieuws kwam, maar Georg en Gustav hadden zich bij Tom en Wanda aangesloten.
Na ongeveer een half uur bleef Wanda eindelijk staan. ‘Hier is het,’ zei ze en wees op het huis waar ze nu recht voor stonden. ‘Ik herken de engel op het dak. Hier was ’t.’
‘Kunnen we naar binnen?’ vroeg Tom onmiddellijk. Hij durfde niet teveel te hopen, de kans dat Bill hier echt was leek hem niet erg groot en de kans dat ze hem hier weg konden krijgen als hij hier wél was, nog kleiner.
‘Ik denk dat we beter de politie kunnen inschakelen,’ zei Wanda ernstig. ‘Huiszoeking zonder formulier is strafbaar, ook voor celebrities. En ik denk ook niet dat we veel kunnen uitrichten hier, als Bill echt ontvoerd is zit er meer achter dan één persoon.’
Georg greep al naar zijn telefoon, Wanda dicteerde hem het nummer van de politie in Warschau. Het duurde even voor hij contact kreeg met iemand die iets te maken had met Operatie Kaulitz, maar uiteindelijk had hij commissaris Gomolka aan de lijn.
Maar wat moest hij zeggen? “We hebben een spoor gevonden, kunt u even komen helpen?” Dat vond de commissaris vast niet leuk om te horen. Georg wilde al iets verontschuldigends zeggen, toen Wanda de telefoon overnam. ‘Laat mij maar even,’ fluisterde ze en begon onmiddellijk in razendsnel, onbegrijpelijk Pools tegen de commissaris te praten. Tom, Georg en Gustav snapten er helemaal niets van, maar ze konden niet veel anders doen dan toekijken en hopen dat Wanda erin slaagde de commissaris te overtuigen.
Een paar voorbijgangers keken het groepje wantrouwig aan, maar gelukkig waren er geen fans bij en verder ook niemand die de drie jongens herkende als leden van Tokio Hotel (ze waren dan ook min of meer in vermomming). Ze dachten waarschijnlijk dat het hangjongeren waren; dat verklaarde de vele afkeurende blikken.
Tom begon net ongeduldig te worden toen Wanda de telefoon dichtklapte en aan Georg teruggaf. ‘Ze komen eraan,’ zei ze eenvoudig. ‘Die commissaris was niet meer zo terughoudend toen ik hem vertelde hoe goed dit kon zijn voor zijn afdeling. “Politie Warschau redt zanger van ontvoering”, hij zag de koppen al voor zich.’
‘Waarom ben je eigenlijk met jouw informatie naar ons gegaan en niet naar de politie?’ vroeg Gustav toen.
Wanda haalde haar schouders op. ‘Omdat ik weet hoe de politie werkt. Je moet ze óf heel veel betalen, óf elke dag opbellen voor ze iets met je informatie gaan doen. De politie hier houdt niet van al te hulpvaardige burgers, dat doet namelijk afbreuk aan hun reputatie. ‘Terwijl iedereen weet dat de politie corrupt en bureaucratisch is.’
Ze zag de jongens een wanhopige blik wisselen en stelde hem gerust: ‘Die Gomolka van jullie is een eerlijk man die graag wil helpen. Hij is wat té zelfverzekerd, maar hij blijft één van de beteren.’
En dat meende ze.
Even later arriveerden de agenten die bij de commissaris waren geweest, Pawel en Dominika, met drie norse bullebakken van agenten in hun kielzog. Dominika zwaaide met een huiszoekingsbevel; Pawel forceerde de deur. Achter de agenten aan liepen Wanda en de jongens naar binnen.
‘Het stinkt hier,’ siste Georg meteen. Hij had gelijk, het rook er naar natte hond en schimmel. Tom trok zijn neus op, maar ging elke kamer binnen op zoek naar sporen van zijn broer. Wanda volgde zijn voorbeeld.
De politie kwam echter algauw met het ontmoedigende bericht dat er geen mens in huis was. Ze troffen elkaar weer op het binnenplaatsje achter het huis en het was een somber kijkende Pawel die het nieuws bracht.
Dominika deed vervolgens een stap naar voren. ‘Dit is alles wat we hebben gevonden,’ zei ze, met een zwaar accent in haar Engels, en stak een hand uit naar Tom.
Eyeliner.
Bills eyeliner.
Tom pakte het dingetje aan en keek er uitdrukkingsloos naar. Hij durfde de storm aan emoties die nu door hem heen ging, niet te laten zien. Vreugde, omdat ze in elk geval een spoor hadden. Verdriet, omdat ze te laat waren. Machteloze woede, omdat hij niet wist hoe hij zijn broertje terug moest krijgen. En schuld, omdat hij als oudere tweelingbroer toch voor de jongere had moeten zorgen en daar niet in was geslaagd. En al die emoties kwamen door een oogpotlood.
Georg en Gustav leken te merken waar hij aan dacht, want ze riepen allebei tegelijk: ‘Tom!’
Hij keek op, zijn ogen weer vochtig, met een wanhopige trek om zijn mond. Zijn hand klemde zich zo strak om Bills eyeliner dat zijn knokkels wit werden.
‘Tom, het is niet jouw schuld,’ zei Gustav rustig. ‘Bill is zélf naar buiten gegaan, zonder spullen, wetende dat hij de weg niet terug kon vinden.’
‘Maar hij zou nooit naar buiten zijn gegaan als ik niet...’
Op dit punt werd Tom in de rede gevallen door Wanda, die zijn handen greep. ‘Tom!’ zei ze. ‘Ik weet niet wat er gebeurd is, ik was er niet bij, maar één ding weet ik wel. Een hond kan nog zien dat jij meer om je broertje geeft dan wie dan ook. Jij hebt als minst van ons allemaal schuld hieraan, dat wéét ik. Niemand van ons heeft dit gewild en jij al helemaal niet.’
‘Precies,’ viel Georg haar bij. ‘Gustav en ik hebben hem toch ook niet tegengehouden toen hij langs ons liep, terwijl we wisten dat Bill een richtingsgevoel van min vijfentachtig heeft. Jij wilde er zelfs nog achteraan.’
De jongens en Wanda keken Tom afwachtend aan, zo overtuigd van hun gelijk dat zijn schuldgevoel ietsjes afnam. Toch bleef hij geloven dat hij gefaald had; hij had voor zijn kleine broertje moeten zorgen en hij zou zich dit pas weer vergeven als Bill veilig thuis was.
Wanda sloeg impulsief een arm om zijn schouders. ‘We vinden Bill wel,’ beloofde ze hem. ‘Niemand hier zal opgeven voor hij weer veilig bij jou is.’
Op dat moment riep één van de norse agenten: ‘Boss! Look what’s here!’
Iedereen keek op en volgde de uitgestoken vinger van de agent. Modderige sporen op de keien bij de poort.
‘Van een busje,’ mompelde Wanda. ‘Twéé busjes...’
Tom keek haar vragend aan, maar ze ontweek zijn blik en graaide door haar krullen. De moddersporen leken haar optimisme verminderd te hebben. Plotseling beseften de jongens dat er meer achter Wanda zat dan ze eerst dachten.
‘Boss,’ klonk het weer. Een volgende agent kwam naar buiten. Hij zei iets in het Pools en Wanda snakte naar adem.
‘Wat, wat?’ riepen de jongens meteen. ‘Wat is er?’
Wanda draaide zich naar hen om, haar ogen wijd opengesperd. Vreemd genoeg leek ze niet bang te zijn. Het was meer alsof ze geschrokken was doordat de agent een duister vermoeden had bevestigd.
‘Ze hebben gevonden wie Bill ontvoerd heeft,’ zei ze met trillende stem. ‘Stefan Czajka.’
Die naam zei de jongens helemaal niets. Wanda boorde haar ogen in die van Tom en zei met strakke stem: ‘Hij wordt door heel Polen gezocht voor ontvoeringen en mensenhandel.’
Er zijn nog geen reacties.