Zevenentwintig juni
Donderdagmiddag; Frits was naar zijn werk en Moira lag languit op de vloer in de woonkamer, met een tekenblok voor zich en een handjevol potloden ernaast. Peinzend beet ze op het uiteinde van haar grijze potlood en vroeg zich af of ze nog iets aan deze tekening toe kon voegen. Af en toe, als ze haar hoofd leeg wilde maken, tekende ze de beelden die in haar opkwamen. In dit geval was het een stille zaal, met een verlaten drumstel op het podium en een microfoon op een standaard. Door een streep van glas in het dak viel er een lichtbundel op de microfoon, als een natuurlijke spotlight.
Ze stond op en liep met de tekening naar buiten, de tuin in. Het zonnetje scheen, het was heerlijk warm en er dreven maar een paar plukjes wolk in de blauwe hemel. Zomerweer. In het felle licht van de zon zag Moira’s tekening er misplaatst uit, niet zo verlaten als in de schemerige woonkamer.
Met een zucht liet Moira zich in het gras zakken. Haar haren spreidde ze uit om haar hoofd, als een waaier, en ze trok haar benen een beetje op. Met haar ogen gesloten en de tekening op haar buik concentreerde ze zich op haar ademhaling. Dit hielp altijd als ze na wilde denken. In, uit, in, uit...
‘Nee,’ zei ze hardop. ‘Hij is af.’
‘Wat is af?’
Moira’s ogen schoten open en ze vloog overeind. ‘Nee maar! Hoe kom jij hier terecht?’
‘Door het gat,’ antwoordde kleine Tara Kaulitz bijdehand en wees naar het gat in de heg. ‘Wat is af?’
Ze ging naast Moira op het gras zitten, schudde even met haar kastanjeblonde paardenstaart en pakte de tekening op. Zorgvuldig bestudeerde ze de fijne potloodlijnen. Toen keek ze Moira aan met haar grote bruine ogen en zei ernstig: ‘Ik vind hem mooi.’
‘Dank je,’ zei Moira zacht. Op de één of andere manier was het mooier om een compliment te krijgen van een kind dan van een volwassene. Kinderen dachten niet na. Kinderen meenden het echt. Als ze iets niet mooi vonden, zeiden ze dat gewoon, omdat ze er niet aan dachten dat het iemand zou kunnen kwetsen.
Tara legde de tekening terug in het gras en zwaaide weer met haar paardenstaart. Op hetzelfde moment hoorden ze een heel bekende stem: ‘Tara!’
Het meisje keek op. ‘Ja?’
‘Klein weglopertje. Je hebt Konijn trouwens laten liggen.’ Bill leunde over de heg en lachte even naar Moira, die snel haar tekening ondersteboven draaide. Het lege podium was niet iets wat ze aan hem wilde laten zien. Hij vond het vast niet leuk om aan zijn korte carrière te denken.
‘Konijn!’ Tara sprong overeind en holde naar de heg. Ze wilde al door het gat kruipen om haar onafscheidelijke vriendje op te halen, toen Bill het afgekloven knuffelbeest omhoog hield. Moira fronste. Was dat echt een konijn? Het leek meer op een gestoffeerde wc-rol met oren. Vervaagde ogen, een scheef snuitje, geen staart. Een bolletje met twee uitsteeksels, weinig meer dan dat.
Tara trok de knuffel uit Bills handen en drukte het beest tegen zich aan. ‘Konijntje, konijntje!’ zong ze opgewekt. Toen draaide ze zich om naar Moira en vroeg onschuldig: ‘Mag Konijn ook de tekening zien?’
Moira aarzelde. Ze zag Bill nieuwsgierig kijken, Tara die haar vragend aanstaarde met Konijns linkeroor tussen haar tanden, en het tekenblad dat ondersteboven lag. Was dit wel een goed idee? Vast niet, maar ze deed het toch. Ze draaide de tekening naar boven en stak een hand uit naar Konijn.
‘Kom maar kijken dan.’
Tara kroop op handen en voeten terug naar Moira, terwijl Konijn aan zijn oor mee werd getrokken. Dat leek hij niet erg te vinden; zijn gezichtloze kop keek nog even goedmoedig als altijd.
Terwijl het meisje haar knuffelbeest de tekening liet bewonderen, kwam Moira overeind en liep naar Bill. Hij glimlachte even, maar hield zijn ogen op het kind en de tekening. Geen woord kwam over zijn lippen. In zijn ogen schemerde het; een donkere schaduw lag over het anders zo vrolijke hazelnootbruin en een lichte frons trok strepen in zijn voorhoofd.
Ook Moira hield haar mond. Ze wist toch niet wat ze moest zeggen, ze zou maar onzin gaan praten. Het enige wat ze nog hoorden was het heldere stemmetje van Tara tegen het konijn. Een zacht, kinderlijk gebabbel in een mengelmoes van Duits en Nederlands. Met het zonlicht op haar haren leek Tara net een engel. Een engel in spijkerbroek, dacht Moira en glimlachte. Er zat een engeltje in haar tuin.
Reageer (1)
super(H)
1 decennium geleden