1

foto: Ciara Bravo als Julia
‘Juul… Julia?’ Langzaam word ik wakker uit de donkere wereld waar ik voor mijn gevoel jaren in heb gezeten. Kan ik mijn ogen openen? Ja, het lukt. Ik heb het zo vaak geprobeerd, maar nu lukt het eindelijk. Er zit iemand op de rand van mijn bed. Ik kan haar niet thuis brengen.
‘W... wie ben…’ begin ik, maar het meisje dat op mijn bed zit onderbreekt me.
‘Je mag nog niet teveel praten Julia, je moet rustig aan doen.” Julia? Ben ik Julia? Of is er nog iemand anders in de kamer? Ik kijk moeizaam om me heen, maar ik kan niemand ontdekken.
‘W... Wie ben jij?’ probeer ik nog een keer.
‘Weet je niet meer wie ik ben?’ vraagt het meisje. Met moeite schud ik mijn hoofd, waarop het meisje tranen in haar ogen krijgt.
‘Isa…’ zegt ze, ‘ik ben je zus, Isa.’ Heb ik een zus? Ik weet niets meer. Het enige wat ik me nog kan herinneren van mijn leven zijn de vreselijke nachtmerries waar ik in heb gezeten de laatste tijd. Even kijken Isa en ik elkaar aan.
‘Je weet het niet meer he?’ vraagt ze zacht? Weer schud ik moeizaam mijn hoofd.
‘Dat zei de dokter al, dat je geheugenverlies zou hebben,’ zegt ze dan. O ja? Is dat zo? Waarschijnlijk wel, aangezien ik mezelf niet eens kan herinneren.
‘Wie ben ik…?’ vraag ik zachtjes. En dan begint mijn zus te vertellen.
‘Op 15 juli 1997, toen ik 4 jaar was, werd jij geboren. Ik vond het helemaal geweldig, want ik kon toen op school zeggen dat ik een klein zusje had. Elke ochtend zodra ik jou hoorde huilen als je wakker was sprong ik uit mijn bed, rende naar papa en mama toe, en zei dat jij wakker was. Dan haalde papa of mama jou uit bed en legde je nog even bij hen in bed. Ik kroop er dan ook bij. En dan lagen we met zijn vieren in het grote bed. Daarna ging papa naar zijn werk, ik naar school en bleef jij bij mama achter. Op school vertelde ik dan heel trots verhalen over je, en zodra de bel ging was ik als eerste buiten om mijn fietsje te pakken en heel hard naar huis te rijden, zodat ik met jou kon spelen.
Maar na een maand begon je te huilen, onophoudelijk. Toen vond ik het niet meer leuk. Ik wilde een babyzusje dat altijd blij was en waar ik mee kon spelen. Maar het enige wat je deed was huilen, en als ik met je wilde spelen begon je wild met je benen te spartelen. Een keer schopte je me een bloedneus, en toen was ik zo boos dat ik met een knuffelbeer op je hoofd begon te slaan, tot mama binnenkwam en me op de gang zette.
Na twee weken konden ook papa en mama er niet meer tegen en ze gingen naar de huisarts. Je bleek dus al twee weken last te hebben van je darmen, die moesten ook leeggepompt worden. Je zou een week in het ziekenhuis moeten blijven.
Na een halve week in het ziekenhuis kwam er een meisje van drie jaar naast je liggen. Zij had door haar ziekte een enorme achterstand, en ze had geen darmen meer, maar een stoma, zodat ze toch kon poepen. Zij was zelfs al twaalf minuten dood geweest, maar ze hadden haar kunnen reanimeren. Ik vond haar heel eng, dus ik ben toen bijna niet bij je geweest. Toen dat meisje, Lily heette ze, verkouden werd stak ze jou natuurlijk aan, ze was altijd bij je aan het kijken, drentelde altijd om je bedje heen, en ze haalde papa of mama als je aan het huilen was. Heel lief allemaal, maar jij werd ook verkouden. Nou ja… niet zomaar verkouden. Je begon te piepen en de dag voordat je naar huis mocht, liep je zelfs blauw aan. De kinderarts werd erbij gehaald en je kreeg een onderzoek. Het zou het RS-virus zijn. Dat lijkt op griep, maar dat is het niet. Het is een soort infectie aan de luchtwegen, en in tegenstelling tot bij griep heb je bij het RS-virus geen koorts. De dokter zei dat het gewoon een kwestie van uitzieken was, en dat het gemiddeld binnen tien dagen wel weer weg was. Maar niet bij jou. Sterker nog, jij leek het elke dag benauwder te krijgen. En dus bleef jij in het ziekenhuis. Maar na tweeënhalve week aan de beademing te hebben gelegen zonder dat het hielp, hadden de dokters door dat de beademing niets uithaalde. En dus begonnen ze met antibiotica te geven. Normaal roeit dit zowat alle soorten infecties uit, maar jij bleef het benauwd hebben. Mam had al een paar keer een nieuw onderzoek geëist, maar de dokters waren er helemaal van overtuigd dat jij het RS-virus zou hebben. Dus geen nieuw onderzoek. Tot die dag, een maand na je eerste onderzoek waar RS-virus uitkwam, de dokters toch besloten om je een nieuw onderzoek te doen. En ja hoor, mama had al die tijd gelijk. Het was helemaal geen RS-virus. Je had vernauwingen in je luchtwegen. De volgende dag nog werd je naar de operatie gereden voor een kijkoperatie, waarbij ze met een cameraatje in je luchtwegen gingen kijken hoe erg jouw vernauwingen waren. En die bleken heel erg te zijn. Als je inademde werden ze bijna dichtgeknepen, zodat er bijna geen lucht in je longen kon komen. De dokters schrokken enorm, de kinderarts durfde het haast niet tegen papa en mama te vertellen. Maar ja, hij moest…
Na dus ongeveer twee maanden in het ziekenhuis te hebben gelegen kwam je thuis. Ik logeerde al die tijd bij opa en oma, maar was blij om weer naar huis te mogen en jou weer te zien, want mama had verteld dat zodra je thuis zou komen, je niet meer zo zou huilen. Je zou wel piepen. Je ademhaling dan. En ze had gelijk, dat hoorde je. Het klonk zo zielig, dat ik er een keertje van moest huilen.
Een halfjaar ging het goed, maar toen in mei, toen het lente was en overal polletjes rondvlogen die hooikoorts met zich meebrachten, ging het mis, en je kon weer naar het ziekenhuis. Met de ambulance, welteverstaan. Maar deze keer zag de kinderarts aan je blauwe gezicht meteen wat er aan de hand was. Je had hooikoorts, maar met jouw luchtwegen was het natuurlijk extra erg. En dus kon je weer aan de beademing en alle monitors. En kon ik weer naar opa en oma. Toen papa me bij opa en oma afzette heeft hij me letterlijk uit de auto moeten sleuren, en gillend en krijsend verzette ik me. Ik had net mijn heerlijke, blije, kleine zusje terug, en dan moest je weer weg! Ik wilde terug bij papa in de auto klimmen en met hem meerijden naar het ziekenhuis! Maar dat mocht niet. Ik ging naar opa en oma, en papa reed dan achter de ambulance aan naar het ziekenhuis, waar jij en mama – die met de ambulance mee was gegaan – dan waren.
Gelukkig kwam je er deze keer sneller bovenop. Na drie weken in het ziekenhuis te hebben gelegen kon je weer naar huis. De dag daarvoor belde mama op naar opa en oma, dat je morgen naar huis zou komen. “Kom,” zei oma, “we moeten even een boodschap doen,” en ze trok me mee. Ik had het telefoongesprek niet gehoord, dus ik had geen idee waar ze het over had. Eenmaal in de supermarkt kocht ze eieren, meel, bloem, enzovoort. Ik had nog steeds geen idee waarom. Maar terug bij opa en oma’s huis kwam ik erachter. Oma zette de boodschappen op het aanrecht en zei: “Kom Isa, we gaan een taart maken voor Julia!” Ik was meteen enthousiast. Want telkens als ik je in het ziekenhuis zag liggen kreeg ik tranen in mijn ogen, zo zielig zag je er dan uit, dus ik vond dat je wel een taart had verdiend. Toen de taart klaar was zette oma er met chocolade een tekst op, en liet hem aan mij lezen. Trots, omdat ik net had leren lezen op school, las ik voor wat erop stond. “W-e-l-k-o-m t-h-u-i-s J-u-l-i-a.” Even keek ik oma aan, en oma grijnsde. “Wanneer komt Julia weer thuis?” vroeg ik opgewonden. “Morgen,” antwoordde oma, waarop ik een gat in de lucht sprong en een rondedansje deed. Want ik miste je enorm.
Oma had ondertussen tante Bianca, Ome Richard, ons neefje Jur, ome Sven en tante Nora opgetrommeld voor een welkom-thuis-Julia feestje. Dus toen papa, mama en jij thuiskwamen zaten wij al met zijn zessen in de tuin te wachten, met de taart. De rest van de middag hadden we feest gevierd met de taart, wijn en bier voor de volwassenen, ranja voor mij en Jur, en voor jou een flesje melk. Ik was van plan om je nooit meer naar het ziekenhuis te laten gaan, omdat ik de aanblik van jou in een ziekenhuisbed aan de beademing niet meer aankon. Vooruit, voor controle wilde ik je wel laten gaan, zolang je er maar niet langer dan een dag moest blijven.
En toen was daar het grote feest, jouw eerste verjaardag. Oma, opa, tante Bianca, ome Richard, Jur, zelfs tante Nora en ome Sven waren helemaal vanuit Friesland gekomen. Het was supergezellig, tot ome Sven je in de kinderschommel had gezet, die je van hem en tante Nora voor je verjaardag had gekregen, en je…’
Er komt een dokter binnen met de mededeling ‘het bezoekuur is voorbij,’ en Isa geeft me een kus, en voordat ze weggaat zegt ze: ‘Morgen kom ik weer, en dan vertel ik verder.’ Zodra de deur achter haar sluit, val ik in een diepe slaap gevuld met nachtmerries.
Er zijn nog geen reacties.