The lily of the valley doesn't know

Het is een koude winter. De sneeuw bedekt alles, de daken, de tuinen, de wegen. Ik wandel aan een rustig tempo door de straten. Ik heb geleerd om meer van de momenten te genieten. Sinds ik wakker ben geworden, is mijn leven geheel veranderd. Ik voel me niet meer alleen.
Ik voel de koude doorheen mijn jas. Ik stop even bij een koffiebar. Een warme chocomelk zal deugd doen. Ik bestel er een warme chocomelk en zoek dan een plaatsje uit bij het raam. Niet veel later brengt een meisje mijn drinken. Ik dank haar en kijk naar buiten terwijl ik mijn handen warm aan de hete kop.
Ik heb het moeilijk gehad sinds ik wakker ben. Ik werd blij onthaald, maar toch was ik niet zo blij. Ik miste de mensen die mijn geest heeft leren kennen. Ik mis ze nog steeds wel een beetje, maar ik heb mijn leven opgepakt.
Ik ben een heuse zoektocht begonnen. Een zoektocht naar iemand die mijn geest maar kort kende, maar die toch een grote bijdrage heeft geleverd in het bijsturen van mijn leven. Janah. Ze was veel eerder terug dan ik. Toen we in het park zaten, werd ze onwel, de eerste verschijnselen van het terug naar je lichaam keren. Maar ondertussen heb ik ontdekt dat het voor haar toch geen goede terugreis was. Ze keerde terug naar haar lichaam om te sterven. Ze heeft het ongeluk niet overleefd. Als ik mocht kiezen, liet ik haar in mijn plaats leven. Zij had zo’n mooie toekomst voor de boeg, met haar Joris.
Mijn chocomelk is op en ik sta op om weg te gaan. Ik heb nog een korte wandeling voor de boeg. Ik wandel terug de straten in en vervolg mijn tocht. Ik kom aan bij het kerkhof. Ik moet even moed verzamelen voor ik binnen ga. Ik doe dit niet graag, naar een kerkhof gaan. Ik ga de poort door en ga op zoek. Op zoek naar Janah. Even later vind ik haar. Ze heeft een mooie zwarte zerk. Ik hurk voor haar steen en glimlach. Als ze eens wist hoe ik mijn leven verbeterd heb, dankzij haar. Ik ben haar enorm dankbaar. Het was een geweldige meid.
Ik voel de koude doorheen mijn jas. Ik stop even bij een koffiebar. Een warme chocomelk zal deugd doen. Ik bestel er een warme chocomelk en zoek dan een plaatsje uit bij het raam. Niet veel later brengt een meisje mijn drinken. Ik dank haar en kijk naar buiten terwijl ik mijn handen warm aan de hete kop.
Ik heb het moeilijk gehad sinds ik wakker ben. Ik werd blij onthaald, maar toch was ik niet zo blij. Ik miste de mensen die mijn geest heeft leren kennen. Ik mis ze nog steeds wel een beetje, maar ik heb mijn leven opgepakt.
Ik ben een heuse zoektocht begonnen. Een zoektocht naar iemand die mijn geest maar kort kende, maar die toch een grote bijdrage heeft geleverd in het bijsturen van mijn leven. Janah. Ze was veel eerder terug dan ik. Toen we in het park zaten, werd ze onwel, de eerste verschijnselen van het terug naar je lichaam keren. Maar ondertussen heb ik ontdekt dat het voor haar toch geen goede terugreis was. Ze keerde terug naar haar lichaam om te sterven. Ze heeft het ongeluk niet overleefd. Als ik mocht kiezen, liet ik haar in mijn plaats leven. Zij had zo’n mooie toekomst voor de boeg, met haar Joris.
Mijn chocomelk is op en ik sta op om weg te gaan. Ik heb nog een korte wandeling voor de boeg. Ik wandel terug de straten in en vervolg mijn tocht. Ik kom aan bij het kerkhof. Ik moet even moed verzamelen voor ik binnen ga. Ik doe dit niet graag, naar een kerkhof gaan. Ik ga de poort door en ga op zoek. Op zoek naar Janah. Even later vind ik haar. Ze heeft een mooie zwarte zerk. Ik hurk voor haar steen en glimlach. Als ze eens wist hoe ik mijn leven verbeterd heb, dankzij haar. Ik ben haar enorm dankbaar. Het was een geweldige meid.
Er zijn nog geen reacties.