But each time I grow old

We verlaten het ziekenhuis en gaan de bus op die er staat te wachten. Nog steeds heeft niemand ons in de gaten. We gaan ergens vooraan in de bus zitten.
“Een voordeel van dat niemand ons ziet, is dat we niet moeten betalen voor de bus.” Een opbeurend lachje volgt haar woorden. Na enkele minuten vertrekt de bus en het ziekenhuis blijft achter ons. Het ziekenhuis waar mijn ouders en Joren nog zitten te wachten.
De busrit verloopt rustig en stil. Het is precies wat ik nodig heb, kalmte. De zoveelste keer dat onze bus stopt om mensen af te zetten, moeten ook wij van de bus af. Weer leidt het meisje me de weg. We lopen door voor mij onbekende delen van de stad. Ik neem alles goed in me op. Het ziet er een vriendelijke buurt uit. Al heeft ook iedere vriendelijke buurt zijn gekke types. We stoppen bij een charmant rijtjeshuis waar het meisje aanbelt. Ze kijkt me nog eens vriendelijk aan wanneer de groene houten deur voor ons open gaat. Een bruine jongen die niet veel ouder zal zijn dan ik, staat in de deuropening. Hij is veel groter dan de gemiddelde jongen en lijkt een Afrikaanse roots te hebben. Als hij het meisje ziet, klaart zijn gezicht op en doet hij een stap naar achter om ons binnen te laten. Het meisje loopt door en ik volg haar. Terwijl ik voorbij loop, kijkt de jongen me begrijpend aan. Ik heb geen idee wat hij met die blik bedoelt, maar voor ik iets kan zeggen tegen hem, slaat hij de deur dicht en verdwijnt hij een trap op die me nog niet was opgevallen. Ik draai me terug om en ga de richting uit van het meisje. Ik kom in een gezellig huiskamertje uit. Enkele verjaarde zetels, een houten bijzettafeltje en een heleboel dingen aan de muur zoals schilderijen en foto’s. Het meisje is er en wenkt me naar de zetel. Een ander meisje dat niet veel ouder dan ik kan zijn, loopt net de kamer uit. Ook zij geeft me een blik van begrip, gevolgd door een vriendelijk gezicht dat maar even te zien is door haar blonde haren die haar plotse draai volgen. Het lijkt alsof deze twee dames net een conversatie hadden. Het meisje gaat in de zetel tegenover zitten dan ze mij heeft aangewezen. Ik weet niet wat ik anders zou kunnen doen, dus ga ik zitten. Ze schenkt me een hartige glimlach voor ze haar uitleg begint.
“Ik heb me nog niet voorgesteld. Ik zal daarmee beginnen. Ik ben Ellen. Het meisje dat je net zag was Peggy en de jongen is Jasper. Er zijn nog enkele jongeren die hier wonen, maar die mogen zichzelf voorstellen. We hebben allemaal één ding gemeen. Iets wat jij nu ook met ons gemeen hebt.” Ze neemt even adempauze en richt haar blik op de grond. Niet veel later richt ze haar ogen recht in de mijne.
“Iedereen in dit huis is stervende.”
“Een voordeel van dat niemand ons ziet, is dat we niet moeten betalen voor de bus.” Een opbeurend lachje volgt haar woorden. Na enkele minuten vertrekt de bus en het ziekenhuis blijft achter ons. Het ziekenhuis waar mijn ouders en Joren nog zitten te wachten.
De busrit verloopt rustig en stil. Het is precies wat ik nodig heb, kalmte. De zoveelste keer dat onze bus stopt om mensen af te zetten, moeten ook wij van de bus af. Weer leidt het meisje me de weg. We lopen door voor mij onbekende delen van de stad. Ik neem alles goed in me op. Het ziet er een vriendelijke buurt uit. Al heeft ook iedere vriendelijke buurt zijn gekke types. We stoppen bij een charmant rijtjeshuis waar het meisje aanbelt. Ze kijkt me nog eens vriendelijk aan wanneer de groene houten deur voor ons open gaat. Een bruine jongen die niet veel ouder zal zijn dan ik, staat in de deuropening. Hij is veel groter dan de gemiddelde jongen en lijkt een Afrikaanse roots te hebben. Als hij het meisje ziet, klaart zijn gezicht op en doet hij een stap naar achter om ons binnen te laten. Het meisje loopt door en ik volg haar. Terwijl ik voorbij loop, kijkt de jongen me begrijpend aan. Ik heb geen idee wat hij met die blik bedoelt, maar voor ik iets kan zeggen tegen hem, slaat hij de deur dicht en verdwijnt hij een trap op die me nog niet was opgevallen. Ik draai me terug om en ga de richting uit van het meisje. Ik kom in een gezellig huiskamertje uit. Enkele verjaarde zetels, een houten bijzettafeltje en een heleboel dingen aan de muur zoals schilderijen en foto’s. Het meisje is er en wenkt me naar de zetel. Een ander meisje dat niet veel ouder dan ik kan zijn, loopt net de kamer uit. Ook zij geeft me een blik van begrip, gevolgd door een vriendelijk gezicht dat maar even te zien is door haar blonde haren die haar plotse draai volgen. Het lijkt alsof deze twee dames net een conversatie hadden. Het meisje gaat in de zetel tegenover zitten dan ze mij heeft aangewezen. Ik weet niet wat ik anders zou kunnen doen, dus ga ik zitten. Ze schenkt me een hartige glimlach voor ze haar uitleg begint.
“Ik heb me nog niet voorgesteld. Ik zal daarmee beginnen. Ik ben Ellen. Het meisje dat je net zag was Peggy en de jongen is Jasper. Er zijn nog enkele jongeren die hier wonen, maar die mogen zichzelf voorstellen. We hebben allemaal één ding gemeen. Iets wat jij nu ook met ons gemeen hebt.” Ze neemt even adempauze en richt haar blik op de grond. Niet veel later richt ze haar ogen recht in de mijne.
“Iedereen in dit huis is stervende.”
Reageer (1)
Wowie. ;o
)
1 decennium geleden(Hopelijk zal het nu niet zo lang duren tot het volgende hoofdstukje