And cast me from your spell and let me go

"Zoals ik al zei: ik heb alleen maar opgevangen wat er op de gang gezegd werd. Ik weet niet hoeveel procent kans je hebt om terug wakker te worden en terug te keren naar je leven. Ik weet alleen dat je het momenteel met ons gaat moeten stellen." Na deze woorden heb ik zoveel zin om te huilen, maar ik houd me in. Ik wil me niet zwak opstellen.
"Wil je even alleen zijn?" De vraag is gesteld met alle nodige liefde die je voor iemand kan hebben ook al ken je die persoon niet. Ik knik.
"Je gaat hier waarschijnlijk toch nog een tijdje blijven dus heb je een kamer nodig. Laat dit huis nu heel veel kamers hebben. Kom, dan laat ik de jouwe zien." Ze staat op en reikt haar hand uit om ook mij recht te trekken. Ik aanvaard de hand en sta in geen tijd recht. Opnieuw volg ik haar zoals een kuikentje moedereend volgt. We gaan terug naar de gang en gaan de trap op waar ik de jongen, blijkbaar Jasper geheten, op heb zien gaan. Het is een ouderwetse wenteltrap die zijn karakter nog niet verloren heeft. Al deze tijd is Ellen stil geweest. Ze heeft geen woord gezegd tot we aan een deur komen.
"Dit gaat je kamer worden voor de komende tijd." Ze leidt me in de kamer, waar ze het licht aan doet en verdwijnt dan weer. Ik doe de deur dicht en doe enkele passen in de kamer. Het is klein, maar fijn. Ik heb geen zin om op ontdekking te gaan. Ik ben daarvoor nog veel te gespannen. Je zou voor minder met wat je net te horen krijgt. Het lijkt allemaal zo onrealistisch. Ik knijp mezelf even ter bevestiging dat ik misschien niet droom. Ik voel niets, maar tegelijkertijd weet ik dat ik niet droom. Het is net zoals in het ziekenhuis. Ik had Joren aangeraakt, maar hij had niets gevoeld. Het is allemaal zo gek. Ik plof neer op het bed en staar naar het plafond. De houten latten vertellen een verhaal op zich en het lijkt te vertellen dat het huis toch al een redelijke tijd mee gaat. Ik sluit daarop mijn ogen. Volgens mij blijf ik uren zo liggen. Mijn geest leeg maken en tot rust komen.
Er wordt op de deur geklopt. Mijn ogen schieten open en ik ga rechtop zitten. Gebroken komt er een jawoord uit mijn keel, die mezelf even doet verschieten. Ik smeer als reflex meteen mijn keel. De deur gaat open en ik zie de jongen van daarstraks verschijnen, Jasper.
"Mag ik even binnenkomen?", zijn de lieve woorden van de jongen met zwart kroeshaar. Ik knik waarna hij binnenkomt en de deur achter zich sluit. Hij komt mee op bed zitten. Normaal zou ik dit gek vinden en de onbekende jongen niet eens binnenlaten, maar gezien de omstandigheden zijn de mensen in dit huis mijn enige hoop.
"Ellen vroeg of ik eens wou komen kijken. Dus, hoe gaat het?" Zijn woorden komen er niet al te vlot uit. Het is alsof hij een beetje verlegen is en het even moeilijk is voor hem om met me te komen praten als voor mij. Ik haal mijn schouders op en kijk naar mijn handen die op mijn schoot liggen.
"Ik weet het niet. Het is allemaal zoveel om te bevatten en dan weet ik nog maar een klein deel. Het is... ik kan het gewoon niet verwoorden hoe het is." Mijn laatste woorden spreek ik uit met frustratie. Zo'n grote woordenschat en alsnog kan ik mijn gevoelens niet verwoorden.
"Ik begrijp je." Deze drie woorden zijn misschien makkelijk gezegd, maar hij meent het. Eigenlijk is het best logisch, hij heeft ook in deze situatie gezeten. Misschien zit hij er zelfs nog in.
"Hoe lang ben je... 'dit' al?" Het is een rare zin, maar ik weet niet hoe ik het anders moet vragen. Hier zitten we dan: een verlegen jongen aan de ene zijde van het bed en iemand die haar woorden niet meer kent aan de andere kant.
"Al een dikke maand. Het is nog niet zo lang, zeker niet als je naar Peggy kijkt, die loopt zo al bijna een jaar rond." Ik kan zien dat hij verder naar woorden zoekt.
"Het is allemaal niet eerlijk. Zeker niet voor jullie. Jullie hebben niets verkeerd gedaan. Jij was gewoon op de verkeerde plaats op het verkeerde moment. Jij kon er niets aan doen dat die man dronken was. Of kijk naar Peggy, die heeft één verkeerde stap gezet en is gevallen. Ze is van enkele meters gevallen en dat was per ongeluk. Ze heeft niets verkeerd gedaan. Ik daarentegen, ik verdien dit." Bij deze laatste woorden kijkt hij me aan vol zelfhaat. Al deze woorden komen stuntelig over buiten de laatste woorden. Hij is er zo zeker van dat hij dit verdient.
"Waarom denk je dat je dit verdient?" Mijn nieuwsgierigheid nam het over. Wat had hij in hemelsnaam gedaan om hier te belanden?
"Wil je even alleen zijn?" De vraag is gesteld met alle nodige liefde die je voor iemand kan hebben ook al ken je die persoon niet. Ik knik.
"Je gaat hier waarschijnlijk toch nog een tijdje blijven dus heb je een kamer nodig. Laat dit huis nu heel veel kamers hebben. Kom, dan laat ik de jouwe zien." Ze staat op en reikt haar hand uit om ook mij recht te trekken. Ik aanvaard de hand en sta in geen tijd recht. Opnieuw volg ik haar zoals een kuikentje moedereend volgt. We gaan terug naar de gang en gaan de trap op waar ik de jongen, blijkbaar Jasper geheten, op heb zien gaan. Het is een ouderwetse wenteltrap die zijn karakter nog niet verloren heeft. Al deze tijd is Ellen stil geweest. Ze heeft geen woord gezegd tot we aan een deur komen.
"Dit gaat je kamer worden voor de komende tijd." Ze leidt me in de kamer, waar ze het licht aan doet en verdwijnt dan weer. Ik doe de deur dicht en doe enkele passen in de kamer. Het is klein, maar fijn. Ik heb geen zin om op ontdekking te gaan. Ik ben daarvoor nog veel te gespannen. Je zou voor minder met wat je net te horen krijgt. Het lijkt allemaal zo onrealistisch. Ik knijp mezelf even ter bevestiging dat ik misschien niet droom. Ik voel niets, maar tegelijkertijd weet ik dat ik niet droom. Het is net zoals in het ziekenhuis. Ik had Joren aangeraakt, maar hij had niets gevoeld. Het is allemaal zo gek. Ik plof neer op het bed en staar naar het plafond. De houten latten vertellen een verhaal op zich en het lijkt te vertellen dat het huis toch al een redelijke tijd mee gaat. Ik sluit daarop mijn ogen. Volgens mij blijf ik uren zo liggen. Mijn geest leeg maken en tot rust komen.
Er wordt op de deur geklopt. Mijn ogen schieten open en ik ga rechtop zitten. Gebroken komt er een jawoord uit mijn keel, die mezelf even doet verschieten. Ik smeer als reflex meteen mijn keel. De deur gaat open en ik zie de jongen van daarstraks verschijnen, Jasper.
"Mag ik even binnenkomen?", zijn de lieve woorden van de jongen met zwart kroeshaar. Ik knik waarna hij binnenkomt en de deur achter zich sluit. Hij komt mee op bed zitten. Normaal zou ik dit gek vinden en de onbekende jongen niet eens binnenlaten, maar gezien de omstandigheden zijn de mensen in dit huis mijn enige hoop.
"Ellen vroeg of ik eens wou komen kijken. Dus, hoe gaat het?" Zijn woorden komen er niet al te vlot uit. Het is alsof hij een beetje verlegen is en het even moeilijk is voor hem om met me te komen praten als voor mij. Ik haal mijn schouders op en kijk naar mijn handen die op mijn schoot liggen.
"Ik weet het niet. Het is allemaal zoveel om te bevatten en dan weet ik nog maar een klein deel. Het is... ik kan het gewoon niet verwoorden hoe het is." Mijn laatste woorden spreek ik uit met frustratie. Zo'n grote woordenschat en alsnog kan ik mijn gevoelens niet verwoorden.
"Ik begrijp je." Deze drie woorden zijn misschien makkelijk gezegd, maar hij meent het. Eigenlijk is het best logisch, hij heeft ook in deze situatie gezeten. Misschien zit hij er zelfs nog in.
"Hoe lang ben je... 'dit' al?" Het is een rare zin, maar ik weet niet hoe ik het anders moet vragen. Hier zitten we dan: een verlegen jongen aan de ene zijde van het bed en iemand die haar woorden niet meer kent aan de andere kant.
"Al een dikke maand. Het is nog niet zo lang, zeker niet als je naar Peggy kijkt, die loopt zo al bijna een jaar rond." Ik kan zien dat hij verder naar woorden zoekt.
"Het is allemaal niet eerlijk. Zeker niet voor jullie. Jullie hebben niets verkeerd gedaan. Jij was gewoon op de verkeerde plaats op het verkeerde moment. Jij kon er niets aan doen dat die man dronken was. Of kijk naar Peggy, die heeft één verkeerde stap gezet en is gevallen. Ze is van enkele meters gevallen en dat was per ongeluk. Ze heeft niets verkeerd gedaan. Ik daarentegen, ik verdien dit." Bij deze laatste woorden kijkt hij me aan vol zelfhaat. Al deze woorden komen stuntelig over buiten de laatste woorden. Hij is er zo zeker van dat hij dit verdient.
"Waarom denk je dat je dit verdient?" Mijn nieuwsgierigheid nam het over. Wat had hij in hemelsnaam gedaan om hier te belanden?
Er zijn nog geen reacties.