Swing

Ik sloeg mijn armen beschermend om mijn middel om de kou tegen te gaan. De wind sneed over mijn gezicht en liet mijn lange, zwarte haren opvliegen.
Mijn tranen vermengden zich met de regendruppels die mijn gezicht opvingen en het gevoel dat me diep vanbinnen leek te verstikken verspreide zich nog verder over mijn lichaam.
Ik keek vluchtig het verlaten speelplein rond opzoek naar een teken van leven, een teken van leven dat me zou redden van deze verdorde nacht.
De maan vocht zo hard hij kon om boven de wolken uit te komen en wierp een schemerig licht op het plein. Ik liet mezelf op de schommel neerzakken en voelde meteen de nattigheid die zich door mijn broek drong.
Ik staarde naar de maan en zuchtte. Kon ik maar naar de maan vliegen, dan zou ik alleen zijn. Weg van de pijn, weg van het verdriet. Gewoon helemaal alleen.
Daar zou ik niet meer moeten denken aan het beest dat binnenin me zat en ’s nachts steeds brullend tot leven kwam, klaar om mijn hart weer open te reten.
Nacht na nacht was hij er weer, en tegen de tijd dat de zon opkwam en de nacht verdween, ging hij weer slapen, wachtend op de volgende nacht die zou komen.
Overdag ronkte hij gelukzalig in mijn maag, liet hij me vredig leven en verstoorde hij enkel mijn gedachtegang elke keer ik terugdacht aan de nacht.
Overdag zette ik mijn masker op, een masker vol geluk en verdriet.
Overdag was ik een sterk meisje, niet bang voor alles om zich heen.
En in de nacht was ik alleen, gebroken.
Denkend aan alle pijn om me heen, alle pijn die zich in mijn borst tot een monster had gevormd.
Ik liet mijn vingers voorzichtig over het afgesleten touw gaan en greep het daarna stevig vast.
Ik duwde me voorzichtig af op de grond en wiegde zachtjes heen en weer. Mijn benen bewogen zich van voor naar achter en herhaalde de simpele beweging over en over opnieuw. Misschien kon ik wel naar de maan schommelen.
Misschien zouden mijn voeten ooit de maan wel raken zodat ik ook de rest van mijn lichaam kon loslaten van deze verdorde wereld, als ik het maar hard genoeg probeerde.
Ik schommelde harder en harder, gebruikte alle kracht die ik had om hoger te gaan terwijl mijn blik op de maan gericht bleef. Waarom lukte het me nou niet? Nee, ik mocht niet opgeven. Ik moest blijven proberen.
Het touw boog lichtjes door elke keer ik naar voren of naar achteren vloog, steeds harder tot ik plots voorovervloog en mijn voeten hard de grond raakten. Door de kracht van de val zakte ik meteen door mijn benen en viel luid snikkend in het natte gras.
Het beest binnenin me nam mijn lichaam en ziel over en ik bleef levenloos liggen. Ik had de kracht niet meer om op te staan, niet de kracht om de tranen weg te vegen. Niet de kracht meer om te wachten tot de ochtend kwam en het beest weer zou gaan slapen.
En daar lag ik dan, een zielig hoopje verdriet. Nu, onder het schemerige licht van de maan kon iedereen zien hoe gebroken ik vanbinnen was.
Misschien zou het me ooit lukken en kon ik naar de maan schommelen, ooit.
De maan gaf zich over en verdween achter het eeuwige wolkendek. En toen het laatste maanlicht verdween, nam hij ook mijn laatste kracht mee. Mijn laatste hoop, mijn laatste dromen, gestolen.
Ze vlogen naar een plek die- hoopte ik, vrediger was dan deze verdorde aarde.
Mijn hart sloeg nog een laatste keer koppig door terwijl ook het beest zijn kracht verloor, waarna hij samen met mijn hart voor eeuwig in slaap viel.
Misschien zou ik ooit naar de maan kunnen schommelen, ooit.
Reageer (7)
oooooh, kei mooi geschreven!!!
1 decennium geledensnel veder echt superrrr(flower)
1 decennium geledenZO FREAKING MOOI GESCHREVEN
1 decennium geledenNOG ÉÉN
mooi!
1 decennium geledenverder please
1 decennium geleden