1. GOODBYE SALT LAKE CITY!


zet please in een reactie wat je ervan vond
*Brooklyn*
Eindelijk komt het vliegtuig los van de grond. Damn, wat ben ik blij dat we weg zijn uit Salt Lake City! Twee maanden geleden kwam Samantha, mijn beste vriendin met het idee om naar Miami te gaan. Mijn andere beste vriendin, Maysilee reageerde meteen superenthousiast. Maar ja. Bij haar thuis zijn ze dan ook superrijk… Net zoals bij Samantha. In tegenstelling tot mijn familie. Mijn vader zit elke dag dronken op de bank, dus die voert niet zoveel uit. Mijn moeder heeft een baan bij een klein schoonmaakbedrijf. Dus moest ik het geld voor ‘project Miami’, zoals Maysilee en Samantha het noemen, zelf verdienen. Daarvoor heb ik dus twee maanden bij een snackbar bij ons in de buurt gewerkt. Na twee maanden had ik net genoeg geld om te gaan.
“O my God!” roep ik, terwijl we door een wolkenlaag vliegen, “dit is gaaf!” Maysilee en Samantha kijken me allebei aan, en dan barsten ze in lachen uit.
“Hey! Ik weet niet hoe vaak jullie nu al in een vliegtuig hebben gezeten, maar dit is pas mijn eerste keer!” zeg ik, waardoor ze alleen nog maar harder lachen.
“Dat was vanochtend te merken, ja!” kaatst Maysilee terug. Het klopt. Ik was vanochtend hartstikke zenuwachtig. Zodra we uit de taxi sprongen die ons naar Salt Lake City International Airport had gebracht, rende ik meteen de eerste wc in. Bij de incheckbalie keken ze me ook al raar aan, omdat ik zo stond te stuiteren van opwinding. Bij de douane deden ze precies hetzelfde. Toen moesten we nog een halfuur wachten voor we het vliegtuig in konden. Man, wat kneep ik ‘m. Diep vanbinnen was ik eigenlijk doodsbang dat dat ding uit de lucht zou vallen. Duimen dus dat dat niet gebeurt.
“Hou je mond, Maysi!” zeg ik, en ik die mijn oortelefoons in. Ik concentreer me op de muziek en val in slaap.
“Brooke.. Brooke… BROOKE!” Samantha schreeuwt me wakker.
“Wat…?”
“We zijn bijna in Miami!” gilt ze.
“Sam… please,doe rustig…” mopper ik. Ik ruk mijn oortjes uit, en terwijl ik uit het vliegtuigraampje kijk wordt ik verblind door de zon die wordt weerkaatst door de helderblauwe zee onder ons.
“Wauw…” verzucht ik.
“Niet in de reisgids gekeken?” zegt Maysilee met een plagerige stem, terwijl ze met de reisgids in haar hand zwaait.
“Nee,” antwoord ik, “jij bent zo gehecht aan dat ding dat ik nog niet de kans had gehad.” We barsten in lachen uit.
“Hier,” zegt Maysi en ze geeft me de gids.
“Maysi… hij staat vol met oude kerken en gebouwen die we toch nooit gaan bekijken!” roept Sam, die over mijn schouder meekijkt, verontwaardigd.
“Hey,” zeg ik, “ik was dat toevallig wel van plan.”
“Heb je onze cultuurfreak weer hoor!” verzucht Sam. Ik rol met mijn ogen.
“Jullie hoeven niet mee, tenzij je heel erg lastig bent!”
“Nou, ik wil best een paar keer mee hoor!” zegt Maysilee. Nu is het Sams beurt om met haar ogen te rollen. Net als ze haar mond open wil doen om iets terug te zeggen, roep ik: “Kop dicht, Sam, we gaan landen!”
Eenmaal geland blijf ik op mijn stoel zitten, terwijl de meeste mensen meteen hun gordels losklikken en opstaan.
“Brooke, kom je nog of blijf je hier de rest van de vakantie zitten?” vraagt Sam, ietwat geïrriteerd.
“Ik blijf de rest van de vakantie zitten,” zeg ik. “Nee, grapje, maar ik wacht tot iedereen zo ongeveer het vliegtuig uit is. Anders krijg je al dat gedram en daar heb ik geen zin in.”
Maar zodra er nog maar een paar mensen in het vliegtuig zijn stap ik ook uit. Samantha stond buiten al te wachten, want, “Ik hou het geen minuut langer meer uit in dat ding!” Maysilee bleef bij mij.
Zodra we buitenkomen voel ik de warmte op mijn huid, als een zachte deken.
“En nu?” vraag ik een beetje onnozel.
“Wat denk je van je koffers ophalen?” zegt Maysi giechelend.
“Daar zat ik nou net aan te denken!” roep ik. Huppelend lopen we naar binnen.
“Rustig maar Brooke, hij komt wel,” zegt Maysilee troostend, nadat haar koffers en die van Samantha al vijf keer voorbij zijn gekomen op de band, maar die van mij er nog steeds niet tussen ligt.
“Wie weet heeft een of andere junk of zo hem wel meegenomen!” roep ik overstuur.
“Jezus Brooke, rustig, natuurlijk niet!” zegt Samantha.
“Ja, weet jij veel,” zeg ik terwijl ik probeer om mijn tranen binnen te houden. Het lukt niet. Er rolt er al eentje over mijn wang.
“Hey, huil je nu?” vraagt Samantha op een ietwat schuldbewust toontje. Woest veeg ik de tranen uit mijn ogen.
“Nee, helemaal niet.”
“Wel, ik zag het.”
“Waarom vraag je het dan nog?” En dan begin ik wel echt te huilen. “Ik wil gewoon m’n klotekoffer en dan naar het hotel!” roep ik.
“Shhhh,” zegt Maysilee, “kijk eens wat daar aankomt?” Ze wijst naar de band en ik spring op.
“Mijn koffer!” Ik veeg de tranen nog eens van mijn wangen af en ren naar de band.
“Verdomme, wat was dat nou?” zeg ik.
“Niets om je zorgen over te maken, Brooke,” zegt Sam terwijl ze aan mijn mouw, want “kom, we moeten naar het hotel!”
“What the hell…” Ik kijk mijn ogen uit als we met de taxi aankomen bij het Grand Beach Hotel. “Sam… weet je vader dit echt zeker?”
“Ja, hij wilde per se ons hotel betalen. Dit reisje naar Miami was eigenlijk voor het grootste gedeelte zijn idee, voor het behalen van onze diploma’s,” antwoordt ze. “Hij vond dat we het verdienden.”Daar ben ik het helemaal mee eens,denk ik. Want bah, wat heb ik me de afgelopen vijf jaar kapot geleerd om over te gaan. Elk jaar. Wat dat betreft was ik altijd jaloers op Sam en Maysi. Zij gingen elk jaar lang en breed over zonder er ook maar zo ongeveer iets voor te doen. Maar uiteindelijk heb ik toch mijn eindexamen gehaald. Ik had zelfs een van de hoogste uitslagen van de hele school! Ik was supertrots op mezelf, net als mijn moeder. Mijn vader… hij is door al die drank vast allang vergeten dat ik ooit naar school ben geweest. Ik heb het dan ook liever niet over hem.
“Nog een keer… what the hell…” zeg ik als we onze kamer binnenlopen. Ik kijk rond. Het is een grote vierkante ruimte met een tweepersoons bed dat zo groot is dat we besluiten er gewoon met z’n drieën in te slapen. In een hoek staat een klein tafeltje met twee stoelen en een vaas met prachtige bloemen erop. Aan de muur hangt een enorme flatscreen. Tegenover ons is een muur van glas, met een deur erin die naar het balkon leidt. Verder is er links van ons nog een deur. Als die open en “Aaaah! Een bubbelbad!” gil, barsten Samantha en Maysilee in lachen uit. Maar ja, zij zijn dit allemaal al gewend, aangezien zij zo ongeveer elk jaar in zo’n hotelkamer vakantie vieren.
De rest van het hotel is al even luxe. De eetzaal is enorm en je kunt er zoveel eten dat ik nu al zeker weet dat ik het zelfs in de twee weken die we hier blijven niet voor elkaar zal krijgen om alles te proeven. Aan de achterkant van het hotel is er zo ongeveer een heel waterpark, met glijbanen en al, aan de voorkant is het strand.
Een halfuurtje na onze hotel-verkenning staan we in onze bikini’s op het strand en leggen onze handdoeken neer.
“Wie het eerst in het water is!” gilt Maysilee als een klein kind.
We rennen weg en springen het water in. Ik ben als eerste. We spatten elkaar nat met water.
“Miami, HERE WE COME!”
Reageer (2)
@ForeverNiall
ik probeer door te gaan maar ik ben een beeeeetje inspiratieloos xd maar waarschijnlijk van t weekend 
1 decennium geledendankje
wau echt super goed geschreven !!!!!!!

1 decennium geledenecht in een paar worden : fantaschtisch,mooi leuk origineel bedacht en ik kan nu ook wel duizende andere woorden op gaan noumen maar daar doen mijn vingers te pijn voor !!!
ga snel verder !!!!!