2. Lost and so alone
Bill rende. Hij stoof door de gang, de trap af, nog een trap, nog één... Mensen sprongen geschrokken opzij toen hij langskwam, maar hij lette niet op hen. Hij wilde hier weg!
Halverwege het trappenhuis hoorde hij voetstappen, rennende voetstappen, achter hem aan komen. Tom volgde hem dus. Bill wist dat hij sneller was dan zijn broer en bovendien had hij een voorsprong. Met een onwillekeurig triomfantelijke grijns stoof hij de laatste paar trappen af. In de hal botste hij bijna tegen Georg en Gustav op, die het restaurant uitkwamen en verbaasd bleven toen ze hun zanger voorbij zagen schieten.
‘Bill?’ riepen ze aarzelend. Hij vertraagde, bleef zelfs staan, en keek hen uitdrukkingsloos aan. Op het moment dat Georg zijn mond opendeed om te vragen waar Bill in godsnaam mee bezig was, stormde Tom ook de hal binnen. Hij struikelde half, deels over een oud vrouwtje en deels over zijn veel te grote broek, maar behield zijn evenwicht en brulde: ‘KOM TERUG!’
Ondertussen kon het hele hotel meegenieten. Het was ook wel een ongewoon gezicht: Bill aan de ene kant van de hal, met verwaaide haren en uitgelopen make-up, en Tom aan de andere kant, rood aangelopen en hijgend. Georg en Gustav stonden tussen hen in en keken verbijsterd van de één naar de ander.
Even bleef het doodstil. Toen snerpte Bill op volle sterkte: ‘Kom me maar halen!’, en de complete verzameling aanwezigen maakte een luchtsprongetje van schrik – ook het oude vrouwtje waar Tom zo’n beetje over gestruikeld was.
‘Kom me maar halen!’ herhaalde Bill uitdagend, draaide zich om en stoof het hotel uit. De draaideuren maakten een extra rondje, met zoveel kracht was Bill er doorheen gegaan.
Tom maakte aanstalten om zijn broer te volgen, maar Georg en Gustav hielden hem tegelijkertijd tegen. ‘Hij komt wel terug,’ zei de bassist. ‘Jij moet eerst even afkoelen.’
En ze sleepten een heftig tegenpruttelende Tom mee naar de bar.
Om heel eerlijk te zijn had Bill geen idee waar hij was. Zonder op zijn omgeving te letten was hij naar buiten gestormd en nu bevond hij zich in een deel van de stad dat hij niet kende. Fijn.
Heel fijn.
Langzaam nu liep hij door de straatjes, op zoek naar iets wat hij herkende. De straatlantaarns hielpen hem daarbij, maar hij was nog altijd niet erg op zijn gemak hier. Vooral ook omdat hij geen jas en geen mobiel bij zich had. Hij was helemaal op zichzelf aangewezen, er was verder ook geen hond op straat.
Of toch, hij hoorde stemmen in de verte. Hoopvol versnelde Bill zijn pas. Misschien wiste deze mensen wel waar het hotel was. Als ze tenminste Duits of Engels spraken, want zijn Pools was niet zo sterk.
Pas toen hij al in gezichtsveld van het groepje mensen was, besefte hij zijn fout. Dit waren de fans die voor het hotel hadden gestaan. En ze kwamen als een kudde hysterische koeien op hem af.
Binnen enkele seconden bevond Bill zich in het midden van een kring wild enthousiaste, vijftienjarige, Poolse meisjes die over zijn wangen aaiden en aan zijn haren plukten, terwijl ze aan één stuk door werkelijk onverstaanbaar Pools tegen hem ratelden.
Na een tijdje werd Bill enigszins wanhopig en riep boven het gesnater van de meisjes: ‘Spricht jemand hier Deutsch?’
Geen antwoord, tenminste niet een verstaanbaar antwoord. Het Poolse gebrabbel ging energiek door, maar blijkbaar sprak niemand hier Duits.
‘Does anyone here speak English?’ probeerde de zanger ten einde raad, maar ook die vraag werd beantwoord met een golf Pools waar Bill hoofdpijn van kreeg.
Grove middelen dan maar. Bill haalde diep adem, zette zich heel even schrap en stortte zich toen naar voren. Met behulp van zijn ellebogen wist hij door de kring van meisjes heen te breken. Aan hun geklets meende hij te horen dat ze verontwaardigd waren, maar hij bleef niet staan om dat de controleren.
‘Tschüss!’ gilde hij over zijn schouder; toen zette hij het op een lopen en liet de fans ver achter zich.
Probleem Fangirl was opgelost, nu Probleem Verdwaald nog. Bill had nog steeds geen flauw idee waar hij nu eigenlijk was. Warschau, ja, maar daar had hij niet zoveel aan.
Hij begon een beetje spijt te krijgen van zijn vlucht uit het hotel. De ruzie had hem in zekere zin goed gedaan, de moeheid en lusteloosheid waren verdwenen, maar verder had het hem niets goeds gebracht.
Enigszins paniekerig begon Bill weer te rennen. Hij negeerde de steken in zijn zij, negeerde het raspen van zijn ademhaling in zijn keel. Rennen moest hij, het idee hebben dat hij zo terug kon komen...
Met groeiende hysterie in zijn lijf sloeg Bill de hoek om en knalde tegen iemand op, die daar heel kalmpjes stond te roken. Bijna kletterde de zanger tegen de grond, maar de roker hield hem nog net tegen en zette hem terug op zijn voeten.
‘D-danke schön!’ hijgde Bill, terwijl hij zijn armen om zichzelf heen sloeg. Het begon nu behoorlijk koud te worden. tijdens het rennen had hij dat niet gemerkt, maar nu hij stilstond was de straffe bries behoorlijk onaangenaam.
‘Are you okay?’ vroeg de roker toen. Bill was al bijna vergeten dat hij tegen iemand was opgebotst en schrok op.
‘Yes... Yes, thank you...’
‘You seem lost,’ merkte de ander op, terwijl hij zijn sigaret op de stoep mikte en hem met zijn hak uitdraaide.
‘I am lost,’ moest Bill toegeven. ‘I’ve never been to Warsaw before…’
‘Maybe I can help,’ bood de ander aan. Hij had een lage, langzame stem, sleepte met de woorden alsof het hem moeite kostte iets te zeggen. Aan het accent te horen was Engels niet zijn moedertaal, dus misschien kwam het daardoor.
Bill besefte dat hij weinig keus had, hij móést het aanbod wel aannemen. Om zichzelf ervan te overtuigen dat dat helemaal geen roekeloze en naïeve beslissing was, nam hij eerst het uiterlijk van deze man eens goed in zich op. De roker was ongeveer twintig, droeg een winddicht jack en oude jeans. Hij had een scherp, lang gezicht met diepliggende ogen en zandkleurig haar. Misschien lag het aan het licht, maar Bill vond zijn gezichtsuitdrukking op een sluwe vos lijken.
‘Well?’ drong de man aan. ‘My name is Alexej, if you want to know. I am from Russia.’
‘I’m German,’ antwoordde Bill automatisch, hoewel hij aannam dat de Rus wel zou weten wie hij was. ‘Do you know the way to the market square?’
Hij prees zichzelf gelukkig dat hij zich dat zinnetje herinnerde – de meeste lessen Engels had hij, eh, gemist. En misschien wist de Rus wel net zomin de weg in Warschau als hijzelf. Maar Alexej knikte en zei: ‘Follow me.’
En omdat Bill het verder ook niet wist, deed hij dat.
Er zijn nog geen reacties.