Achttien augustus
Met veel ah’s en oh’s en nee’s en toe nou’s werd er afscheid genomen. Weekendtas aan de schouderband, klaar om naar de bus te gaan, kuste Moira haar broertjes en zusje en moeder gedag.
‘Nee, ik kan echt niet blijven!’ zei ze voor de zoveelste keer.
‘Ah, toe nou!’ riep Becky en zette haar puppyoogjes op.
‘Oh, toe nou!’ riep Luca en pakte Moira’s hand.
‘Nee,’ schudde Moira haar hoofd. ‘Tot de volgende keer, maar nu moet ik echt gaan!’
Ze knuffelde hen voor de laatste keer, weerstond met succes Becky’s puppyoogjes en ging toen eindelijk richting bushalte. Eindelijk.
Iemand tikte op haar schouder. Moira schrok zich een breuk, maar besefte toen dat het Timo was en ontspande. ‘Volg je mij?’ plaagde ze vlug.
Hij lachte. ‘Nee hoor. Ik kwam je alleen maar succes wensen.’
Het was niet moeilijk om te raden waarmee. Moira vroeg zich ook niet af hoe Timo van haar dilemma wist. Hij had makkelijk naast haar en Steffi kunnen gaan zitten zonder dat zij het merkten, tenslotte had Moira net ook niet gemerkt dat hij haar volgde.
‘Dank je,’ zei ze, half ernstig en half schertsend. ‘Dat zal ik nodig hebben.’
Op dat moment stopte de bus voor Moira’s neus en Timo glimlachte. ‘Dag zusje.’
Ze zette haar tas al binnen, zodat de bus niet weg zou rijden, maar sloeg eerst haar armen nog eens om Timo heen.
‘Dag grote broer.’
Toen was ze weg.
Moira had niet echt nagedacht over haar terugkeer. Pas nu ze uit de bus stapte en de bekende huizen om zich heen zag, vroeg ze zich af hoe het zou gaan. Zou ze Frits in de armen springen? Zou hij haar zoenen en smeken om nooit meer weg te gaan? Zou hij nu toch wel kwaad zijn? Met bonkend hart en de riem van haar weekendtas snijdend in haar schouder bleef ze voor het bekende tuinhek staan.
Nu dan.
Ze duwde het tuinhek open, stapte het bekende grindpad op en liep naar de voordeur. Wat zou ze doen? Aanbellen was zo’n gek idee, tenslotte wóónde ze hier, maar zomaar binnenlopen leek haar ook geen goed idee. Waarom was alles opeens zo ingewikkeld?
Gelukkig was Frits er ook nog. Ondanks het feit dat achttien augustus 2013 eigenlijk een dag voor de kerk was, zat hij voor het raam naar buiten te staren en vloog overeind zodra hij Moira voor het tuinhek zag staan. Ze schrok een beetje toen de deur openschoot, maar besefte dat het onzin was om te schrikken van Frits.
Even bleven ze zwijgend tegenover elkaar staan. Moira staarde naar het gezicht van haar verloofde, zocht naar het gevoel van thuiskomen in zijn gezicht zoals er altijd was geweest. Echter pas toen hij glimlachte, kwam het gevoel terug. Ze had hem ook gemist.
Frits trok haar over de drempel en sloot de deur. Hij wist wat ze nu als eerste wilde: het pakketje van de tweeling. Vandaar dat hij haar meenam naar de woonkamer, zonder verder nog een woord te zeggen. Op de salontafel stond een doosje, ongeveer zo groot als Moira’s juwelenkistje, ingepakt in knalgeel Nijntje-pakpapier. Voor Moira, stond erop. Ze herkende het handschrift van de broers, dat vrijwel identiek was, en kreeg onmiddellijk een hol gevoel in haar maag.
Dit was het dan. Vreemd, dat zo’n pakketje haar zo belangrijk toescheen. Ze keek ernaar alsof ze een bom verwachtte. Het was ook een bom, dacht ze. Een tijdbom, die tikt en tikt en aftelt tot het moment dat ze haar keuze moest maken.
Op dat moment wilde ze het liefst doen wat Steffi had gedaan: beiden afwijzen en ergens opnieuw beginnen, genoegen nemen met tevreden zijn. Maar ze wist dat het niet kon. Zo was zij niet. Zij wilde gelukkig zijn, niet tevreden. Zij kón ook gelukkig zijn, zolang ze de hoop daarop maar niet opgaf.
Nu pas besefte ze hoe sterk Steffi was. Weglopen van degene van wie je houdt, advies geven aan de vrouw waar diezelfde persoon verliefd op is, ook al ben je zelf nog niet altijd over hem heen, vrede hebben met tevreden zijn… Moira dacht niet dat zij dat ooit zou kunnen en ze bewonderde Steffi om haar levenskracht – bij gebrek aan beter woord.
‘Moira?’ vroeg Frits en ging op de bank zitten. ‘Ga je ’t openmaken? Ik heb er niet aangezeten, het is van jou. Tara kwam het brengen, vlak voor ze weggingen, met de tweeling achter d’r aan. Ik geloof dat Bill op het randje van depressie staat, hij zag er echt slecht uit…’
Het klonk meer alsof hij tegen zichzelf praatte en Moira gaf geen antwoord. Ze besefte dat ze om de hete brij heendraaide met haar gedachten over Steffi. Wees sterk, Moira! sprak ze zichzelf toe. Neem dat pakketje en open het!
Ze stapte de hete brij in.
Het gele Nijntjespapier onthulde een kartonnen doos met een deksel, waar een envelop bovenop lag. Een envelop geadresseerd aan Moira. Nu herkende ze Bills schuine handschrift, hij schreef iets regelmatiger dan Tom.
Haar hart deed trapezeoefeningen in haar keel toen ze op de bank ging zitten – tegenover Frits, niet naast hem. Haar vingers trilden alsof ze zenuwachtig was voor een optreden toen ze de brief voorzichtig openscheurde. Ze slikte een paar keer, maar het brok in haar keel verdween niet.
Sterk zijn, Moira! herinnerde ze zichzelf streng. Ze haalde diep adem en ontvouwde de brief. Hij was, zoals verwacht, in het Duits.
Reageer (1)
super(H)
1 decennium geleden