"Neem haar mee! Hij mag haar niet vinden! Vlucht!" De vrouw grijpt het kleine huilende bundeltje in haar geschaafde armen en kijkt haar man diep in zijn groene ogen. "Nee, ik laat je hier niet alleen!" snikt de vrouw wanhopig. De man grijpt haar bleke gezicht in zijn stevige handen. "Je moet wel, Miranda, we kunnen niet anders. Je hebt een Onbreekbare Eed afgelegd. Je moet!" Met vlugge vingers veegt hij de tranen van zijn vrouw weg. "Nee! Ik wil je niet achterlaten!" snikt ze. "Ik.." ongelukkig zoekt ze naar woorden, maar de tijd dringt. Hij Die Niet Genoemd Mag Worden kon hier elk moment zijn, en dat wist het koppel maar al te goed. "Je moet nu gaan," zei de man, en voor hij de bevende handen van zijn vrouw losliet, drukte hij nog eerst een stevige kus op haar zachte lippen. Dan stond hij op en liep naar de deur, die hij met alle spreuken die hij maar kende begon te vergrendelen. De vrouw zag het en snapte dat het tijd was. De duistere heer was al onderweg. Als ze het kleine meisje in haar armen wou sparen, moest ze nù wegkomen. Vastberaden stond ze op en greep het tegenspartelende kind in haar armen, en liep met knikkende knieën naar de achterdeur. Ze keek nog een keer achterom, naar haar man die haar bemoedigend toeknikte. Dan opende ze de deur en verdween in de nacht.

Hoofdstukken

Titel Nieuwste eerst Woorden Gelezen Aangepast
001 439 242 1 decennium geleden

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen