Alle families waren rustig terug in hun eigen nest. Nu alle drukte voorbij was, kon Moira zich weer concentreren op andere dingen. Werk, bijvoorbeeld. Ze verveelde zich te pletter als Frits er niet was – zelfs al kwam Tara elke dag aanwippen – en besloot om nu eens echt op zoek te gaan naar iets om te doen.
Ze surfte het hele internet af op zoek naar auditiemogelijkheden, maar natuurlijk waren die allemaal te ver weg en dat was niet erg handig. Zeker niet omdat Frits de auto had. Vrijwilligerswerk dan? Dan maar niet betaald krijgen, ze had in elk geval wat te doen. Maar ook daarvoor had ze de auto nodig, tenzij ze elke dag twee keer twintig kilometer wilde fietsen. Kinderdagverblijf...
Dat was een idee, daar kon ze wel heen fietsen. Tien kilometer heen, tien kilometer terug. Draaglijk. Ze zou het er eens met Frits over hebben. Niet omdat ze toestemming nodig had, maar gewoon, omdat hij het recht had te weten wat ze ging uitvoeren. En bovendien wist ze ook niet of ze dat eigenlijk wel wilde. Kortom, allemaal redenen om met Frits te gaan praten.
Gapend slenterde Moira door de gang naar de woonkamer. Ze had nog maar net een voet op de drempel gezet of de telefoon ging. Nieuwsgierig drukte ze op het groene telefoontje.
‘Moira Visser.’
‘Daniël hier.’
‘Oh. Hoi!’ Moira had nooit verwacht dat uitgerekend Daniël haar nog eens zou bellen. ‘Uhm... Hoe... gaat het?’
‘Prima, prima. Mijn zoon en schoondochter komen op bezoek,’ vertelde hij haar. ‘En ik wou jou en Frits ook uitnodigen om te komen, dan kunnen jullie kennismaken.’
Daar was het weer, dat gevoel dat alles achter haar rug om werd bekokstoofd. Daniël zei het alsof hij ervan uitging dat ze zouden komen, het voelde nauwelijks meer als een keuze. Moira probeerde te bedenken hoe ze dit beleefd ging weigeren. Ze had helemaal geen zin om nog eens naar haar moeder te rijden. Het zou best leuk zijn om Daniëls zoon en schoondochter te ontmoeten, maar niet nu. Ze was net zo blij dat er een rustig weekje voor haar lag.
‘Uhm... Deze zaterdag?’ informeerde ze. Daniël antwoordde bevestigend en ze schudde even haar hoofd. Dat was morgen al. Het was dus écht alleen maar een mededeling: morgen komen jullie op bezoek, punt. Dat ging dus mooi niet door.
‘Morgen kunnen we niet,’ loog ze. ‘We eh...’ Waarom zouden ze niet kunnen? Wat was een echt goede reden? ‘Morgen hebben we een dagje voor ons tweeën gepland,’ zei ze. ‘Om even van elkaar te... eh... kunnen genieten.’
Het klonk behoorlijk fout in haar eigen oren, maar Daniël leek het te begrijpen. ‘Ah, ja, dat kan natuurlijk. Oké, dan nodigen we jullie wel een andere keer tegelijk uit.’
Hè, nu voelde ze zich schuldig omdat ze de uitnodiging had afgeslagen. Ze kon het ook nooit eens worden met zichzelf. ‘Weet u wat? Komt u anders volgende week zaterdag bij ons, u en uw zoon en schoondochter en mijn moeder en de rest. Dan... eh... maken we er een soort feestje van.’
‘Wat een goed idee,’ zei Daniël, duidelijk tevreden met dit voorstel. ‘Prima, dan spreken we dat later nog wel door, ik geloof dat ze er nu zijn. Doe mijn groeten aan Frits.’
‘Oké. Dag...’ Moira probeerde te bedenken hoe ze hem moest noemen. Ze had hem nooit eerder rechtstreeks aangesproken en vroeg zich af of ze “Daniël” wel uit haar strot kon krijgen. Het voelde vreemd om met hem te praten, onwennig. Maar hij hing op voor ze het antwoord op die vraag wist en loste zo haar probleem op.
‘Goed,’ mompelde Moira en zette de telefoon weg. ‘Volgende week zaterdag, check. Nu nog aan Frits vertellen.’
En aan de buren. Die zouden het vast ook leuk vinden om te komen. Met een tevreden glimlach liet Moira zich op de bank zakken. Hm, het was eigenlijk een beter idee geweest dan ze had verwacht. Ze had het verzonnen om Daniël een plezier te doen, maar nu had ze er eigenlijk zelf ook wel zin in. Wat voor persoon zou Lars de Bruijn zijn? Een soort miniatuur-Daniël, dacht ze. In een Jaguar. En ze barstte in lachen uit.

’s Avonds belde Daniël weer. Nu om de details door te spreken. ‘Lars en zijn vrouw Steffi wonen in Amsterdam,’ meldde hij haar. ‘Ze komen dus rijden en arriveren op vrijdag bij ons. Zaterdag tegen drieën zijn we dan bij jullie. Is dat goed?’
Moira had het idee dat ze alleen maar ‘ja’ kon zeggen en deed dat dus ook. ‘Ja, prima. Frits en ik zorgen voor eten en drinken en dergelijke.’
‘Dat dacht ik al. Is allemaal geregeld dus.’
‘Komen de kinderen eigenlijk ook?’
‘Ja, allemaal. Luca en Becky willen heel graag dat buurmeisje van je terugzien. Ze praten over niets anders meer.’
Moira vond het niet prettig dat Daniël zo over haar broertjes en zusje praatte. Hij zag hen vaker dan zij, dat wist ze ook wel, en hij was waarschijnlijk dol op hen – zo had hij zich wel gedragen tenminste. Maar het bleven háár broertjes en zusje, het waren niet zíjn kinderen. Dat zegt hij toch ook niet, zei een stemmetje in haar hoofd. Maar zo klinkt het wel, sprak ze het stemmetje tegen. Ze stelde zich voor dat het stemmetje zijn hoofd schudde en schudde toen zelf haar hoofd.
‘Oké, alles duidelijk. Tot zaterdag!’
‘Tot zaterdag,’ antwoordde Daniël en verbrak de verbinding. Frits, die op de bank zat en inmiddels op de hoogte was van de feestplannen, keek vragend op.
‘Alles duidelijk, dat zei ik toch,’ lachte Moira naar hem. Ze vlijde zich tegen hem aan en hij legde een arm om haar middel.
‘Maar morgen heb ik je tenminste voor mij alleen,’ mompelde hij in haar haren. Moira glimlachte. Ja, morgen hadden ze elkaar voor zichzelf alleen. En ze kuste hem.

Reageer (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen