Dertig juni (avond)
‘Het eten is klaar!’ riep Moira, terwijl ze haar hoofd om de keukendeur stak. Frits lag in zijn shirt en korte broek op de bank en volgde ongeïnteresseerd een reclame op televisie. Zodra hij Moira’s stem hoorde, kwam hij overeind en liep naar de keuken.
‘Naar buiten!’ Moira gebaarde met een opscheplepel naar de deur. ‘Eten wordt geserveerd in de tuin, want hier smelt ik.’
Het was nog steeds warm, zelfs al was het rond half zeven. De zon scheen nog steeds en Frits gaf Moira onmiddellijk gelijk; in de keuken zouden ze zeker smelten. Braaf ging hij dus naar buiten en plofte op een tuinstoel. Hij hoorde nog steeds het gespetter van Tara in haar opblaasbadje. De buren waren dus ook nog buiten.
Een lichte frons trok strepen in zijn voorhoofd. Frits wist niet zo goed wat hij van zijn nieuwe buren moest denken. Moira vond hen aardig, dat was overduidelijk, maar hijzelf voelde zich er ongemakkelijk bij. Ze waren de vroegere tieneridolen van zijn verloofde en dat vond hij niet prettig. Hij zou het nooit durven toegeven tegenover Moira, maar de tweeling wekte jaloezie bij hem op.
Nog levendig waren zijn herinneringen van Moira’s tienertijd, toen ze helemaal gek was op de band. De ene tekening na de andere kwam onder haar vingers vandaan – voornamelijk van Bill en dat was juist wat Frits niet prettig vond. Hij wist hoe dol Moira was geweest op de zanger. Hij wist ook nog hoe irritant hij de band had gevonden. En nu de twee beroemdste leden naast hen woonden, besefte hij weer waarom.
Die blik in Moira’s ogen, zo’n fangirlblik, daar kreeg hij de kriebels van. Het liefst had hij haar weggetrokken, meegenomen, waar dan ook heen, om haar bij zich te houden. Ze was zijn verloofde, zijn verloofde, en dat wilde hij ook graag zo houden.
Al sinds hun ontmoeting, jaren geleden toen Moira zeventien was en hij negentien, was hij tot over zijn oren verliefd op haar. Ze kwam de campus op van de universiteit waar hij medicijnen studeerde, om een vriendin van haar op te halen, en hij zag haar lopen. De lange haren, de schitterende ogen, de mooie glimlach, de energie die van haar afspatte: hij kon zijn ogen niet meer van haar af houden.
De vriendin die ze kwam halen zat toevallig in zijn studiegroepje, Rianne heette ze. Moira werd voorgesteld aan iedereen, lachte, praatte, plaagde alsof ze hen al jaren kende. Frits kon niet anders dan staren en denken: als ik haar niet kan krijgen, blijf ik voor altijd single.
‘Zeg, wat zit jij te dromen?’ Moira’s stem haalde hem uit zijn herinneringen en hij keek een beetje verdwaasd op.
‘Oh, ik zat aan vroeger te denken.’
‘Aan de universiteit?’ vroeg ze, terwijl ze een bord spaghetti voor hem neerzette en zelf op een andere tuinstoel neerplofte.
‘Ja, en aan onze eerste ontmoeting.’ Frits rolde wat spaghetti om zijn vork en zag Moira’s gezicht verzachten; ook zij herinnerde zich wat hij nu voor zich zag.
‘En dit is Frits,’ sprak Rianne, terwijl ze de blonde jongen naar voren duwde. ‘Ons brein, zeggen we altijd maar. Hij haalt altijd de hoogste cijfers.’
‘Ja, zo ziet hij er ook wel uit,’ antwoordde Moira met een plagerig lachje. Haar ogen gleden over de netjes gekapte haren, het helemaal dichtgeknoopte blauwgestreepte overhemd, de ribbroek, de glanzend gepoetste schoenen. Frits bloosde een beetje en schudde haar uitgestoken hand.
‘Moira? Dat is een bijzondere naam.’
Het meisje lachte beminnelijk. ‘Ja, dat zal wel, maar ik ben er aan gewend. Ik heet al bijna achttien jaar zo.’
Zeventien en dan zo... volwassen. Frits geloofde het bijna niet. Had Rianne net gezegd dat ze ook studeerde? Aan de toneelacademie dan wel, maar toch, dat was ook een vervolgopleiding. Zeker een klas overgeslagen, dacht hij.
Moira porde hem in zijn zij. ‘Hé, slaapkop! Ga je mee? We gaan wat drinken bij ouwe Japie.’
‘Kom jij daar ook dan?’ Ouwe Japie was de naam die de studenten gaven aan een klein café in een zijstraatje, vlakbij de universiteit. De toneelacademie zat in een heel ander deel van de stad en Frits was verrast dat Moira het café kende.
‘Ik ga er vaker heen, met Rianne samen,’ antwoordde ze. Natuurlijk, dacht Frits, dat had hij zelf ook kunnen bedenken.
Moira glimlachte. Haar eerste indruk van Frits was een leuke, enigszins verlegen jongen met een afschuwelijke naam. Ze vond het leuk om hem te plagen, omdat hij altijd bloosde als ze dat deed, maar hij was ook aardig. Na een tijdje kreeg Rianne een vriend, een huis en een baan; het contact met haar verwaterde daardoor, maar Moira bleef contact houden met Frits. En uiteindelijk was er uit hun vriendschap meer gegroeid.
‘Nu zit jij te dromen,’ merkte hij op. ‘Waar denk jij aan?’
‘Oh, gewoon. Beetje nadenken, kan toch?’ Moira prikte een stukje champignon aan haar vork en stak die grijnzend in haar mond. Frits rolde met zijn ogen en zweeg. Zeventien jaar en aardig volwassen, maar nu was ze tweeëntwintig en nog net zo als vijf jaar geleden.
Ze lieten de afwas staan; Moira noch Frits had er zin in vandaag. In plaats daarvan zaten ze in de tuin en genoten van het laatste restje warm weer. Tara’s gespetter was opgehouden; het meisje lag nu waarschijnlijk in bed. Van de tweeling kwam ook geen geluid meer.
Moira had haar tekenblok gepakt en schetste nu Frits’ gezicht. Hij bleef doodstil zitten, zijn ogen gesloten, om haar tekening niet te verpesten. Dit was niet de eerste keer dat ze hem tekende en hij was er ondertussen wel aan gewend.
De zon begon al te dalen in het westen. Het rook nu heerlijk naar kamperfoelie, die bloeide in de tuin van de villa. Hoog romantiekgehalte. Frits voelde het, Moira voelde het, de vogels in de boomtoppen voelden het en zongen hun kleine hartjes uit voor de laatste zonnestralen. Moira gooide haar tekenblok opzij en sloot haar ogen. Dit was zo’n avond om nooit te vergeten, zo’n avond waar je alleen maar moest ademen, niets anders. Hoofd leeg, slechts genieten van elk kostbaar moment.
Ze voelde hoe iemand een hand op haar wang legde. Frits, natuurlijk. Moira opende haar ogen en glimlachte toen hij haar kuste. Automatisch wikkelde ze haar armen om zijn hals. Hij tilde haar uit de tuinstoel en nam haar mee, het huis in, de trap op. Haar jurkje gleed van haar schouders, zijn shirt lag vergeten bij de deur. En buiten zongen de vogels.
Reageer (2)
Zo romantisch
1 decennium geledensuper(H)
1 decennium geleden