4. Eyes closed, and fall
Met een ruk kwam het busje tot stilstand. Hoewel hij wakker was, bleef Bill liggen waar hij lag en bewoog zich niet. Hij hoorde de andere passagiers roezemoezen, maar omdat hij hun taal toch niet verstond deed hij geen poging om te luisteren.
Eén van de kinderen had tijdens de rit in zijn broek geplast. De sterke urinegeur hing al uren in de lucht en Bill wist zeker dat hij vroeg of laat zou moeten overgeven. Hij hoopte alleen dat hij het niet in dit busje zou doen, want het stonk nu al zo.
Op dat moment werden de deuren van het busje opengegooid. Vale zonnestralen vielen op de verzamelde gezichten; alle ogen begonnen tegelijkertijd te knipperen tegen het licht. De zon was al aan het dalen, maar na een dag te hebben doorgebracht in een busje waren de stralen fel en pijnlijk aan de ogen.
‘Jesus, what a smell!’ klonk de inmiddels welbekende stem van Alexej. ‘Clean the goddamned van!’
‘Yes sir,’ fluisterde één van de vrouwen. Ze had een peuter op schoot; het jochie verborg zijn vuile gezichtje in haar hals tegen het licht.
Alexej joeg de passagiers één voor één het busje uit – blijkbaar moesten ze nog wachten met schoonmaken. Bill lag nog steeds midden in het busje en deed of hij bewusteloos was. Of hij daar iets mee opschoot wist hij niet, maar voor zichzelf voelde het goed. Nog heel even kon hij alles buitensluiten, doen alsof hij er niet was. Nog heel even...
Alexejs laars raakte hem recht in zijn maag. Met een gesmoorde oef sloeg de jongen dubbel. Er dansten sterretjes voor zijn ogen en de inhoud van zijn maag kwam omhoog naar zijn keel. Sinds gisteravond had hij niets meer gegeten, maar honger had hij niet en evenmin behoefte aan een toilet. Behalve misschien om in over te geven.
‘Get up!’ riep Alexej in zijn oor. ‘Come on, get up!’
Met tegenzin ging Bill overeind zitten en moest op zijn tong bijten om het niet uit te schreeuwen. Bijna was hij gewoon weer omgevallen. Zijn hoofd bonkte, zijn lijf deed aan alle kanten pijn en hij voelde een dun straaltje bloed in zijn haar sijpelen. Het liefst was hij opnieuw flauwgevallen, maar Alexej schopte hem hardhandig richting de deuren van het busje. Bill viel zo’n beetje over de rand, zag grijze kinderkopjes op hem af komen en voelde toen hoe twee armen hem opvingen. Eén van de andere passagiers.
‘Danke...’ perste Bill tussen zijn droge lippen door. Te laat besefte hij dat de man waarschijnlijk geen Duits sprak, maar toen zag hij zijn opvanger vriendelijk knikken. Hij had het begrepen.
Op dat moment hoorden ze een andere stem: ‘Alexej! What did you do to that boy?’
De stem hoorde bij een forse man met een groezelige zwarte baard en een kaal hoofd. Hij droeg een legergroene broek en een redelijk schoon, wit overhemd. In één van zijn voortanden glinsterde een gouden kroon.
Met een paar stappen stond hij bij Bill, die hem troebel aankeek. Het kostte de zanger ongelooflijk veel moeite om te focussen, teveel inspanning deed pijn in zijn hoofd. De man die hem had opgevangen, moest hem blijven vasthouden, anders was hij vast allang op de keitjes gekletterd.
‘Look at him!’ zei de man met de baard en legde een hand met dikke worstenvingers op Bills schouder. ‘He can’t even stand up straight!’
Alexej spuwde minachtend op de grond en sprong uit het busje. Hij leek niet onder de indruk van Baardmans’ belerende toontje en zei: ‘He’s weak. I didn’t do anything.’
Om te demonstreren hoe onschuldig hij was hief hij een hand op, duidelijk met de bedoeling Bill nog eens te slaan. De zanger kromp bij voorbaat al ineen, maar wéér een stem redde hem van Alexej.
‘Androvich!’ Kerkhoftrui, ofwel de man die Bill vanochtend had opgehaald, kwam uit het tweede busje en liep eveneens op hen af.
Blijkbaar had de Rus wel respect voor Kerkhoftrui, want hij liet zijn hand zakken en herhaalde: ‘He’s weak.’
Kerkhoftrui haalde zijn schouders op en zei iets in het Pools. Tegen wie hij het had was Bill niet helemaal duidelijk, maar Baardmans en Alexej wenkten de overige passagiers. De man die Bills schouder vasthield mompelde iets dat klonk als een verontschuldiging en volgde toen zijn familie, waarheen wist Bill niet. hij wist alleen maar dat ze ergens gestopt waren en dat hij opnieuw door zijn knieën was gezakt.
Kerkhoftrui zette hem op de rand van het busje, tegen de wand zodat hij niet omval, en riep: ‘Irenka!’
Wat zou dat betekenen? vroeg Bill zich vagelijk af. Het antwoord kwam naar hen toe lopen: Irenka was een meisje, eentje met twee zwarte vlechten en wijde rokken. Ze leek rechtstreeks te zijn weggelopen uit de middeleeuwen door haar kledij. Waarschijnlijk droeg ze de traditionele kledij van Poolse vrouwen, zoals die bij volksdansen nog gedragen werden. Bill was te duizelig om zich af te vragen waarom.
Kerkhoftrui gebaarde naar de halfbewusteloze jongen in het busje en zei in het Duits: ‘Zorg voor hem, ja? Hij moet opknappen, anders hebben we niets aan hem.’
‘Wat heeft hij?’ vroeg het meisje eveneens in het Duits, terwijl ze een koel handje op Bills voorhoofd legde.
‘Hersenschudding,’ antwoordde Kerkhoftrui, alsof het niets was. ‘Breng hem naar binnen.’
Het meisje knikte en fluisterde tegen Bill: ‘Kan je lopen? We moeten jou binnen krijgen.’
Hij kuchte en mompelde: ‘Ik kan het proberen...’
Het meisje glimlachte bemoedigend. Toen hielp ze hem overeind, sloeg een arm om hem heen (zo goed en kwaad als het ging, want ze was behoorlijk wat kleiner dan hij) en bracht hem over de keitjes naar binnen.
“Binnen” was in een oude boerderij waar zo te zien al een tijdje geen mensen meer woonden. Het rook er muf, naar vochtig hout, maar dat was duizendmaal beter dan de stank van het Volkswagenbusje.
Het meisje – Irenka – bracht hem naar een kamertje aan het eind van een gang. Déjà vu, dacht Bill, maar gelukkig was dit kamertje beter gemeubileerd én het had een raam.
Irenka liet hem op het bed zitten en maakte zijn veters los. Bill schopte meteen zijn schoenen uit, zodat hij zijn benen op kon trekken – wat hij dus ook deed.
‘Nee, nee!’ zei Irenka lachend en tikte tegen zijn wang. ‘Eerst je shirt uit, er zit bloed op.’
Omdat Bills hoofd bij het idee alleen al begon te duizelen, hielp Irenka hem met het uittrekken van zijn T-shirt. De tatoeage op zijn borst verbaasde haar, maar ze zei niets.
Bij de wastafel in de hoek vond ze een stapeltje handdoeken dat daar zo te zien al een tijdje lag. Ze spoelde er één uit en liep ermee naar Bill. Hij had zijn ogen gesloten, ademde geconcentreerd door zijn mond en reageerde niet toen ze de zwarte make-upvlekken begon weg te poetsen. Pas toen ze aan het bloed op zijn slaap begon, sloeg hij zijn ogen op en fluisterde: ‘Ik moet overgeven.’
Er zijn nog geen reacties.