Serpent of the Nile relieve me for a while

Mijn hart slaat een slag over bij het horen van deze woorden.
"Stervende?", ik kan maar amper het woord over mijn lippen krijgen terwijl ik met grote ogen naar Ellen kijk. Langs de ene kant kan ik het niet geloven, maar langs de andere kant kan ik dat wel. Het liggen in het ziekenhuis was zo gek geweest. Dat ik mijn lichaam zag liggen terwijl ik naast het bed stond, was ook gek geweest. De zwarte droom was ook gek geweest. Ben ik stervende? Een deel van mijn geest wil dit geloven, maar anderzijds wil ik nog lang niet dood. Ik ben net aan mijn leven begonnen. Ik heb mijn opleiding nog geeneens kunnen afmaken. Laat staan de verdere ups en downs hebben in mijn relatie met Joren, de jongen waarmee ik over enkele jaren wil samenwonen. Ik ben amper twintig jaar. Ik ben geen egoïst, maar ik vind dat ik het recht heb om te leven. Waarom kon het geen andere persoon zijn? Hoe kom ik in hemelsnaam in deze positie?
"Ik weet het. Het is moeilijk te bevatten. Voor mij was het ook moeilijk om het te horen dat ik dood ga. Ondertussen heb ik er vrede mee gesloten en ben ik van zin om anderen te helpen waar ik kan, te beginnen met lotgenoten. Janah, jij bent een lotgenoot." Ellen heeft me tijdens deze woordenstorm me de hele tijd recht in de ogen aangekeken. Uit haar ogen kon ik afleiden dat ze dit alles oprecht meende. Ook al is dit een antwoord op mijn ongestelde vraag, ik heb er nog meer. Zoveel vragen spoken door mijn hoofd. Ik heb geen idee waar te beginnen. Ik zoek mijn woorden bijeen.
"Maar hoe is dit gebeurd?" Met onbegrijpende ogen kijk ik haar aan.
"Wat bedoel je precies? Hoe je in een coma bent geraakt of hoe je geest gescheiden is geraakt van je lichaam?" Het is maar goed dat ik zit want de woorden dringen diep tot me binnen en leiden tot meer vragen. Coma? Mijn geest gescheiden van mijn lichaam? Mijn vraag is beantwoord met twee vragen die nu elk weer voor nieuwe vragen zorgen. Met mijn vingers knijp ik een beetje in het kussen van de bank ter houvast.
"Beide," antwoord ik.
"Wel, om te beginnen: toen ik je gevonden heb, lag je in het ziekenhuis. Je lichaam ligt op dit moment in een coma. Het is onzeker of je nog zal wakker worden. Ik weet er zelf het fijne niet van want ik heb alleen maar hetgeen gehoord wat er op de gangen geroddeld werd. Maar het zou zijn dat je aan het fietsen was en dat een dronken chauffeur op je is ingereden. Als je alle delen bij elkaar optelt, is de som dat je in een coma ligt. Dat brengt ons tot het volgende: sommige mensen ondergaan een scheuring tussen lichaam en geest. Hoe dit komt weet niemand en de enigen die dit zien, zijn andere mensen die dit proces ondergaan zijn. Het komt erop neer dat je lichaam aan de draadjes en apparaten ligt en dat je geest bevrijd wordt. Het is een beetje zoals in de filosofie van Plato. We bestaan uit twee delen: ons lichaam en onze ziel. Ons lichaam is alleen maar een omhulsel. Het is de kerker van onze ziel. Wanneer het lichaam wegvalt, is de ziel vrij en kan die voor eeuwig voort leven. Of dit echt waar is, weet ik niet. Ik weet alleen dat onze filosoof er niet veel naast zat. Wij, de zielen verbonden aan ons lichaam, zijn bijna bevrijd van ons lichaam. Pas wanneer ons lichaam dood is, kunnen we vrij zijn." Ik heb de hele tijd met aandachtige oren geluisterd. Het moet allemaal nog even bezinken, maar de vraag die nog steeds door mijn hoofd gaat, wil ik nu stellen.
"Ga ik dood?"
"Stervende?", ik kan maar amper het woord over mijn lippen krijgen terwijl ik met grote ogen naar Ellen kijk. Langs de ene kant kan ik het niet geloven, maar langs de andere kant kan ik dat wel. Het liggen in het ziekenhuis was zo gek geweest. Dat ik mijn lichaam zag liggen terwijl ik naast het bed stond, was ook gek geweest. De zwarte droom was ook gek geweest. Ben ik stervende? Een deel van mijn geest wil dit geloven, maar anderzijds wil ik nog lang niet dood. Ik ben net aan mijn leven begonnen. Ik heb mijn opleiding nog geeneens kunnen afmaken. Laat staan de verdere ups en downs hebben in mijn relatie met Joren, de jongen waarmee ik over enkele jaren wil samenwonen. Ik ben amper twintig jaar. Ik ben geen egoïst, maar ik vind dat ik het recht heb om te leven. Waarom kon het geen andere persoon zijn? Hoe kom ik in hemelsnaam in deze positie?
"Ik weet het. Het is moeilijk te bevatten. Voor mij was het ook moeilijk om het te horen dat ik dood ga. Ondertussen heb ik er vrede mee gesloten en ben ik van zin om anderen te helpen waar ik kan, te beginnen met lotgenoten. Janah, jij bent een lotgenoot." Ellen heeft me tijdens deze woordenstorm me de hele tijd recht in de ogen aangekeken. Uit haar ogen kon ik afleiden dat ze dit alles oprecht meende. Ook al is dit een antwoord op mijn ongestelde vraag, ik heb er nog meer. Zoveel vragen spoken door mijn hoofd. Ik heb geen idee waar te beginnen. Ik zoek mijn woorden bijeen.
"Maar hoe is dit gebeurd?" Met onbegrijpende ogen kijk ik haar aan.
"Wat bedoel je precies? Hoe je in een coma bent geraakt of hoe je geest gescheiden is geraakt van je lichaam?" Het is maar goed dat ik zit want de woorden dringen diep tot me binnen en leiden tot meer vragen. Coma? Mijn geest gescheiden van mijn lichaam? Mijn vraag is beantwoord met twee vragen die nu elk weer voor nieuwe vragen zorgen. Met mijn vingers knijp ik een beetje in het kussen van de bank ter houvast.
"Beide," antwoord ik.
"Wel, om te beginnen: toen ik je gevonden heb, lag je in het ziekenhuis. Je lichaam ligt op dit moment in een coma. Het is onzeker of je nog zal wakker worden. Ik weet er zelf het fijne niet van want ik heb alleen maar hetgeen gehoord wat er op de gangen geroddeld werd. Maar het zou zijn dat je aan het fietsen was en dat een dronken chauffeur op je is ingereden. Als je alle delen bij elkaar optelt, is de som dat je in een coma ligt. Dat brengt ons tot het volgende: sommige mensen ondergaan een scheuring tussen lichaam en geest. Hoe dit komt weet niemand en de enigen die dit zien, zijn andere mensen die dit proces ondergaan zijn. Het komt erop neer dat je lichaam aan de draadjes en apparaten ligt en dat je geest bevrijd wordt. Het is een beetje zoals in de filosofie van Plato. We bestaan uit twee delen: ons lichaam en onze ziel. Ons lichaam is alleen maar een omhulsel. Het is de kerker van onze ziel. Wanneer het lichaam wegvalt, is de ziel vrij en kan die voor eeuwig voort leven. Of dit echt waar is, weet ik niet. Ik weet alleen dat onze filosoof er niet veel naast zat. Wij, de zielen verbonden aan ons lichaam, zijn bijna bevrijd van ons lichaam. Pas wanneer ons lichaam dood is, kunnen we vrij zijn." Ik heb de hele tijd met aandachtige oren geluisterd. Het moet allemaal nog even bezinken, maar de vraag die nog steeds door mijn hoofd gaat, wil ik nu stellen.
"Ga ik dood?"
Er zijn nog geen reacties.