Foto bij I follow ev'ry course

“Kom op, je kan het. Je zult vast vele vragen hebben en ik weet dat ik enkele antwoorden daarop heb. Maar eerst moet je rechtop zitten. Je lichaam lijkt misschien niet mee te werken, maar dat is net goed. Concentreer je. Laat alle spanningen even vrij. Let op je ademhaling. Alles zal vanzelf gaan, met een kleine moeite van jezelf.” Weet het meisje dat ze zich met haar laatste zin net heeft tegengesproken? ‘Alles zal vanzelf gaan’ is niet hetzelfde als ‘met een kleine moeite van jezelf’. Het lijkt alsof ze het ook dacht en het een leuke hersenspinsel vond want ze had een geamuseerde glimlach. Ik besluit haar even te negeren en mijn ogen dicht te doen. Ontspannen. Ik let geconcentreerd op mijn ademhaling. Ik adem langzaam in en houd mijn adem even vast voor ik het langzaam weer uitadem. Dit herhaal ik enkele keren tot ik merk dat ik daadwerkelijke rustiger word. Ik word een gekke tinteling overal in mijn lichaam gewaar. Het is niet enkel mijn lichaam die dit voelt. Wat is dit voor een gekke toestand? Wat overkomt me?

“Gewoon laten doen. Ga je niet terug opspannen. Blijf op je adem letten en dan kun je in geen tijd recht gaan zitten,” ze eindigt haar laatste zin met een vriendelijke glimlach. Ik sluit mijn ogen terug en let weer om mijn ademhaling. De prikkeling komt weer terug en het is moeilijk om me te concentreren op mijn ademhaling. De prikkeling doet geen pijn, maar het maakt me ook niet blij. Het is niet wit en zeker geen zwart, maar ook niets in de grijze zone. Deze prikkeling zit in een extra dimensie. Als ik gelovig zou zijn, zou ik zeggen dat deze prikkeling wel eens God zou kunnen zijn. Het is ook allemaal zo gek.

De prikkeling ebt weg tot ik het niet meer voel. Ik open mijn ogen. Alles is hetzelfde: het meisje aan mijn bed, de piepende apparaten en de achtergrondgeluiden die van de gang komen.
“Ga nu maar recht zitten. Of beter nog: kom uit bed. Dan gaan we meteen,” weer sluit ze haar zin af met die vriendelijke glimlach. Deze keer lijkt mijn lichaam wel mee te werken. Vlotjes geraak ik rechtop in bed. Mijn zicht komt niet overeen met wat ik doe. Het is zelfs alsof ik alles dubbel zie. Ik draai me een kwartslag en zie mijn bovenlichaam nog in bed liggen. Mijn gezicht staat vol met wonden, maar toch kijk ik vredig. Het raarste van al is dat ik ook recht zit. Ik ben er twee keer.
“Kom je?” Het meisje doet de ijzeren baar naar benden en knikt richting de deur als teken dat ze weg wil gaan. Ik weet niet wat ik moet zeggen. Ik ben helemaal van de kaart. Het meisje heeft blijkbaar niet veel geduld en neemt mijn hand vast. Ze trekt er lichtjes aan als sein dat ik moet opschieten. Ik ben sprakeloos en kan er niets tegenin brengen dus ik volg haar gedwee. Ik kan niet anders.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen