Elf augustus (volgende vervolg)
Toen ze een beetje gekalmeerd waren, greep Bill plotseling naar Moira’s hand en kneep er zachtjes in. ‘Bedankt.’
‘Voor wat?’ vroeg Moira, die voelde dat ze weer hevig begon te blozen.
‘Voor alles. Ik zou echt niet meer weten wat ik zonder jou moet.’
‘In je eentje lachen,’ zei Moira droog.
Bill grinnikte weer. ‘Dat zou zielig zijn.’
‘Zielige Bill,’ lachte Moira en stak haar tong naar hem uit – maar die kreeg ze natuurlijk meteen terug.
‘Mét piercing werkt het beter,’ grijnsde hij en wiebelde met zijn wenkbrauwen.
Moira lachte weer, maar op hetzelfde moment hoorden ze de kerkklok slaan. ‘Oei, Frits komt zo thuis van de kerk,’ zei ze. ‘Ik ga er zo maar weer vandoor.’
Bill knikte en ze dronken zwijgend hun thee op. Toen Moira opstond, volgde hij haar voorbeeld en ze liepen samen naar de voordeur. Van boven kwam het geluid van een gitaar. Bill keek Moira even grijnzend aan en ze lachte terug, of ze nou wilde of niet. Vervolgens legde hij een hand op haar schouder, boog zich naar voren en drukte een vluchtige kus op haar wang. ‘Bedankt.’
‘Graag gedaan,’ zei ze schertsend, hoewel haar hart plotseling als een razende tegen haar ribben beukte. Op de plek waar zijn lippen haar wang hadden geraakt, tintelde de huid. Dat kón gewoon niet, dat hóórde niet. Dat wilde ze niet.
Hij gaf haar een por in haar zij. ‘Ik meen het.’
‘Ik ook.’ Even klonk haar stem ernstig, maar toen keek ze hem met een ondeugende blik aan en voegde erbij: ‘Zielige Bill.’
Hij ging strijk en Moira stapte met een onschuldige blik naar buiten. Zij, melig? Ze zou niet durven!
Eenmaal thuis verdween de meligheid als sneeuw op de zon. Frits zat op de bank met een blik op onweer en Moira’s wang begon prompt opnieuw te tintelen. Ze bleef op de drempel staan, vroeg zich af wat ze nu weer verkeerd had gedaan.
‘Weet je, Moira,’ begon Frits zonder naar haar te kijken. ‘Het valt me op dat je de laatste tijd vaker bij de buren bent dan hier.’
‘Ik heb een goede band met de buren, dat is alles,’ antwoordde Moira. Ze was vastbesloten om niet boos te worden; had ze net niet bewezen dat je door eindeloos te ruziën niets oploste? Je moest je hoofd erbij houden.
Dus zei ze zo kalm mogelijk: ‘Ik werk niet, Frits. Ik moet íets doen als jij er niet bent. Wou je soms dat ik als brave huisvrouw ga zitten wachten tot je thuiskomt?’
‘Nee, nee,’ zuchtte hij. ‘Maar vroeger kwam je de dag door zónder alsmaar weg te gaan!’
Die was raak. Moira wist dat hij gelijk had. Eerlijk gezegd begon ze zich daar zelf ook al een beetje zorgen over te maken. De dagen vóór de komst van de tweeling leken plotseling ondraaglijk saai. Aan de andere kant, als die rollercoaster van de afgelopen weken er niet was geweest, dan zocht ze hier nu niet naar bruine ogen in Frits’ gezicht.
Moira! gilde het stemmetje in haar achterhoofd. Waar ben jij mee bezig? Zoek je soms naar ene Bill in het gezicht van je verloofde?
Nee, dacht ze. Nee, natuurlijk niet. Maar plotseling bekroop haar de angst dat het wel zo was en het tintelen van haar wang begon opnieuw – ditmaal had het versterking meegebracht. Nee, dacht ze. Nee, nee, dit is niet goed. Dit kan niet. Ik ben verloofd met Frits. Ik houd van Frits.
‘Moira? Is alles goed?’ De stem van haar verloofde bracht haar terug op aarde. Ze besefte dat haar hart plotseling drie keer zo snel klopte en hapte naar adem.
‘Ja, ja...’ Impulsief greep ze Frits’ handen en riep half: ‘Nee, ik zat te denken... Frits, laten we trouwen.’
De woorden buitelden over elkaar heen, maar verlieten haar mond in de juiste volgorde. Ze wist dat ze dit wilde. Ze wist dat ze wilde trouwen – met Frits wilde trouwen. Waarom was ze dan zo in de war? Dat sloeg nergens op.
Denk je? vroeg het stemmetje in haar achterhoofd op een wenkbrauwwiebeltoon. Aan wiens kant sta jij eigenlijk? snauwde Moira het stemmetje toe. Aan jouw kant, antwoordde het. Daar lijkt het anders bar weinig op, beschuldigde Moira, maar er kwam geen antwoord.
‘Trouwen?’ vroeg Frits verbluft en trok zo Moira’s aandacht. ‘Natuurlijk gaan we trouwen. In de herfst, toch?’
‘Nee, laten we nu trouwen,’ zei Moira vlug. ‘Ik bedoel, volgende week, of de week daarna, of zo. Waarom nog langer wachten?’
Ze probeerde te glimlachen, maar de tintelende wang werkte niet erg mee en de glimlach werd een beetje scheef. Net alsof de ene helft van haar lichaam het er niet mee eens was. Maar dat was natuurlijk onzin.
Frits staarde haar verbouwereerd aan. ‘Is er iets gebeurd?’
‘Nee, hoezo?’ Haar stem klonk te schel om onschuldig te zijn.
‘Je gedraagt je vreemd...’
‘Oh? Ik zat gewoon aan onze verloving te denken en toen dacht ik: waar wachten we eigenlijk op? En Bill begon er opeens over...’ Nu ze de waarheid vermengde met de leugens voelde Moira zich tot rust komen. Het was Bills schuld. Híj had haar zo in de war gemaakt en tegelijkertijd ook zelf de oplossing voorgedragen. Zij bracht alleen maar de boodschap over.
Frits keek haar even onderzoekend aan, maar vond niets alarmerends in haar gezicht: ze was gekalmeerd. Dus glimlachte hij bemoedigend. ‘Tuurlijk. Ik zal eens gaan kijken wat er te regelen valt.’
Moira glimlachte breed en ging naar de keuken om thee te zetten. Alles zou goed komen nu. Geen verwarring meer. Alleen zij en Frits. Zoals het hoorde.
Reageer (2)

1 decennium geledensuper(H)
1 decennium geleden