Foto bij 2

foto: Isabelle Fuhrman als Isa c:

Als ik wakker wordt, zit Isa alweer op de rand van mijn bed.
‘Ik had mijn verhaal niet af kunnen maken gisteren,’ zegt ze, zodra ik weer een beetje bij zinnen ben gekomen.
‘Nee…’ antwoord ik iel.
‘Wil je het horen?’ vraagt Isa. Aangezien ik me nu maar een van de veertien jaar van mijn leven kan herinneren, vind ik dat wel een goed idee, dus ik knik van ja.
En Isa vervolgt haar verhaal.

‘Nou, ome Sven had je in de kinderschommel gezet die hij en tante Nora je voor je eerste verjaardag hadden gegeven, en hij duwde je. Hij duwde je hoog, heel hoog. Te hoog, want je viel eruit. Ome Sven was vergeten om het gordeltje dicht te doen. Alleen ik zag het gebeuren, want de volwassenen op ome Sven na waren allemaal in gesprek en Jur was met autootjes aan het spelen. Ik begon heel hard te gillen van schrik, waardoor iedereen omkeek. Mama merkte jou als eerste op. Je lag op de grond, bewusteloos. Papa rende meteen naar binnen om het alarmnummer te bellen. En zo lag je een kwartier later weer in de ambulance, en was ik weer bij opa en oma, want het feest was natuurlijk meteen over.
Je had je sleutelbeen, dijbeen en wat vingertjes gebroken. En als je recht op je hoofd was gevallen, in plaats van op de zijkant van je hoofd, had je er waarschijnlijk ook nog hersenletsel aan overgehouden. Je had dus geluk gehad daarmee.
Mijn belofte aan mezelf om jou niet langer dan een dag in het ziekenhuis achter te laten was hiermee natuurlijk gebroken, want ook je luchtwegen moesten het door de klap ontgelden, en dus kon je weer aan de beademing.
Maar na een maand mocht je weer mee naar huis, althans, dat was de bedoeling. Want ja, jij bent dan ook wel Julia, ziekenhuisbezoekjes werden altijd verlengd bij jou. Zo ook deze keer. Je was helemaal klaar om weer naar huis te gaan, met het verzoek om voorzichtig te doen, toen papa de zijkant van het bedje naar beneden schoof, zodat hij je eruit kon pakken. En jij moest je natuurlijk op hetzelfde moment omdraaien en uit bed vallen, recht op je schoudertje, aan de kant van je voorheen gebroken sleutelbeen. En dat brak natuurlijk opnieuw. Dus kon je nog drie weken in het ziekenhuis liggen. En toen je daarna naar huis mocht, keek papa natuurlijk wel uit!
Toen we thuis waren had oma weer een feestje georganiseerd, en deze keer hadden we een cake gebakken. En natuurlijk werd iedereen weer uitgenodigd. Tante Bianca, ome Richard, Jur, ome Sven en tante Nora. Tenminste, dat was het plan. Maar tante Nora en ome Sven waren niet op het feest. Niemand wist waar ze waren, ook oma niet, terwijl Nora haar dochter was, evenals mama. Maar tante Nora en ome Sven hadden al minstens een maand niets meer van zich laten horen. Maar later bleek dat ze plotseling naar Londen waren verhuisd. Naar Londen! Zonder iets te zeggen! Iedereen was woedend op ze, natuurlijk. Net toen het niet goed met je ging lieten ze ons stikken. Waarschijnlijk schaamde ome Sven zich voor het schommel-incident. Dat denken we op de dag van vandaag nog steeds, want ze hebben na de mail met de mededeling dat ze naar Londen waren verhuisd, nooit meer iets van zich laten horen. Nooit meer.
Gelukkig ging het na een tijdje weer goed met je. Je botbreuken genazen en het gepiep van je ademhaling ging over. Je leerde zelfs lopen en praten! Iedereen was super trots op je. En het ging snel! Na een halfjaar rende je het hele huis door een praatte je iedereen de oren van het hoofd. EN je onthoofdde mijn poppen, want je had ook al ontdekt hoe dat moest. Helaas voor mij. In het begin werd ik dan altijd boos op je en ging ik tegen je schreeuwen of heel hard huilen, maar mama leerde me dat ik tot tien moest tellen en me in moest houden, omdat als ik tegen je zou schreeuwen, je het toch niet zou begrijpen. Want ja, jij was nog maar een jaar oud. Nou ja, al bijna niet meer, want anderhalve maand nadat ik had geleerd me in te houden was jouw tweede verjaardag al!
Op het feest was het opvallend rustig, want tante Nora en ome Sven waren er natuurlijk niet, en die kletsten het meest. Ik miste ze en moest dus huilen. En jij deed mee. Dus zaten we samen huilend in het gras. Maar toen opeens begon je blauw aan te lopen en je stikte half. Dus net als op je eerste verjaardag ging ik gillen. En kon je voor de derde keer met de ambulance mee. In de ambulance ben je helemaal gestikt, en moesten de ambulancebroeders je reanimeren. Maar wat ze ook deden, niets hielp. Jouw hartje klopte niet meer. Maar net toen de ambulancebroeders het wilden opgeven, deed je hart het gelukkig weer. Maar je lag wel in coma. En daar zou je de komende tijd ook gehouden worden, want door het stikken waren je luchtwegen en longen beschadigd, en met jouw vernauwingen kon dat je fataal worden. Dus werd je in kunstmatige coma gehouden, dan zou je nergens iets van merken, en dan zou je ook rustig blijven zodat je je luchtwegen niet nog erger beschadigde.’

Er klinkt een schel geluid door de kamer, en ik schrik me rot. Ik schrik van elk hard geluid sinds de aanrijding. Ik denk door het geluid van de piepende remmen en daarna de klap. Dat kwam gisteren terug, de beelden van de aanrijding. En het was een zwarte Renault, dat weet ik zeker.
‘Met Isa,’ zegt Isa in het rechthoekige witte ding dat ze tegen haar oor houdt.
‘Nee, ik ben bij Julia. Ja, het gaat goed met haar. Oké. Dag!’ Ze drukt ergens op en dan bergt ze het ding op in haar tas.
‘Wat was dat?’ vraag ik.
‘Dat is een mobiel, Juul,’ is het antwoord, ‘daardoor kan je met andere mensen praten.’
‘Oh,’ is het enige wat ik zeg. ‘Wie eh… wie was dat dan?’
‘Wie er belde?’ vult Isa voor me in.
‘Ja.’
‘Mama.’
‘Is ze thuis?’ vraag ik, want ik wil mama ook graag zien. Vannacht, toen ik half wakker werd omdat er een of ander apparaat naast mijn bed begon te piepen, zag ik een man op mijn bed zitten, en volgens mij was het papa. Maar mama heb ik nog niet gezien.
‘Ja… Ze is thuis,’ zegt Isa en ze slikt.
‘Waarom is mama dan nog niet bij me geweest?’
‘Omdat… haar thuis is nu ergens anders?’
‘Waarom?’ vraag ik, ‘Waar is haar thuis nu?’
‘Haar thuis is nu in… in… Australië. Waarom… dat vertel ik nog wel een keertje.’
‘Nee, ik wil het nu weten!’ roep ik.
‘Nee Juul, dat wordt teveel…’ probeert Isa, maar ik wil het NU weten. Ik begin om me heen te schoppen van boosheid, en Isa probeert me terug op het bed te duwen maar ze krijgt mijn voet in haar buik en mijn vuist tegen haar neus. Ze heeft een bloedneus. Isa springt op van mijn bed en drukt op een rood knopje. Vrijwel meteen staat er een verpleegkundige in mijn kamer. Die blaft iets in een ding wat op een mobiel lijkt, en dan komen er twee dokters. Samen met Isa rijden ze me in mijn bed met alle apparaten erbij door de ziekenhuisgang naar een andere kamer. Ik schop en sla nog steeds om me heen, ondanks dat ik weet dat het totaal geen nut heeft. Ik wil weten waarom mama me ook in de steek heeft gelaten, want zo voelt het.
Dan arriveren we in een kale, witte kamer met nog meer apparaten dan op mijn eigen kamer. Het laatste wat ik me kan herinneren is het beeld van een dokter die aan komt lopen met een spuit, dan wordt alles zwart.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen