Deel 226
Joe Pov.
‘Joe, Joe! Het is zover!’ Lies schudt mij wakker door me door elkaar te schudden. Pas een paar seconden later weet ik wat ze bedoeld, ik spring dan ook meteen klaarwakker op. ‘Is ze er!’ Kevin komt erbij staan. ‘Over 10 minuutjes wordt ze binnengebracht bij het ziekenhuis. En nee, we weten nog niet of ze er erg aan toe is.’ Ik knik en neem dan een sprintje naar de deur. We hadden geen pyjama aangetrokken toen we in slaap vielen, dus ik had nog gewoon dezelfde kleding aan. Ik heb alleen een ander shirt aan gedaan. Die van gisteren stonk van al het zweet dat ik uit had gebracht van spanning en hoop. Ik stap direct in de auto, terwijl de anderen nog niet op de helft van het wandelen zijn. ‘Kom op, jongens!’ Ik zie Nick denken. ‘Inderdaad, Nick. Ik kan niet wachten om haar te vertellen dat ik meer van haar houd dan zij ooit zal kunnen weten!’ Nick kijkt me glimlachend aan. Doordat we broers zijn, weet ik af en toe precies wat hij denkt, alleen al aan zijn gezichtsuitdrukking. Na precies 8 minuten zijn we dan eindelijk op de bestemming, het ziekenhuis van New York. Het ziekenhuis waar mijn dierbaarste straks landt met de helikopter. Snel sprint ik de auto uit en ren naar binnen. Achter het bureau recht na de ingang zitten een paar verpleegsters die me raar en verbaasd aan kijken. ‘Is ze er al?’ Vraag ik hijgend. Een van de vrouwen begrijpt wie ik bedoel en neemt het woord. ‘Ga maar even naar die kamer daar, we vertellen het je direct als Relinde er is.’ Zegt ze met een vriendelijke toon in haar stem. Ik wil direct doorlopen naar de kamer die ze had aangewezen, als ik me bedenk dat ik nog medereizigers heb die ergens achter me zitten. Langzaam komen ze dan eindelijk een keer aan benen. ‘Kom op! Sneller!’ Roep ik opgewonden naar ze. dubbelzinnig, he Lies >< Ik besluit om toch maar alvast in de kamer te gaan zitten. Maar dat blijkt niet gemakkelijk te gaan. Op de stoel zit ik telkens te draaien en te woelen. Waarom duurt het toch zo lang? Gaat de tijd soms langzamer? Wie houdt de wijzers van de klok stil? Na een tijdje komen dan ook de andere vier aan. ‘Ze is er nog niet toch?’ Ik schud mijn hoofd en de anderen komen bij me zitten. Minuut na minuut kruipt voorbij. Eindelijk, na wat wel een jaar leek, kwam er iemand bij ons. ‘Komen jullie voor Relinde?’ Ik knik hevig. ‘Ze is er.’ Ik spring meteen op en ren naar de deur. De man gaat voor de deuropening staan. ‘Ho ho, meneer. Ik wil nog even melden dat jullie rustig moeten zijn of anders als jullie dat niet kunnen..’ Hij kijkt mij even vol bedoelingen aan. ‘Dan zullen jullie even moeten wachten.’ Ik kalmeer mezelf en antwoord dan. ‘Ik ben al gekalmeerd. Mogen we haar nu zien?’ Hij knikt. ‘Volg me maar. Ze kan wat suffig worden durende jullie bezoek. Ze krijgt nu de benodigde middelen.’ Dan schiet me iets te binnen. ‘Weet ze wie er komen? Of dát er iemand komt?’ De man draait zich om en kijkt me in de ogen aan. Zijn blik zegt iets als; Ben je nou serieus iemands liefde? Jij bent vervelend. Normaal zou ik er iets van zeggen, maar ik ben te blij om boos of gekwetst te worden. ‘Nee, ze is pas net binnen en ze was nog helemaal in de war. Maar nu is ze wel weer helemaal helder, zo ver wij weten.’ Ik knik en we lopen weer door. De man stopt bij een deur en kijkt door het smalle raampje. Ik probeer Relinde te zien, maar er staan mensen voor. Een van de mannen seint iets door naar de man naast ons. Hij schuift de deur open, stapt naar binnen en doet hem weer dicht. Ik kijk nog eens snel door het raampje, kijkend of ik nu wel iets van haar kan opvangen. Ik zie een gedaante in het bed, maar het is maar voor heel even dat ik dat kan zien. Het duurt mijn hersenen langer dan dat korte moment om dat ding helemaal juist waar te nemen. thank you, biology teacher, for letting me know that >< De man loopt om het bed heen en tikt wat dingen in bij het scherm dat langs het bed staat en de hartslagen laat zien. Na een paar minuten komt hij weer naar ons toe. ‘Er is een vage complicatie opgetreden, waarvan we niet wisten waardoor hij kwam. Maar we hebben het nu in de hand en we halen jullie op zo snel als het kan. Ga maar weer terug naar het zaaltje en rust wat uit.’ Met veel teleurstelling in mijn hoofd lopen we dan toch maar weer terug naar het zaaltje met zijn eenzame stoelen. Poor stoel Wachtend op de man. Wachtend op goed nieuws. Wachtend om een blik op Relinde te werpen, haar in mijn armen te nemen, te zoenen. Wachtend.
Reageer (4)
ahhh zielige stoel:'(
1 decennium geledenSuper <3(H)
1 decennium geledenSuper, snel verder!
1 decennium geledenheel snel verder jij!
1 decennium geleden