Foto bij 6

Music: Heaven - Bryan Adams
dit liedje gaf me inspiratie voor dit hoofdstuk (:

http://www.youtube.com/watch?feature=player_embedded&v=s6TtwR2Dbjg#t=0s

What the fuck just happened denk ik, zodra Finn zijn hoofd terugtrekt. Hij bloost. Ik volgens mij ook. Alhoewel het meer voelt alsof ik in brand sta. Van binnen en van buiten.
‘Wat…’ begin ik, maar Finn drukt nogmaals zijn mond op de mijne. Niet dat ik het erg vind of zo, helemaal niet juist!
Midden in onze kus komt er een verpleegster binnen.
“Juul, je… oh…’ zegt ze, en ze loopt gauw weer weg. Finn en ik barsten allebei in lachen uit, wat niet goed gaat als je nog half aan het zoenen bent dus we knallen met onze hoofden tegen elkaar aan.
‘Au!’ roep ik, maar aangezien ik nog steeds aan het lachen ben stik ik half.
‘Dude!’ roept Finn en hij begint op mijn rug te meppen.
‘Au!’ zeg ik nogmaals.
‘Sorry!’
Dan lachen we allebei nog harder.
‘Je bent al bijna weer de oude!’ zegt Finn opgelucht. Ik lach.
‘En nu?’ vraag ik. Finn kijkt me vragend aan.
‘Wat nu?’
‘Zijn we nu vriendje en vriendinnetje of gewoon beste vrienden die toevallig gezoend hebben?’
‘Vriendje en vriendinnetje,’ zegt Finn zonder enige twijfel. Hij pakt mijn hand en knijpt erin.
‘Dus jij neemt verkering met een meisje dat gewoon helemaal niets meer weet? Jij hebt lef!’
Finn schiet in de lach. ‘Ik heb zeker lef!’
‘Jij wel!’ zeg ik lachend. Even kijken we elkaar grijnzend aan.
‘Ik ben blij dat je weer kunt lachen, Juul,’ zegt Finn.
‘Ik ook,’ zeg ik. En ik meen het. Na alles wat Isa me heeft verteld ben ik hartstikke blij dat er in mijn vervloekte leven – het deel wat ik ervan heb gehoord althans, al zal het andere deel niet veel beter zijn, gok ik – ook nog plaats is voor dit leuke, lieve, mooie moment samen met Finn. Mijn vriendje. Oh my god. Ik heb een vriendje. Ik, Julia Veland, het ongelukskind heb een vriendje.
Ik wil een rondedansje door de kamer gaan doen maar ik ben bang dat mijn benen het niet houden, dus in plaats daarvan leg ik mijn hoofd op Finns schouder. En hij legt zijn hoofd op het mijne. Ik zou zo echt uren kunnen blijven zitten, maar helaas gaat dat voor mij niet op, want na een paar minuten komt Isa binnen.
‘Hoi Juul ik…’ zegt ze, maar zodra ze me zo met Finn ziet zitten is ze stil.
‘Hoi Isa,’ zeg ik, nog steeds met mijn hoofd op Finns schouder.
Isa gaat op een stoel naast mijn bed zitten, maar wel net aan die kant dat Finn en ik met onze rug naar haar toe zitten. Ik voel dat ze naar ons kijkt. Finn lijkt zich ongemakkelijk te voelen, want hij haalt zijn hoofd van mijn hoofd af en verschuift een beetje, zodat mijn hoofd van zijn schouder glijdt. Isa merkt het.
‘Juul, vind je het erg als ik vanavond tijdens het bezoekuur terugkom? Dan hebben jullie nog even tijd voor eh…’
‘Ja, doe maar,’ zeg ik, want ik wil niet horen wat ze nog wilde zeggen. Wat zij dacht dat we gingen doen. Dus Isa loopt weg.

‘Sorry,’ zeg ik tegen Finn.
‘Geeft niets,’ antwoordt hij. En hij omhelst me.
En dan begin ik een liedje te zingen, het komt ineens in me op.
‘And Baby you're all that I want
When you're lyin' here in my arms
I'm findin' it hard to believe
We're in heaven
And love is all that I need
And I found it there in your heart
It isn't too hard to see
We're in heaven…’
Heaven, van Bryan Adams. Nu weet ik het weer.
Finn maakt zich los uit onze omhelzing en pakt mijn bovenarmen vast.
‘Juul… Dat was prachtig!’
‘Wat?’ vraag ik, ‘de tekst of mijn stem?’
‘Beide!’ zegt hij, ‘zing het nog eens!’
En dus zing ik het nog een keer. Finn heeft tranen in zijn ogen, en een seconde later rollen ze over zijn wangen. Jezus, wat huilt hij eigenlijk snel. Nou ja, hij heeft in ieder geval gevoel. Ik pak de mouw van mijn pyjama en veeg zijn tranen van zijn wangen, maar zelf begin ik ook te huilen. Aaargh, ik wil mezelf echt slaan nu. Niet huilen, niet huilen, niet huilen, spreek ik mezelf streng toe, maar het helpt niet. En nu veegt hij mijn tranen af. Ik verberg mijn gezicht in zijn sweater, terwijl hij liefdevol over mijn rug wrijft.

‘Ben jij Julia Veland?’ vraagt een man die net binnenkomt. Ik hef mijn gezicht uit Finns sweater. Ik ken de man niet, dus ik ben genoodzaakt om op zijn naamplaatje te kijken. ‘Peter de Graaf,’ vertelt het ding op zijn borst me.
‘Ja, hoi Peter!’ zeg ik opgewekt.
‘Hoe weet jij…’
‘Daar heb je toch een naamplaatje voor?’ zeg ik op een duh-toontje.
Peter en Finn schieten allebei tegelijk in de lach.
‘Wat?’ vraag ik, waarop Finn zijn hoofd schudt.
Dan herstelt Peter zich weer en zegt op een zakelijke toon: ‘ Goed nieuw Julia…’ en net als hij adem wil halen om te vervolgen onderbreek ik hem.
‘Nou, dat wordt dan ook de eerste keer in mijn leven…’
‘Ahum,’ zegt Peter, ‘Goed nieuws dus. Je mag morgen naar huis Julia!’
Zelf weet ik eventjes niets meer uit te brengen, maar Finn duidelijk wel.
‘JUUL!’ gilt hij, ‘DAT IS GEWELDIG!’ Mijn god, volgens mij had heel het ziekenhuis dat gehoord.
‘Dude, doe rustig!’ zeg ik en ik duw hem terug op het bed.
Peter gaat ondertussen weer verder, nog steeds met zijn zakelijke toon. Jezus, is hij dan niet blij voor me? Of is dat een regel hier in het ziekenhuis, dat dokters altijd zakelijk moeten zijn? Anyway, Peter vertelt me dat het – in medisch opzicht – goed genoeg met me ging om naar huis te komen. ‘Je hebt geen ernstige verwondingen overgehouden aan de klap, hooguit wat blauwe plekken en schaafwonden hier en daar, wonder boven wonder. En met dank aan je zus heb je een deel van je geheugen in ieder geval terug!’
‘En met dank aan mij!’ zegt Finn snel.
‘Ja, en met dank aan Finn,’ herhaal ik.
‘En met dank aan Finn dus,’ zegt Peter. What the fack is hij? Een papegaai? Ik bedenk me ineens dat ik James helemaal niet moet. Ik wil mijn oude dokter terug, James. Hij was begin twintig en heel grappig. Echt een dokter om van te dromen. Maar zijn vrouw is net bevallen van een zoontje dus is hij een paar dagen niet meer in het ziekenhuis geweest. Ik hoop maar voor hem dat zijn kind niet vervloekt is zoals ik.

’s Avonds komen Isa, pap en zelfs oma – die dus niet dood is gegaan, waar ik dus bang voor was om te horen – binnen.
‘Waar is mam?’ vraag ik, waarop pap moeilijk begint te kijken. Hij gaat toch niet ook al janken, of wel soms?
‘In Australië,’ zegt oma gauw.
‘Australië?’ roep ik, ‘what the hell?’
‘Dat vertel ik nog wel een keertje zodra we thuis zijn, Juul,’ zegt Isa.

Mazzel dat pap met zijn busje van zijn werk naar het ziekenhuis is gereden, want wij hebben zo’n kleine auto dat we er nooit in hadden gepast met z’n allen. Maar nu wurmen ik – met krukken, te lang stilgelegen dus ik kan nog niet goed lopen –, Isa, pap, oma en Finn ons in het busje. Eenmaal thuis zie ik dat ze het hele huis vol hebben gehangen met slingers, en in de tuin staat een groot bord met ‘Welkom Thuis Julia’ erop.
Binnen staat een enorme taart van twee verdiepingen klaar.
‘Je zoveelste Welkom Thuis Julia-taart,’ zegt oma bij wijze van een grapje, maar niemand vindt het echt zo grappig, dus we glimlachen maar een beetje stom.
‘Aanvalluuuuh!’ roept Finn dus maar, en hij maakt een beweging naar de taart. Daar moeten we wel om lachen.

‘Houdt je dat wel?’ vraag ik, terwijl Finn me optilt en de trap op draagt.
‘Natuurlijk wel, dacht je dat ik jou liet vallen?’ zegt hij.
‘Nee,’ zeg ik en ik sla mijn armen om zijn nek.
Eenmaal boven legt hij me op mijn bed en gaat er zelf ook op zitten.
‘Zelfs met al die schaafwonden ben je mooi,’ zegt hij, terwijl hij recht in mijn ogen kijkt. Oh mijn god, ik smelt, denk ik, maar er gebeurt niets. Nou ja, technisch gezien niet in ieder geval. En alles wat ik kan doen is stom lachen.
‘Weet je wel hoe erg je me hebt laten schrikken toen je aangereden werd…’ zegt hij.
‘Ik denk het niet?’ antwoordt ik.
‘Nou, je zou eigenlijk met mij mee naar huis fietsen, maar jij had het laatste uur muziek en ik tekenen, en muziek viel uit dus jij was eerder uit. Toen ik ook uit was en naar huis fietste zag ik ergens halverwege ambulances staan, en naast de weg ook nog een zwarte Renault. Toen ik voorbij kwam tilden ze net de brancard in de ambulance, en in een flits zag ik jou op die brancard liggen, bewusteloos en helemaal gedeukt. Ik heb mijn fiets in de bosjes gegooid en ben op de ambulances afgelopen. Naast de weg stond een tas, die ik opende en ik viste er een agenda uit. De jouwe. Je naam stond erin. De ambulance stond op het punt om weg te rijden maar ik heb gesmeekt of ik mee mocht en het mocht. Eenmaal in het ziekenhuis heb ik je vader en Isa gebeld terwijl ze jou in de operatiekamer aan het oplappen waren. Maar volgens mij zijn je vader en Isa totaal nietsvermoedend naar het ziekenhuis gekomen, want uit het verhaal dat ik aan het vertellen was aan de telefoon was alleen op te maken dat ze mij aan de telefoon hadden en dat ze onmiddellijk naar het ziekenhuis moesten komen of zo, zo hard was ik aan het huilen. Maar ik was gewoon zo bang dat jij…’
Ik wil helemaal niet horen waar hij bang voor was, dus ik druk mijn lippen abrupt weer op die van hem. En hij zoent terug.
And Baby you're all that I want
When you're lyin' here in my arms
I'm findin' it hard to believe
We're in heaven
Het lied galmt weer in mijn hoofd. Ik pak Finn nog steviger vast.
And love is all that I need
And I found it there in your heart
It isn't too hard to see
We're in heaven…

En dan realiseer ik het me: ik ben gewoon hartstikke mega knetter verliefd op mijn beste vriend. Ik ben hartstikke mega knetter verliefd op hem. En dat maakt dit de mooiste dag van mijn leven.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen