Foto bij Strijder

Schrijfwedstrijd

“Het schijnt dat mannen zich nooit kunnen binden aan één vrouw, onzin vond ik het, totdat ik het zelf ondervond. Na negen jaar huwelijk was de lijm, die ons bij elkaar hield, niet meer goed bestand tegen alle tegenslagen. Hij was broos geworden en brokkelde steeds met kleine stukjes af. Mijn “lieftallige” echtgenoot had een andere vrouw gevonden, een vrouw die hem wel de liefde kon schenken, die hij bij mij mistte. Dat is wel het slapste excuus wat ik ooit heb gehoord. Hij was gewoon zwak, te zwak om te vechten voor wat we in negen jaar hebben opgebouwd, wat we samen hadden en niemand ons zou kunnen afpakken, maar ik had het mis.

Strijders, dat zijn mannen toch? Of heeft de revolutie de realiteit plotseling de rug toegekeerd?”



“Één ding weet ik zeker; altijd worden in actiefilms de man als winnaar beschouwd, maar op het einde van dit verhaal is de vrouw de winnares. Een vrouw die niet met haar laat sollen. Een vrouw als ik, Anouk Visser.“


Gelukzalig leg ik mijn pen op het eiken bureaublad. Het was af, mijn eerste, eigen boek. Bijna een autobiografie, maar dat zou nooit iemand achterkomen. Het laatste hoofdstuk was af en momenteel werd het uitgeprint. Uit de onderste bureaula haal ik een grote, bruine envelop. Daar stop ik mijn gehele papierwerk in en plak hem met plakband de envelop dicht. Je weet maar nooit, stel je voor dat de flap losraakt en mijn hele boek op straat komt te liggen. Ik moet er niet aan denken!
Een tweede kleinere witte envelop haal ik uit de bureaula. Van mijn bureau pak ik een kladblok en mijn pen en schrijf nog een klein berichtje.

Mannen zijn allemaal hetzelfde.
Jij was anders.
Dat dacht ik althans.
Maar jij bleek er toch één van hen te zijn.
Geen strijder, maar een verliezer.


Het velletje scheur ik van het kladblok en vouw het twee keer. Het briefje stop ik in de witte envelop. Ik kijk naar mijn linkerhand, waaraan mijn ringvinger een gouden trouwring schittert in het zonlicht, dat mijn werkkamer binnendringt. Ik haal de ring van mijn vinger en bekijk hem nog een goed. Niet te geloven dat ik hem negen jaar met liefde heb gedragen en hem nu wel door de wc kan spoelen. De trouwring stop ik bij het briefje en plak de envelop op dezelfde manier dicht als de bruine envelop. Op de bruine envelop schrijf ik het adres van de uitgever en op de witte envelop het adres van Tim Visser, mijn “geweldige” echtgenote.
Snel trek ik mijn jas aan, pak de twee enveloppen en sluit de voordeur achter me. Via het Kastelenplein loop ik naar de brievenbus in de Stenenstraat.
Als ik voor de oranje bus sta, twijfel ik even, maar als ik het gezicht van Tim voor me zie, weet ik hoe gauw ik die brieven in de brievenbus moet stoppen.



Het is een rustige dag, ook al is het lekker warm en schijnt de zon volop, er zijn weinig winkelende mensen te bekennen. Bij de boekhandel hou ik halt en stap naar binnen. Bij het rek “Thrillers” blijf ik staan en zoek bij de S van Straaten. Ja, daar staat hij “Strijder” van Nikki van Straaten, mijn eerste boek staat gewoon in een boekhandel en iedereen kan hem kopen. Zo nieuwsgierig al een klein kind sla ik het boek open op bladzijde 147, hoofdstuk 38, de ontknoping. Mijn ogen glijden over de regels, ze verslinden bijna de bladzijdes.

“Het koude ijzer van de loop van het pistool liet haar handen bijna bevriezen. Haar hartslagen kon ze in haar keel voelen kloppen, net alsof ze bijna geen lucht meer kreeg, maar ze moest dit doen. Wraak, dat was nog het enige wat ze op dit moment wilde, koelbloedig wraak nemen.
Haat was nog het enige gevoel in haar lichaam. Haar hele lichaam bestond uit haat.
Haat voor Nick en al die tijd dat ze blind was geweest om niet te zien dat hij een andere liefde had, maar dat werd nu verleden tijd.

“Zachtjes draaide Anouk de sleutel van de voordeur om. Hanna’s auto had ze al zien staan een stukje verderop in de straat, dus ze zullen nu als twee tortelduifjes aan het slapen zijn, niet wetend dat dit hun laatste nacht samen zal zijn.
Op de salontafel zag ze Nick’s mobiele telefoon liggen. Ze pakte hem op en zocht in zijn contactenlijst naar de naam “Hanna”. Na allerlei zakelijke namen vond ze hem, drukte op ‘bellen’ en legde de mobiele telefoon weer keurig op de plek, waar hij daarvoor lag met een stapel tijdschriften erop.
Nog geen paar seconden later vulde het geluid van de andere mobiele telefoon, die van Hanna, de woonkamer.
Op de bovenverdieping hoorde ze al wat gestommel. Een deur ging open en een vrouwenstem zei nog: ‘Ik ga wel.’ Dat was de stem van Hanna.
Vlug verschool Anouk zich achter de bank om zo een goede positie te hebben, als ze dit sprookje tot een mooi einde zou willen brengen. Haar handen trilden van de spanning, maar ze mocht nu niet opgeven, dit was het moment om wraak te nemen, dit was haar moment.
Bij elke stap, die Hanna op de traptrede zette, kraakten ze, zestien traptreden waren het, dat betekende dat ze beneden was.
‘Jaja, ik kom al.’ klonk haar stem geïrriteerd.
Met haar rug stond ze naar Anouk gekeerd, dit werd ook nog eens een anonieme moord, beter kon het gewoon niet.. Hanna zou nooit geweten hebben wie haar van het leven en van Nick had beroofd.
Langzaam ging Anouk rechtstaan en strekte haar armen met daarin haar pistool, haar vinger lag al gereed op de trekker.
Haar bloed kolkte, haar hart sloeg als grote trommels en haar hersens maakte overuren, maar dit was hét moment.

Anouk’s vinger trok ze steeds dichter naar haar toe, maar echt goed durfde ze het niet.
“Niet treuzelen, want dan is alles voor niets geweest. Het is nu of nooit meer.” zei een stem in haar hoofd. Hard kneep ze haar ogen dicht en trok in één soepele beweging de trekker geheel naar haar toe.
Een schot gevolgd door een gil volgde…


Ze had het gedaan, ze was officieel een moordenares én een winnares.”


Een grote glimlach siert mijn gezicht. Anouk was een winnares en ik; Nikki van Straaten, ook. De bladzijde sla ik om en zie daar mijn berichtje staan. Uit mijn tas pak ik een pen, die overigens altijd bij heb om ideeën op te schrijven. Vlug krabbel ik er nog wat bij, glimlach, sluit het boek en zet het weer terug op zijn plek in het rek.

Mannen zijn allemaal hetzelfde.
Jij was anders.
Dat dacht ik althans.
Maar jij bleek er toch één van hen te zijn.
Geen strijder, maar een verliezer.

Schat, je weet toch dat wraak altijd zoeter is, dan overspel?
Ik hoop dat je nog wat geld krijgt voor de ring, want ik was het blijkbaar niet waard om hem te blijven dragen.

Ik vecht altijd terug.

xxx Nikki

Reageer (1)

  • Reticent

    Wat nou: 'Hij is niet goed?' Ik vind hem geweldig =D
    En Anouk is lekker een moordenaar, maar ik niet x'D

    x.

    1 decennium geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen