Nooit meer Neverland

Een uur wachten. Nog zestig minuten voor we worden opgehaald. Nog zestig minuten voor we dit huis verlaten. Nog zestig minuten voor we nooit meer terug zullen komen.
De koffers staan bij de deur, gesorteerd op grootte en eigenaar. Blanket heeft er het meest, vanwege zijn verzameling pluchen knuffeldieren. Af en toe gaat de deur open en komt er een loopjongen binnen die twee of drie koffers meeneemt.
Omdat we over een uur vertrekken.
Ik weet niet of ik blij of verdrietig moet zijn. Op dit moment vind ik het alleen maar vreemd. Een vreemd idee dat we hier weggaan, een vreemd idee dat we hier nooit meer terugkomen. Een vreemd idee dat we geen vader meer hebben.
Vooral dat laatste. Ik kan nog steeds niet geloven dat onze vader er niet meer is, dat hij dood is. Ik denk liever dat hij verdwenen is, dat hij er genoeg van had. Wij weten het best van allemaal hoe uitgeput papa de laatste tijd was, met het oefenen voor de nieuwe tour en zo. Misschien wilde hij dat niet meer. Ik vind het alleen gemeen van hem om ons zo achter te laten!
‘Prince?’ De stem van mijn zusje breekt door mijn gedachten. Ze zit in één van de grote zetels en lijkt plotseling klein en ouwelijk in de zwarte jurk die het kindermeisje haar gegeven heeft.
‘Waar denk jij dat papa nu is?’ vraagt ze met een klein stemmetje. Paris is niet eens zoveel jonger dan ik, maar het voelt plotseling anders. Wat lijkt ze kinderlijk!
‘Geen idee,’ zeg ik naar waarheid. ‘Maar ik hoop dat hij gelukkig is.’ Dat laatste wilde ik eigenlijk niet zeggen, maar ik ben al te laat. Paris lijkt geschrokken door mijn bittere toon, er staan weer tranen in haar ogen. Meteen heb ik spijt van mijn woorden en loop naar haar toe, sla mijn armen om haar heen.
‘Sorry.’
Op dat moment roept Blanket geheel onverwachts: ‘Howdy, gov’ner!’
Paris en ik staren ons broertje verbijsterd aan. Wij wachten hier tot tante La Toya ons komt halen, omdat we ergens anders moeten wonen nu papa dood is, en Blanket ligt languit op de vloer met zijn plastic cowboys te spelen.
Hij kijkt met guitige ogen terug en zegt onschuldig: ‘Papa komt zo, hè.’
‘Papa is dood!’ snauw ik, bijtend op mijn lip om de tranen terug te dringen. En ik heb mezelf nog wel zo beloofd om niet te huilen! Ik heb ook niet gehuild toen de huishoudster ons het nieuws kwam vertellen.
Paris staat nu op en wil Blanket uitleggen wat er aan de hand is, als hij plotseling opspringt en ons met open mond aanstaart. ‘Wanneer dan?’
Ik ben geloof ik nog nooit zo kwaad geweest. Blanket was erbij toen we papa herdachten! Je zou toch denken dat hij het wel doorheeft!
‘Blanket...’ begin ik met van woede verstikte stem. Mijn handen trillen en ik moet een keer slikken om mijn kalmte te bewaren. Blanket, nu maakt hij me aan het huilen!
En dan klinkt plotseling de stem die ik nooit meer zal horen. ‘Jongens, geen ruzie maken!’
Even blijft het doodstil. Ik staar naar mijn zus, mijn zus staart naar Blanket en Blanket lacht vrolijk naar mij. Paris kijkt als eerste op en geeft een gil. ‘Papa!’
Hij staat in de deuropening. Wacht. Nee. Dat kan niet. Hij is dood! Maar waarom knuffelt hij dan nu mijn broertje en zusje? Ik heb toch de kist gezien, de dokters, de tranen bij mijn ooms en tantes en bij opa en oma? Maar waarom staat hij dan hier op de drempel?
‘Prince!’ roept hij. Ja, het is hem echt. Screw die kist, screw de logica, papa leeft! Ik klap mijn mond dicht en storm op hem af. Hij ontvangt me meteen in de groepsknuffel, precies zoals vroeger: Paris, Blanket, papa en ik. Pas als papa zijn hand op mijn hoofd legt, besef ik dat ik sta te stuiteren van blijdschap.
Dan vraagt Blanket met een zielig stemmetje: ‘Papa, waarom zegt Prince dat je dood bent?’
‘Omdat hij dat dacht,’ is het antwoord. ‘Maar hij heeft het mis.’
‘Maar...’ begint Paris schuchter. ‘Hoe kan dat dan?’
We kijken hem allemaal met grote ogen aan. Hij zakt door zijn knieën, zodat hij nu op ooghoogte is met Blanket, en gebaart dat wij ook moeten hurken. Zo vormen we een cirkel waarin alles wat gezegd wordt, een geheim is. Een geheim alleen bestemd voor onze oren.
‘Ik doe alsof,’ fluistert papa geheimzinnig. ‘Dat is de makkelijkste manier om te ontsnappen uit deze heksenketel. Bovendien heb ik altijd al willen weten hoe mensen zouden reageren op mijn dood.’
‘Maar wij geloofden het ook!’ sis ik, nu verontwaardigd. ‘Nou ja, behalve Blanket dan.’
Papa glimlacht en woelt door Blankets haar. ‘Hij heeft me gezien toen ik door het huis liep. Jullie mochten niets weten, misschien zouden jullie per ongeluk iets zeggen. Blanket is nog zo jong, ik verwachtte niet dat jullie hem zouden geloven. Maar daarom kom ik jullie nu halen. We gaan hier weg.’
Ik kijk op de klok. Het uur is voorbijgevlogen, de zestig minuten zijn omlaag gebracht tot vijf. Plotseling begin ik breed te grijnzen. We gaan hier weg! We hoeven niet meer verdrietig te zijn, want papa leeft, en we gaan met z’n vieren een nieuw leven beginnen. Waar dat is, kan me niets schelen. Want papa leeft! Papa leeft en dat is het belangrijkst.
We staan op en pakken elkaars handen. Dan verlaten we zonder omkijken het huis.
Reageer (3)
echt super geschrevem
1 decennium geledenWatschattig! x
1 decennium geledenNooit meer Neverland <33333333
1 decennium geledenNadezh je schrijft gewoon super(H)
Ben benieuwt waar je de volgende keer mee komt aanzetten(A)
xXx