1.

'Ik weet het zeker, binnekort zullen ze er zijn.' De stem van mijn beste vriendin, Jane West, schalde door de lege schoolgangen. Haar gezichtsuitdrukking was een en al angst. Ze keek me doordringend aan. 'April, geloof me, alsjeblieft. Binnenkort zijn we er allemaal geweest, hoe hard we ook vechten.' Haar woorden drongen niet tot me door, of wílden niet bij mij doordringen. Nogsteeds keek Jane me aan, dit keer alleen nog maar doordringender. Ik zuchtte diep.
'Jane, ik weet dat je gelijk hebt. Maar ik wíl en zal het nooit echt beseffen. Het is gewoon nog.. te vroeg, snap je?' Met een vragend gezicht keek ik haar aan. 'April, denk na! Je moet het onderhand eens gaan beseffen! Kijk hoe leeg het hier is. Waar denk je dat iedereen gebleven is?' Dit keer was het Jane die me vragend aankeek. Ik wendde mijn blik af. Ik wilde het niet geloven, maar diep van binnen wist ik gewoon dat Jane gelijk had. Binnenkort zouden we er allemaal geweest zijn, of je het nu wilde of niet. Vechten zou geen zin hebben. Niks zou zin hebben. 'Ik moet maar eens naar mijn les, mijn klas wacht op me.' zei ik snel, in de hoop dat Jane ophield. Maar ze moest het laten doordringen. 'Welke klas? Die 7 overgebleven kinderen? April..' Jane zuchtte diep, maar liet me toen met rust. 'Oke, als jij het niet wilt geloven, dan niet. Ik heb je gewaarschuwd!' Jane keek me nog een keer smekend aan, maar ik liep weg. 'Ik zie je in de kleine pauze.' riep ik haar na, maar Jane leek niet te luisteren. Zuchtend sloeg ik de linkergang in, denkend over wat Jane had gezegd.
Er zijn nog geen reacties.